Basisinkomen? Basisslimheid!

27-10-2014 14:51

Door Hans van Willigenburg

Het meest effectieve armoedebeleid draait niet allereerst om de hoogte van het budget, de beschikbare overheidsmiljoenen, maar om het grondig in de cruciale doelgroepen bijbrengen van vaardigheden die je nodig hebt als burger van de 21-ste eeuw. Liefst zo vroeg mogelijk. Pas dan ontstaat er uitzicht armoede daadwerkelijk terug te dringen. Meer geld voor armoedebeleid is een “old school”-benaderingswijze. Waar het echt om draait: hoe zorg je dat de uitgegeven euro armoede werkelijk helpt te bestrijden?

 

Hoofdstuk 7: negeer de roep om ongelabelde zakken geld voor armoedebeleid

 

Onlangs kreeg de discussie over armoedebeleid in Rotterdam weer een slinger door dit stuk op @VersBeton, getiteld ‘Het offensief tegen de armen’. Het is een aanklacht tegen de beslissingen ‘van boven’, van het nieuwe college, om te bezuinigen op het armoedebeleid waarvan we eerder in deze Stadslog-serie   hebben geconstateerd (zie hier) dat het al decennia lang volstrekt ineffectief is en de armen niet werkelijk uit de ketenen van de armoede helpt. Helaas vormt het stuk op @VersBeton nieuw bewijs dat het denken over armoede, als we niet oppassen, stil blijft staan en eerder teruggrijpt naar de 20-ste eeuw dan eindelijk landt in de 21-ste. De suggestie is – opnieuw – dat wanneer je meer geld uitgeeft aan armoedebeleid en de ergste noden lenigt, dat zoiets getuigt van fatsoenlijker beleid en een betere uitkomst geeft voor de armen. Terwijl de wetenschap steeds duidelijker aantoont dat investeren in vaardigheden – van sociale omgang tot elementaire kennis van taal, opvoeden, wetgeving en boekhouden – veel meer uitzicht biedt op het achter je laten van armoede dan de zoveelste zak geld van een goed bedoelend overheidsapparaat. Zoals in aflevering vier van deze serie al betoogd is, wordt de strijd tegen de armoede uiteindelijk via persoonlijk contact en wederzijdse interesse (‘achter de voordeur’, dus)  gewonnen. Niet in een vergaderzaal met politici en ambtenaren, die met budgetten schuiven.   

 

Basisslimheid

Hoeveel banen er precies bijkomen of afgaan, hoe onze economie zich exact zal ontwikkelen en welke beroepen de toekomst hebben en welke niet – er is niemand die het precies weet. Wat we wél weten is dat vaste banen en eenduidige beroepen schaarser zullen worden en dat iedereen, meer dan ooit, ‘zijn eigen weg’ zal kunnen (en moeten) bepalen. Deze toekomst vraagt niet om zakken overheidsgeld die rechtstreeks en voor consumptieve doeleinden in de portemonnee van armen worden gestort, maar om programma’s, coaches en begeleiders, die dichtbij de cruciale doelgroep zorgt dat de volgende generatie armen zich volwaardig in de digitale maatschappij kan bewegen. Met de juiste ‘gereedschapskist’ aan vaardigheden de uitdagingen van de Nederlandse annex westerse samenleving aankan, zonder dat chronische stress of gevoelens van depressie het overnemen. Dit inzicht zou zich idealiter vertalen in een gemeente die zich niet langer alleen maar focust op de hoeveelheid mensen die door een bepaalde inkomensgrens zakt (negatief criterium), maar ook op het formuleren van een ‘basis slimheid’ die aan alle inwoners van achterstandswijken bijgebracht dient te worden (positief criterium). De laatste aanpak heeft een duurzaam karakter, de eerste een incidenteel karakter. Volgens de wetten van de oude (incidenten)politiek, echter, kan een politicus of partij wél goede sier maken met het reserveren van budgetten voor de armen (‘kijk ons eens een warm hart hebben’) en veel minder met het geleidelijk en geruisloos implementeren van iets wat veel effectiever is: armen op individuele basis de vaardigheden aanleren, die nodig zijn om zich volwaardig in de digitale samenleving te bewegen.

 

Uit de patstelling komen

Zoals in aflevering zes is aangegeven, weigert de overheid armoede te zien als een ramp die een gerichte en acute aanpak vereist. Armoede wordt eerder benaderd als een door etterend virus dat niet te verslaan is en op z’n hoogst onder controle kan worden gehouden. Gevolg? De Rotterdamse armoede blijft, zoals de afgelopen decennia gebleken is, in zijn volle omvang bestaan, met of zonder 20 miljoen euro bezuinigingen op het stadhuis. De enige manier om uit deze patstelling te komen, is de probleemgezinnen scherper te ‘targetten’, gericht te investeren in individuele coaching (maatwerk) en een ‘basis slimheid’ te formuleren, waar mensen in achterstandswijken naartoe begeleid worden.

 

Dit meer ambitieuze en door vasthoudendheid ingegeven armoedebeleid zou een daadwerkelijke aanval betekenen op de Rotterdamse armoede. Een zak generiek geld voor de armen brengt weliswaar tijdelijke verlichting, maar biedt, zoals al jaren blijkt, weinig of geen uitzicht om daadwerkelijk uit de armoede te geraken. 

 

De voorgaande afleveringen van deze serie zijn hierhierhierhierhier en hier te vinden.  

 

Afbeelding / www.bigthink.com

 

(Dit artikel werd in licht gewijzigde vorm ook gepubliceerd op het Rotterdamse collega-blog @VersBeton.)

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel