Inductiekoken, tssss....

21-1-2014 10:09

Door Michelle van Dijk

Oriënterend kijkje in het Justus van Effenkwartier

Ik stond voor Jan Lul bij het woonpunt, zo leek het. Het heette een ‘open middag’, maar er was niets open en er was niemand in de buurt. Op het treurige pleintje trapten kinderen de bal naar alles behalve een voetbaldoel: fietsers, huizen, voorbijgangers. Ik belde de makelaar: ‘Hallo, ik sta hier bij het Justuskwartier.’ ‘Ja, ik zie u staan. Ik kom eraan.’

Even later liep ik met de makelaar mee het Justus van Effenkwartier in. De makelaar was een jonge vrouw van wie ik niet zo gauw een huis van drie ton zou kopen, maar misschien oordeelde ik nu te snel over haar leeftijd. Wat kon zij weten van huizen kopen? Zou ze zelf een koophuis hebben? Maar ik zou niet oordelen. Of alleen over het huis.

De zon scheen in het Justuskwartier. Het huizenblok stond daar strak gerenoveerd te stralen in het zonlicht, de gele bakstenen waren gemaakt voor de middagzon, het gras lag er fris groentjes bij en er woonde nog niemand, het leek het paradijs op aarde.

‘Kun je hier met je auto komen?’

‘Binnen de poorten? Nee.’

Ik zag Bas-tassen vol boodschappen die ik van de auto naar de voordeur moest slepen.

‘En waar is de keuken?’

‘Op de eerste verdieping.’

Die Bas-tassen moesten verdomme nog naar boven ook, daar koop je toch geen vierlaags herenhuis voor?

De makelaar zei dat ze de huurders moest spreken, ‘kijkt u maar even rustig rond.’ Ik probeerde alle deuren, trappen, kamers, maakte overal foto’s van en probeerde wijs te worden uit dit huis. Zie je, dit is wat ze hebben gedaan: van ieniemieniekleine huisjes uit de jaren twintig maakten ze grotere woningen, tot wel vier keer één ieniemieniehuisje een groot herenhuis werd. Maar dat huis heeft dan wel vier buitendeuren, dat vond ik lollig. Dat je veel fantasie nodig hebt voor de indeling, vooruit. Een nogal simpele keuken voor zo’n groot huis – op de eerste verdieping: tja.

Even later sprak ik de makelaar weer, die het alweer of nog steeds druk had met de huurders. Doordat ik die gesprekken afluisterde, wist ik inmiddels dat alle woningen in het Justuskwartier aangesloten zijn op stadsverwarming. Geen gas in huis, geen cv-ketel. Koken op inductie en tot in de gloria bellen met Eneco om te zeiken over krankzinnig hoge rekeningen. ‘Nee hoor, dat is tegenwoordig helemaal niet meer zo,’ zei de makelaar. ‘Het verbruik is juist minder.’ Ja, maak dat je moeder wijs. Die betaalt waarschijnlijk jouw energierekening. ‘Je betaalt alleen voor je eigen gebruik,’ zei ze nog eens. Ja. Maar dan wel de hoofdprijs om de bazen van Eneco op hun plek te houden, niet dan? Oké, ik kan gewoon niet koken op inductie. Laat ook maar. Pff.

Ik keek nog eens naar het huis. Geen tuin, een binnenhof. Moet je je buren wel leuk vinden. En waar laat je de fietsen dan?

Het was natuurlijk wel chic geweest, het Justuskwartier. Het ligt dan wel in Spangen, maar volgens Wikipedia was dat in de jaren vijftig, zestig een ‘nette wijk’ (jeweetwel, in de dagen dat Sparta nog eens landskampioen werd). En Justus van Effen was de eerste Nederlandse columnist, dat vind ik als schrijver dan wel leuk, maar wie weet dat nog? Juistem, mevrouw de makelaar vast niet. Zij legde aan de huurders nog eens de regels uit en ik fietste weg.

Inductiekoken, tssss....

 

Rubriek Koper zoekt huis

Michelle van Dijk

Michelle van Dijk rolde in de jaren negentig door de gangen van het Marnix Gymnasium, haalde daar een papiertje en begon in Leiden een studie Nederlands. De beste studie die je maa...

Bekijk profiel