De lange weg naar 'Hoe gaat 't met u?' (2)

9-12-2014 10:12

Door Hans van Willigenburg

Waarom Woonstad Rotterdam het contact hersteld met kwetsbare huurders

 

Met een krimpend budget een socialer beleid voeren, dat huurders met meer respect behandelt en ook nog eens kosten bespaart. Klinkt dat té mooi om waar te zijn? Niet voor directeur Dennis Lausberg van Woonstad Rotterdam Regio Zuid. In deel 1 van dit artikel legde hij uit waarom de stap naar huisbezoeken (‘Hoe gaat ’t met u?’) is gezet. En nu, in deel 2, schetst hij de logica en de voordelen om de huizenvoorraad van een woningbouwcorporatie niet als een verzameling maten en cijfers te zien, maar als een netwerk van data, verhalen en signalen.

 

Dankzij de recente schandalen in de corporatiewereld van de afgelopen decennia en het rapport van de enquêtecommissie Van Vliet, wordt er – al of niet terecht – meer dan ooit op gelet dat corporaties zich beperken tot de zogenaamde ‘kerntaken’. De verleiding is derhalve groot om zich helemaal, volgens de tijdgeest, terug te trekken op die kerntaak (risico mijden) en alles volgens de vaste regels en formules te benaderen en op te lossen. Aan Dennis Lausberg is zo’n beperkte opvatting van de corporatierol niet besteed: niet omdat hij met Woonstad Rotterdam dolgraag wil gaan ondernemen of in risicovolle projecten wil stappen, maar omdat sociale problemen, zeker in het gebied waar hij voor verantwoordelijk is, een té grote rol spelen om de handen er zomaar van af te trekken. Lausberg: ‘Als ik de huisbezoeken bij slecht betalende huurders en de daaropvolgende ondersteuning door Frontlijn zou stopzetten, weet ik één ding zeker: het woonklimaat gaat weer achteruit, de huurachterstanden zullen blijven of zelfs oplopen en de veiligheid zal in een negatieve spiraal terecht komen. Allemaal zaken die we als corporatie onwenselijk vinden. Niet alleen om menselijke redenen, omdat we zo nobel zijn, maar ook om keihard financiële redenen. In een slechte buurt wordt vastgoed minder waard.’

 

Sociale efficiency

De uitdaging voor Lausberg (‘onze budgetten nemen af, we kunnen niet meer álles doen’) is juist om met goed gemikte prikacties (aanbellen, praatje maken, hulpverlening inschakelen) de meest kwetsbare huurders te ondersteunen en voor de állergrootste (en voor de belastingbetaler duurste) ramp, uitzetting, te behoeden. Lausberg: ‘Als we consequent op ons kantoor blijven zitten en alles boekhoudkundig zouden benaderen, is de kans het grootst dat we inefficiënt gaan optreden. Dan verliezen we het contact met onze huurders, blijven we opdraaien voor de kosten van huurachterstanden en huisuitzettingen en weten we, wanneer we als corporatie ergens ons gezicht laten zien, niet in welke situatie we daadwerkelijk terecht zijn gekomen. Over wat er op een bepaald adres speelt, hebben we dan geen gegevens meer. Mijn stelling: dat kost geld!’ Het maakt de nieuwe pro actieve benadering, waaronder de in deel 1 geschetste huisbezoeken, niet alleen tot een instrument om een financieel voordeel binnen te slepen, maar ook om als corporatie überhaupt te blijven weten wat er in en rond je bezittingen aan de hand is. ‘Voorbeeld: als je nieuwbouw gaat uitvoeren en huurders moeten tijdelijk of permanent naar een nieuw adres, komen daar gewoonlijk veel emoties bij kijken,’ zegt Lausberg. ‘Wanneer je dan alleen je gezicht laat zien als de nieuwbouw aanstaande is, stuit je logischerwijs op wantrouwen. En zal er taai verzet ontstaan. Maar als je al met mensen in gesprek bent en je praat over mogelijkheden en zorgvoorzieningen elders in de stad, gaat dat veel soepeler. Ontmoet je begrip. Dat noem ik efficiency. Sociale efficiency.’  

 

Gesprek als onmisbare grondstof

Soms boek je succes wegens een toevalligheid, maar is die toevalligheid tegelijkertijd een bevestiging van de richting die je gekozen hebt. Het overkwam Woonstad Rotterdam in Beverwaard, op een adres waar een licht autistische jongen woonde. Lausberg: ‘We moesten zijn woning aan de binnenkant opknappen. Onze projectleider had vooraf tegen hem gezegd: “Zorg dat je om half tien thuis bent om open te doen. Dus niet kwart voor tien, maar half tien.” Hij benadrukte dat omdat hij wist dat die jongen het wel eens niet zo nauw nam. Bellen we uiteindelijk aan en doet die jongen open met de woedende uitroep: “Jullie zijn tien minuten te laat!”. Dat werd een beetje ruzieachtig, maar we raakten daarna wél met hem in gesprek. En wat bleek? Hij en zijn moeder, die op het Noordereiland woonde, wilden dolgraag dichter bij elkaar wonen. Dat gegeven sijpelde via onze mensen door naar hier, op kantoor, en vervolgens herinnerden we een appartement op het Stieltjesplein dat al tijden leeg stond. Einde van het liedje? We konden de licht autistische jongen die woning aanbieden en nu is hij dolgelukkig.’

 

Gure wind

Het is, kortom, te hopen, dat de gure wind waar de corporaties (voor de duidelijkheid, door eigen schuld) in terecht zijn gekomen, het experiment bij Woonstad Rotterdam Regio Zuid niet zal wegblazen. Wat daar groeit, is het begin van een broodnodig sociaal weefsel 3.0. Lausberg: ‘Let wel, het staat nergens geschreven dat we al die gesprekken met huurders moeten aangaan. Die verantwoordelijkheid moet je vóelen. Anders gebeurt het niet.’ 

 

FACTCHECK

Van de 50 beoogde adressen zijn er inmiddels 20 bezocht. Van die 20 adressen zijn er al 4 'gered' van huisuitzetting. Naast een relevante besparing op de uitzetkosten zijn er met de bewoners op alle 20 adressen afspraken gemaakt over betaling van de huur en, belangrijker, hebben ze instrumenten aangedragen gekregen om niet opnieuw in de problemen te komen.  

 

Het eerste deel van dit artikel vind je hier

 

Afbeelding / www.lokalepolitie.be

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel