Drugshonden en verkeersdoden

7-3-2016 21:02

Door Michelle van Dijk

‘Ik vertel het de kinderen niet.’

‘Nee?’

‘Daar worden ze bang van.’

Ik blijf wakker liggen en herhaal alles in gedachten. We keken naar River, weer een Netflix-serie, niet slecht, wel aardig, ja, we waren aangenaam verrast bij de eerste aflevering, een typische BBC-serie, die politieagente had zo’n bekend gezicht (Cold Feet?), Londen herkenden we alsof we naar Flikken Rotterdam zaten te kijken, want we waren vorig jaar nog vier dagen in Londen en dan ken je een stad, ja toch? We zaten middenin de tweede aflevering, de hoofdpersoon was ons al vertrouwd, het was allemaal nog wat raadselachtig, dus we letten goed op en buiten stuiterde een auto over een drempel. Of dat dacht ik.

‘Hoorde je dat?’

‘Ja. Een auto ging over een drempel. Met wat lading achterin.’

Hij stond toch op om te kijken. Ik heb een relativerend gehoor, ik noem het ook wel een grotestadsgehoor. Het kan ook beroepsdeformatie zijn: als je lesgeeft, moet je leren heel veel geluid te negeren, anders word je gek. In mijn vorige straat werd een keer geschoten en ik zwoor dat het vuurwerk was. Maar echt vuurwerk hoor ik niet eens. Mijn kinderen moeten heel lang gillen voor ik de ehbo-trommel pak. En een klap op straat is een automobilist die z’n lading wat beter vast had moeten zetten – los het zelf maar op.

‘Er ligt iemand.’

‘Wat?’

‘Er staat al iemand te bellen.’

‘Maar wordt hij geholpen?’

‘Nee.’

Ik trok mijn schoenen aan en pakte m’n sleutels. In die halve minuut vroeg ik twee keer of hij er nog lag. Ja sorry, maar het was pokkekoud en ik verwachtte nog steeds dat er niets gebeurd was en ik dacht nog aan River, de politieagent.

Ik liep naar hem toe, knielde bij hem neer en vroeg wat er was en hoe hij heette. Hij had pijn en hij heette Fouad. Er waren wel al twee anderen aanwezig bij hem: een jongeman, dezelfde leeftijd als Fouad, zijn vriend, dacht ik. Ze leken een beetje op elkaar. En een vrouw, ooggetuige.

Ik zag nergens bloed, hij was bij bewustzijn, hij was helder, hij kon zijn lijf nog behoorlijk bewegen, ook al zeiden wij dat hij maar rustig moest blijven liggen. Ik had geen idee wat we verder moesten doen. Ineens waren er ook een verpleegkundige en dokter uit de buurt naar de plek gekomen. Zij deden ook niets anders dan vragen stellen. Fouad vond dat maar vervelend. ‘Ja, ik heb pijn! Natuurlijk heb ik pijn! Mijn been man, mijn been! Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren?! Ik heb dit nog nooit meegemaakt!’ Sommige mensen raken bij een ongeluk in shock en zeggen niets meer. Of ze gaan lopen op een gebroken been. Deze jongen begon te praten. Hij vertelde dat hij ook nog MS had. En dat hij vroeger profvoetballer wilde worden. En moest dat nou nog lang duren, die ambulance? Want hij had pijn. Ik mocht hem wel, die Fouad.

Ondertussen begreep ik dat de jongeman helemaal niet zijn vriend was, maar de automobilist die hem op het zebrapad had aangereden. Wat een vooroordelen, dacht ik nog bij mezelf, dat ik denk dat de twee getinte jongens die ik hier tref per se vrienden moeten zijn. Ze leken ook helemaal niet op elkaar. Inmiddels konden we Fouad geruststellen: we zagen blauw licht in de verte. Het was nog steeds pokkekoud, maar nu voelde ik het pas.

We keken nog twee afleveringen River om de adrenaline weer te laten zakken, om de schrik uit het lijf te krijgen en daarna dacht ik nog lang na over Fouad de prof die nog nooit een ongeluk had gehad en ik besloot het mijn kinderen niet te vertellen, want ze zouden niet meer durven oversteken en alles wat we willen is zonder angst leven, zonder angst opgroeien en ik zou dus niet degene zijn die ze deze nieuwe angst in de oren zou fluisteren, maar in mijn hoofd klonk het gefluister wel, hoe veilig is deze weg, hoe veilig is dit zebrapad voor mijn deur, hoe veilig is dit leven, dood gaan we allemaal, maar niet nu, niet hier, niet bij dit huis, dit is mijn mooie, nieuwe, huis, waar het leven goed is.

Nog geen week later opnieuw oranje en blauw licht in de woonkamer. Fiets + auto, een stukje verderop in de straat. En weer een week later wordt de hele straat afgezet. Mijn woonkamer is blauw. Ik heb collega’s op bezoek en we kijken allemaal naar buiten. Eén auto staat in een politiefuik. De drugshonden staan al klaar. Ik kijk er al niet meer van op, maar ergens in m’n achterhoofd vraag ik me toch af of ik dit had kunnen voorzien. 

Heeft Funda ook een filter ‘drugshonden en verkeersdoden’?   

Rubriek Hier woon ik

Michelle van Dijk

Michelle van Dijk rolde in de jaren negentig door de gangen van het Marnix Gymnasium, haalde daar een papiertje en begon in Leiden een studie Nederlands. De beste studie die je maa...

Bekijk profiel