Drie onaangename waarheden over armoede

26-2-2015 10:31

Door Hans van Willigenburg

Waarom alternatief armoedebeleid (nog) geen kans heeft, zolang deze schotten in ons hoofd overeind staan

 

Jaarlijks gaan er in Rotterdam miljoenen verloren aan armoedebeleid dat niet of nauwelijks werkt. Waarom is het dan zo moeilijk om óf afscheid te nemen van datzelfde armoedebeleid (want het blijkt gewoonweg niet te werken) óf op te houden met beweren dat we bezig zijn de armoede te bestrijden? Om enige duidelijkheid hierover te scheppen, hebben we drie zogenaamde ‘onaangename waarheden’ over armoede onder elkaar gezet. 

 

1.       Armoede fleurt ons zelfbeeld op.

 

In onze vloeibare prestatiemaatschappij annex meritocratie is het zelfbeeld dat mensen koesteren meer dan ooit van cruciaal belang. Alleen de mensen die voldoende positief zijn over zichzelf (of hun zelfbeeld voldoende bijkleuren in de zonnige richting) hebben uiteindelijk genoeg vertrouwen en energie om een bijdrage te leveren aan maatschappij, bedrijf of gezin. Het bestaan van armoede helpt bij het kweken van dat terecht of onterecht rooskleurige zelfbeeld. (‘Ik kan opgelucht ademhalen, want zie je wel, er zijn mensen die er niks, of nog minder dan ik, van begrepen hebben.’ )

 

Gevolg? Als puntje bij paaltje komt is de animo om armoede daadwerkelijk te bestrijden erg laag. Oók de mensen die hartstochtelijk beweren de armoede te bestrijden, doen dat niet zelden om hun zelfbeeld op te fleuren en reageren onaangenaam verrast bij het idee dat er in een mogelijke toekomst geen armen meer zijn om te helpen. ('Ik wil graag iets betékenen voor de minder bedeelden!')

 

2.       Armoede wordt bewust één dimensionaal benaderd.

              

In diezelfde prestatiemaatschappij geldt de hoogte van je bankrekening als de uiteindelijke maatstaf van je talenten en doorzettingsvermogen. Met andere woorden: als je weinig geld hebt, is het volgens de geldende, één dimensionale normen vrijwel uitgesloten dat je over talent en doorzettingsvermogen beschikt. Dit is niet alleen een geruststellende gedachte voor al die mensen die voldoende geld hebben om ‘een normaal leven’ te leiden (‘zie je wel, ik heb talent en doorzettingsvermogen’). Het sluit ook bij voorbaat de bedreigende, meerdimensionale gedachte uit dat arme mensen wel dégelijk over talent en doorzettingsvermogen beschikken, zij het dikwijls op terreinen waar welvarende burgers geen waardering voor op kunnen brengen (inschatten, improviseren, ontwijken, intimideren, enz.).    

 

Gevolg? Door armen louter één dimensionaal te benaderen, als financieel onsuccesvolle mensen, misken je al bij voorbaat alle kennis, kunde en talenten die ze wél bezitten en zal elk hulpprogramma, alleen al dáárom, de plank volledig misslaan.

 

3.       Armoede is een ijzersterk argument voor het bestaan van politiek.

 

In de denkbeeldige situatie dat alle burgers in onderling overleg en gesteund door data hun eigen bestaan naar volle bevrediging gaan inrichten, zullen beroepspolitici een harde dobber hebben om aandacht te trekken. Pas bij ‘rampen’ of ‘onrechtvaardigheden’ zijn burgers geneigd naar de politiek te gaan kijken. Om problemen voor hen op te lossen. Of scheve dingen weer recht voor hen te zetten. Het bestaan van een kansloze onderklasse, die zich rancuneus en/of agressief gedraagt, incorrecte ideeën aanhangt en geplaagd wordt door werkloosheid, is het beste argument voor de politiek om zichzelf in stand te houden. (‘Zonder ons breekt de hel los.’)

 

Gevolg? Politici houden de schijn op dat ze serieus werk maken van armoedebestrijding. Maar hebben niet de intentie (of pretentie) armoede daadwerkelijk terug te dringen of, in het uiterste geval, te elimineren. Armoede is een rijke ‘inspiratiebron’ om nieuwe plannen, concepten en programma’s op schrift te stellen en daarover vervolgens weer interviews te geven, die politici vooral zèlf op de kaart zetten. En niet de mensen om wie het hoort te gaan.  

 

Afbeelding / www.destadutrecht.nl

  

   

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel