Rotterdam: zee van verhalen of data-analyses?

7-7-2015 12:29

Door Hans van Willigenburg

Big data als vervanging van Het Gesprek is sociaal rampenplan  

 

Is het raar dat Rotterdam met haar iconische bouwprojecten triomfen viert in de internationale glossy’s en tegelijkertijd op alweer een verkeerd lijstje, De Eenzaamste Stad Van Nederland, bovenaan staat? Nee. Zeker niet als Woonstad Rotterdam in de uitnodiging voor Stadsdebat 2015 suggereert dat gesprekken met bewoners vervangen kunnen worden door ‘big data’. Na financiële dwaalwegen lijkt de corporatiewereld dus ook sociale dwaalwegen in te slaan, want bleek niet juist uit dit verhaal hoe belangrijk het is Excel-sheets opzij te schuiven en te blijven kijken en lúisteren naar de werkelijkheid?  Verslag van vals optimisme en een groeiende denkfout, waar de armoede door toe zal nemen. 

 

‘Moderne armoede is onvergelijkbaar. Het is niet, zoals hiervoor, het resultaat van natuurlijke schaarste, maar een systeem van prioriteiten die de rijken opleggen aan de rest van de wereld.’

                                                                                                                           John Berger (1926-….)

 

Op het ogenblik wordt Rotterdam in snel tempo rijker én armer. De bestuurders en de zakenlieden in de stad benadrukken, niet geheel toevallig, de recente ‘succesincidenten’ van vers opgeleverde projecten als De Markthal, het Centraal Station en De Rotterdam (al valt er op dat succes behoorlijk wat af te dingen, maar dat bewaren we nog even). Dat deze ‘succesincidenten’ in onze stad de neiging hebben steeds maar weer over gebouwen te gaan en veel minder vaak over mensen, nou ja, daar moeten we in de marketing gedreven denktrant van de ‘business class’ niet te moeilijk over doen: architectuur is in de globaliserende markt nu eenmaal ons USP (‘Unique Selling Point’). En zei werkgeversbaas Hans de Boer (VNO-NCW) niet onlangs verlekkerd bij Wakker Nederland dat het een simpele kwestie van handen uit de mouwen is? En dat elk nieuw prestigeproject in Rotterdam  goed is voor tienduizenden extra overnachtingen en duizenden extra banen? Dubbele winst! Zijn achterban slaat lekker aan het bouwen. En de ‘labbekakken’ die nu nog thuis zitten, kunnen aan de slag – als vervangbare figuranten in die onvervangbare prestigeprojecten die inmiddels door zowat elke glossy van enige naam als wonderen van modern vernuft en creativiteit tentoon zijn gespreid.

 

Legendarische architectuur, legendarische armoede

Het achterliggende idee van de ‘business class’ (politici, bestuurders, corporaties, zakenlieden, overige managers) is duidelijk: wij bepalen, wij creëren, wij investeren, wij plannen, wij regisseren, wij gloriëren (is het niet met de gebouwen zelf, dan wel met de 'fuzz', annex festivals, die we eromheen organiseren) . De rest volgt wel. Deze Rotterdamse arrogantie en gerichtheid op hardware is niet nieuw,  ze is in zekere zin ‘legendarisch’ omdat het ons onderscheidt van steden als Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Maar, helaas, net zo ‘legendarisch’ is de omvang van de armoede en de uitzichtloosheid in deze stad. Zo zijn er (nog steeds) 100.000 laaggeletterden in Rotterdam (waarvan 35.000 analfabeet), 120.000 Rotterdammers (60.000 gezinnen) op bijstandsniveau, en 30.000 van die gezinnen zitten zelfs nog ónder datzelfde bijstandsniveau. Geen wonder dat bijna 40.000 kinderen (om precies te zijn: 38.400) ook nu nog in omstandigheden opgroeien ‘onder het armoedeniveau’ (bron: Bureau Frontlijn). Vraag: wat heeft de ‘business class’ voor antwoord op deze steeds hardnekkiger wordende ‘kerngroep’  van kanslozen? Of is het genoeg een glossy te verspreiden over de uitgekauwde succesincidenten van de stad? En, simpelweg, de ogen te sluiten voor de cijfers hierboven, net zoals je even gas geeft als je in een Amerikaanse stad door een mindere buurt rijdt? Dat de politie momenteel alarm slaat over teruglopende budgetten waardoor ze ‘minder in de wijken’ aanwezig kunnen zijn, is een veeg teken aan de wand.

 

Big data verdringt Het Gesprek

Te denken dat de Rotterdamse ‘business class’ geen enkel geweten zou hebben, eenzijdig naar de wereld kijkt en mensen doelbewust in de armoede stort, zou simplistisch zijn.  De werkelijkheid is subtieler. Maar ook gruwelijker. De groeiende invloed van ‘big data’ op de  bestuursstijl van bedrijven en overheden heeft tot gevolg dat succesincidenten de leidraad dreigen te worden en ‘verhalen’ (ook die van bewoners) niet meer als serieuze inspiratiebron worden gezien, maar als een onbetrouwbaar genre, dat in het slechtste geval vooroordelen en/of waardeoordelen genereert die succesincidenten alleen maar in de weg zitten. Prachtig maar macaber voorbeeld van dit nieuwe type uitsluiting is het debat dat de corporatie Woonstad Rotterdam op 1 oktober zal organiseren. ‘Wie weet eigenlijk nog waar de wijk begint en eindigt? En wat doet het ertoe?’ staat er te lezen in de uitnodiging. Om even later nog wat feller uit te halen naar alles wat riekt naar betekenisgeving en storytelling: ‘Waarom houden we zo vast aan anachronistische, ideologische gevoede uitgangspunten in een tijd waarin oplossingen “evidence based” horen te zijn?’. De tekst vraagt zich openlijk af of wijken geen fictieve begrippen zijn geworden en alleen ons (steeds mobielere) netwerk van vrienden, familie en digitale contacten, alsmede de (tijdelijke) portiek en de (tijdelijke) straat waarin we wonen de pretentie mag hebben ‘te bestaan’. 

 

‘Gated communities’, soort-zoekt-soort

Ofwel: alleen wat zich door het filter van onze communicatielijnen bij ons meldt en waar al of niet op verzoek mee wordt gecommuniceerd, is relevant. De rest is moralisme, ideologie, ouderwets, anachronistisch, gezwets.  Zo luidt op zijn minst de suggestie. ‘Als online winkels precies weten wat de consument wil door het gebruik van big data, waarom blijven wij dan werken met achterhaalde bewonersenquêtes?’ vraagt Woonstad Rotterdam zich in dezelfde tekst af.  Hier ontvouwt zich, open en bloot nog wel, de onttakeling van samenhang en verantwoordelijkheid. Waarom bewoners iets vragen, als zender serieus nemen, wanneer hun gedrag verraadt ‘hoe zij denken’? Woonstad kondigt niet voor niets hoogleraar Maarten van Ham aan, ‘die vraagtekens plaatst bij het vanzelfsprekende streven naar gemengde wijken’. De tekst zegt: ‘Waarom moet dat eigenlijk? Voor welk probleem is mengen een oplossing?’ Dit type vraagstelling suggereert dat het soort-zoekt-soort-principe, denk aan ‘gated communities’,  de toekomst heeft en dat er voor de overheid geen taak meer is weggelegd daar een correctie op te plegen. Want dat is natuurlijk een uiting van het verfoeide… moralisme!

 

Het volgende drama, na de derivaten?

Wie webwinkels als voorbeeld stelt, is niet van plan levensomstandigheden te verbeteren, mensen te ontwikkelen of hun verhaal serieus te nemen, maar om ze aan de hand van computergegevens, niet-ideologisch en met louter standaardpakketjes, ‘te bedienen’. Je hoeft geen helderziende te zijn om te begrijpen dat deze benaderingswijze hét recept is om de eenzaamheidsquota van het toekomstige Rotterdam ‘sky high’ te laten oplopen.

 

Zullen woningcorporaties na het financiële gif van de derivaten het sociale gif van de webwinkel-filosofie over ons uitstorten? 

 

Afbeelding / www.consultechservicesinc.com

 

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel