Laat het armoedebeleid meer om geld draaien

10-9-2014 00:12

Door Hans van Willigenburg

Het armoedebeleid zit nog steeds gevangen in een stoffige, morele discussie. Mag je wel investeren in de armen? Beloon je armoede niet als je armen veel aandacht geeft? Moeten armen niet gewoon aan dezelfde regels voldoen als normale burgers? In een tijd dat iedereen teleurgesteld roept dat ‘alles om geld draait’ is het op zijn minst wonderlijk dat rendement en effectiviteit in het armoedebeleid nauwelijks een rol speelt: we betalen ons blauw aan armoedebeleid dat aantoonbaar niet werkt! Hoogste tijd voor een morele én financiële heroriëntatie.

 

Hoofdstuk 5: de logica van het geld helpt de armen meer dan de ambtenarij

 

Even een paar cijfers. Eén jaar jeugddetentie kost de belastingbetaler circa 250.000 euro. Een huisuitzetting om en nabij de 100.000 euro. En de uithuisplaatsing van een kind of jongere omtrent 50.000 euro per jaar. Dit laatste cijfer levert de onthutsende conclusie op dat een uit huis geplaatste jongere van achttien jaar in potentie zowat een ‘miljonair’ is, tenminste, als het gaat om in hem of haar geïnvesteerd overheidsbudget. En dan hebben we het nog niet eens over de kosten van gevangenissen, rechtbanken en allerhande politie-inzet, alsmede de opgetuigde boom aan overheidsorganen en hulpverleningsinstanties die zich professioneel zeggen met het onderwerp ‘armoede’ bezig te houden. Niet dat we, zeker na 2008, alle heil moeten verwachten van economen en de economische wetenschap, maar het is wél frappant dat we aangaande de kredietcrisis en de haperende welvaartsgroei ook nu nog aan de lippen hangen van ongeveer elke econoom, maar waar zijn diezelfde economen als het om peperduur en ineffectief armoedebeleid gaat? Nergens te bekennen!

 

Zou dat komen omdat we arme mensen niet (wensen te) zien als investeringsmogelijkheid, maar als tekort schietende individuen waarboven we ons op een prettige manier verheven kunnen voelen? En omdat dat zo prettig voelt graag wat extra belasting betalen om ze toch vooral arm te houden en via antieke maatregelen en traditionele loketten door een justitieel systeem heen te sleuren?

 

Vraag: hoe moreel hoogstaand is het eigenlijk om de armen te conserveren en niet over hen als  investeringsmogelijkheid te willen nadenken?

 

Denken in groei

Eén ding staat vast: als we als stad (of land) onvoldoende en niet slim genoeg investeren in armoedebestrijding en daarbij niet voldoende gericht zijn op groei in bredere zin – groei in vaardigheden, groei in zelfredzaamheid, groei in mentaliteit – zullen de maatschappelijke kosten, zoals hierboven geschetst, op zijn minst gehandhaafd blijven. Dat zou betekenen dat we én een geld verslindende bureaucratie in stand houden die de armoede niet aanpakt én, omdat het niet werkt, ook de maatschappelijke kosten van armoede (schooluitval, ziekte, criminaliteit, tienerzwangerschap, werkloosheid, etc.) blijvend op ons bordje krijgen.

 

In economische termen betekent dit, in wezen, een dubbele verliesrekening: de ‘fabriek’ van de armoedebestrijding levert zodanig slechte diensten af, dat de overheid, als straf voor haar ongemotiveerde financiering van diezelfde ‘fabriek’, nóg een keer in de buidel moet tasten om de gevolgen van de armoede te vergelden of aan het zicht te onttrekken. Deze toestand zou door elke econoom, kortom, eenvoudig ontmaskerd worden als volslagen bezopen en af koersend op een faillissement. Maar de (Rotterdamse) overheid is zo ver (nog) niet! Zoals in een eerdere aflevering van deze serie is beschreven, bevindt het denken over armoede in Rotterdamse bestuurskringen zich ongeveer op het niveau van 1980. Of misschien wel: 1960. Terwijl vele kansen zich inmiddels aandienen om armoede via individuele trajecten (met een modieuze term ‘maatwerk’) beter te bestrijden en mensen in een moeilijke situatie te laten groeien (de wetenschappelijke kennis daarover neemt snel toe), staat het denken over armoede bij de beleidsmakers, zo lijkt het wel, volkomen stil. Zij lijken bang voor uitgerekend datgene waar ze hun doel mee kunnen verwezenlijken: groei!

 

Creatie van bandbreedte

De ironie van de Rotterdamse situatie is dat het geld naar verouderde denkwijzen en gestandaardiseerde uitvoeringsorganisaties blijft stromen en dat instellingen en hulpverleners die met de individuele benadering van probleemgezinnen en               –jongeren wél resultaat boeken, moeten vechten voor hun budget. Hoe zou dat toch komen? En waar staat die huizenhoge muur, die bestuurders kennelijk zo gerieflijk afzondert van de logica van het geld? Hen een vrijbrief geeft om het tegen alle kennis van nu in resultaatloos rond te blijven strooien?

 

Een invloedrijke publicist die recentelijk nog uitgebreid schreef over armoedebestrijding is Rutger Bregman. In dit artikel op @decorrespondent houdt hij een boeiend pleidooi om armen ‘gratis geld’ te overhandigen, al was het maar – en hier overlappen onze visies – omdat die methode goedkoper en maatschappelijk effectiever is dan het via een kostbaar, ambtelijk apparaat en omgeven door regels en clausules naar diezelfde armen door te sluizen. Of geld weggeven alleen hét antwoord is, zoals Bregman suggereert, blijft echter discutabel. Het inmiddels bijna klassieke boek ‘Schaarste’ van de gezaghebbende auteurs Mullainathan en Shafir geeft aan dat ieder mens een bepaalde fysieke en mentale ‘bandbreedte’ nodig heeft om enigszins verstandig en met een lange termijn doel voor ogen te kunnen handelen. Die noodzakelijke ‘bandbreedte’ bestaat niet louter uit geld, maar ook uit tijd, sociale interactie, afwezigheid van stress, enzovoorts.

 

Geld verdienen met armoedebeleid

Hoe dan ook, op het (duurzaam) creëren van die ‘bandbreedte’ voor de armen zou een effectief armoedebeleid gericht dienen te zijn. De financiële ‘afrekening’ van zo’n duurzaam armoedebeleid – zeker afgezet tegen die van de huidige praktijk – kan met vertrouwen tegemoet worden gezien. Voorbeeld: slechts vier kinderen die niet een heel jaar in jeugddetentie hoeven en het eerste miljoen is binnen.

 

Lang leve de logica van het geld!

 

Dit is aflevering 5 van 'Het Feest Van De Praktijk', een serie over armoedebeleid met de focus op Rotterdam. Deel 1, 2, 3 en 4 kun je hier, hier, hier en hier lezen.

 

Afbeelding / www.mindmillion.com

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel