Monitor armoedebestrijding (2)

12-4-2016 11:40

Door Hans van Willigenburg

Hoe ziet de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding eruit?

Armoedebestrijding krijgt steeds meer aandacht, globaal én lokaal. Maar waar lees je wat nodig is om kwetsbare mensen vooruit te helpen, aangezien armoede niet louter een financieel probleem is maar, dieper liggend, een gedragsprobleem? Stadslog Rotterdam kreeg het vertrouwen om intensief in gesprek te gaan met HBO-studenten, die namens Bureau Frontlijn in professioneel teamverband arme Rotterdammers ondersteunen in het weer op orde krijgen van hun bestaan. Hoe lastig is het om ‘afgedwaalde’ burgers weer een minimum aan zingeving en orde te laten ervaren, zodat zijzelf en hun omgeving weer in een opwaartse spiraal terechtkomen? Helpen overheidsregels daarbij of staan ze oplossingen vaak in de weg? In de artikelenreeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ krijgt u aan de hand van betekenisvolle citaten een zeldzaam inzicht in de dag-tot-dag-praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. En, daarmee, in de koers die effectieve armoedebestrijding in zou moeten slaan.

CITAAT 6

‘ZELF PROBLEMEN HEBBEN GEHAD HELPT OM EEN EFFECTIEVE HULPVERLENER TE ZIJN’

Professionals kunnen veel weten, maar daardoor juist aan de kern voorbij gaan

‘Onze cliënten handelen vaak niet rationeel. Niet omdat ze dat niet kunnen, maar omdat het te druk is in hun hoofd om zaken uit elkaar te halen, tegen het licht te houden en vervolgens af te wegen. Als je zelf niet weet hoe dat voelt, als je zelf nooit de controle bent kwijtgeraakt, in paniek bent geweest of wekenlang moedeloos op een bank hebt gehangen omdat je niet weet waar je moet beginnen, is het niet onmogelijk maar wel moeilijker om met zulke cliënten een band op te bouwen. En resultaten te bereiken. Omdat ikzelf ook die stress heb gevoeld en een periode heb meegemaakt waarin ikzelf het overzicht miste, besef ik misschien meer dan anderen welke zware middelen er nodig zijn om iemand eruit te halen. En met zwaar bedoel ik: veel begrip en geduld opbrengen, veel tijd nemen om te luisteren, echt te luisteren, en accepteren dat je alleen kleine stapjes vooruit kunt zetten. Al deze vaardigheden hebben volgens mij weinig met diploma’s te maken, maar alles met je eigen geschiedenis.’     

CITAAT 7

‘TEAMS HEBBEN MEER KENNIS, MAAR BOEKEN NIET PER SE MEER RESULTAAT’

Mensen in de knel hebben niet altijd ruimte om meerdere professionals tegelijk in vertrouwen te nemen

‘Als er meerdere personen betrokken zijn bij het coachen van een gezin, is de kans groot dat er meer kennis aan boord is. Maar dat wil niet zeggen dat daarmee ook de kans op resultaten wordt vergroot. Ik heb van nabij gezien hoe resultaten die de ene hulpverlener boekt door de andere hulpverlener onbewust teniet worden gedaan. Wanneer iemand stress heeft, onder druk staat, zoals bij onze cliënten bijna altijd het geval is, moet je dingen eenvoudiger maken. Simpeler. Zodat de rust kan worden hersteld. En mensen het gevoel krijgen dat ze hun eigen lot weer kunnen bepalen. Mijn ervaring is dat je eenvoud en overzicht in een huishouden veel sneller realiseert als één iemand, plat gezegd, de baas is. Zodat het voor de cliënt duidelijk is tot wie hij of zij zich moet richten. Als er meerdere personen over de vloer komen, maakt dat zaken dikwijls niet eenvoudiger maar complexer. Dan ga je dus de verkeerde kant op.’

CITAAT 8

‘AANWEZIGHEID ALLEEN IS AL TOEGEVOEGDE WAARDE’

Kennis is overal, maar jouw aanwezigheid is uniek

‘Als mensen geen huis hebben of geen inkomen, dan heb je een stappenplan bij je om dat probleem voor ze op te lossen. Maar als je niet zorgt dat er minimale rust in een huishouden ontstaat en een minimum aan vertrouwen tussen jou en de mensen die je wilt helpen, heeft zo’n stappenplan geen enkele zin. Voorbeeld: er is een moeder die zich steeds opnieuw enorm opwindt over het make-up gebruik van haar dochter. Die make-up kwestie is de bron van een zich herhalend conflict, wat steeds weer uit de hand dreigt te lopen. En aanjager is van allerlei verspilling aan energie. Ik heb toen tegen die moeder gezegd “laat gaan, dat is gewoon pubergedrag”. Ik zeg niet dat ik met die ene opmerking in één keer hun problemen heb opgelost. Maar doordat ik dat zei en vervolgens heb verteld dat ik als puber ook zulk gedrag vertoonde, zag ik dat die moeder er minder zwaar aan ging tillen. Dat ze afstand kon nemen en er bij haar weer ruimte ontstond voor andere zaken dan je opwinden over de make-up van je dochter. Zo probeer je de sfeer in een huishouden in de goede richting bij te buigen. Niet door in de praktijk te brengen wat je op een school of een training geleerd hebt, maar gewoon, door jezelf te zijn en, in dit geval, een ervaring door te geven uit je eigen jeugd. Met andere woorden: alleen al je aanwezigheid is op dat moment een toegevoegde waarde.’

CITAAT 9

‘LAAT WETGEVERS EENS EEN PAAR DAGEN MET ONS MEE LOPEN’

Uit wetsteksten blijkt dat er geen realitycheck wordt gedaan omtrent situatie kansarmen

‘Dagelijks word je als hulpverlener geconfronteerd met het gapende gat tussen een wetstekst en de realiteit. Het lijkt wel of er in die wetten een type burger wordt aangesproken, die een kopie is van de burger die de wetgever zèlf is: iemand die vermoedelijk alles op orde heeft, altijd op tijd komt, snel kan reageren op eventuele problemen, steeds weet bij welk loket hij zich moet melden en altijd de beschikking heeft over vervoer om van A naar B te komen. Simpel voorbeeld. Als je mensen via de wet verplicht om een taalcursus te volgen, maar je geeft verder geen enkele aanwijzing of treft enige voorziening om de taalcursus voor die doelgroep dichterbij te brengen, moet je niet vreemd opkijken als er een lage opkomst is. Dan kun je heel hard roepen, met de wet in je hand, dat iets móet, maar dan gaat het niet gebeuren. Als wetgevers eens een paar dagen met ons mee zouden lopen, zouden er vermoedelijk heel andere wetsteksten geschreven worden. En zou er beter worden nagedacht over wetsuitvoering.’        

CITAAT 10

‘HET FANTASTISCHE GEVOEL HET VERSCHIL TE MAKEN’

Meer voldoening dan bij gewone kantoorbaan

‘Aan het einde van werkdag heb je niet dat knagende gevoel: heeft het nut gehad wat ik vandaag deed? De winst kan in hele kleine dingen zitten. Om mensen zelfstandig een administratie te laten bijhouden, kan heel lang duren. Maar als je merkt dat mensen de post van een week niet meer in een hoek hebben gesmeten, maar ineens keurig op stapeltjes hebben gelegd, kun je daar ontzettend blij van worden. Ja. Misschien belachelijk… Blij worden van verschillende stapeltjes brieven. Maar tóch ervaar je dat dan als een wezenlijke stap vooruit.’ 

Voor de reeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ zijn een zevental studenten en twee leidinggevenden van Bureau Frontlijn geïnterviewd, ten einde een beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. De citaten zijn eind geredigeerd en vormen soms een samentrekking van twee of drie observaties van één of meer afzonderlijke studenten en/of leidinggevenden. Aan deze productie werkten mee: Nairis Olbin, Emmeline Varela, Ella Paesch, Esra Boray, Stefanie Aldenhoven, Vildan Kaya, Marina Hoekman, Natalia Fandino Media en Bibi Hoosein.

De volgende (derde) aflevering van deze artikelenserie vind je hier

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel