Paradijs of parkeerterrein?

4-7-2015 16:38

Door Hans van Willigenburg

Deelbelangen binnen gemeente dreigen groene oase te verpletteren

 

'Een paradijsje, niet?' zegt een buurtbewoner, wijzend naar de Carnissetuin, op steenworp afstand van Zuidplein. Directeur Arjan van Kralingen van het naast gelegen Hoornbeeck-college (MBO) is het er volledig mee eens: 'Elke keer als ik uit het raam kijk, zie ik hoe prachtig die Carnissetuin is en met wat voor liefde er door vrijwilligers aan wordt gewerkt.’ Tegen wil en dank, zo suggereert hij, zal zijn school het einde van de tuin inluiden. Want doorgaan met achttienhonderd leerlingen in een gebouw dat ooit voor zevenhonderd vijftig studenten werd ontworpen, is ondoenlijk. ‘We hebben het stuk grond van de Carnissetuin toegewezen gekregen van de gemeente. In de onderhandelingen zijn alle andere opties voor uitbreiding, helaas, stuk gelopen.’

 

Bloeiende bron voor buurt en biodiversiteit 

De Carnissetuin is een begrip in de wijk Carnisse en omliggende buurten. Generaties bewoners hebben er een volkstuin gehad. En nu het door Creatief Beheer (motto ‘landleven in de stad’) sinds enkele jaren als gemeenschapstuin is door ontwikkeld, heeft het zijn bestemming gevonden als bloeiend broeinest van lokale tuinbouw, biodiversiteit, buurtlunches, milieu educatie en spelende peuters. Zevenentwintig multiprobleemgezinnen volgen er onder meer een cursus ‘tuin coaching’, wat zoveel betekent als dat ze, door te werken in de tuin, opnieuw leren gezamenlijk iets te ondernemen en onderling vertrouwen op te bouwen. Wroeten in de aarde helpt die gezinnen, volgens arts en Creatief Beheer-oprichter Rini Biemans, beter dan de officiële hulpverleningstrajecten. ‘Uit alle onderzoeken blijkt dat beweging en ontmoeting meer gezondheidswinst en meer arbeidsmarktperspectief opleveren dan praten met een hulpverlener.’ Liefkozend noemt Biemans de Carnissetuin dan ook een ‘healing garden’, niet alleen voor de vrijwilligers en probleemgezinnen die er actief zijn, maar ook voor de overheidsfinanciën.

 

Ambtenaren werken tegen elkaar in

Volgens professor Loorbach, directeur van DRIFT, ‘Onderzoeksinstituut voor Transities’, is het mogelijke verdwijnen van de Carnissetuin ten bate van schoolgebouw en parkeerterrein een staaltje bestuurlijke ironie. ‘Als er nou één plek is waar de bejubelde participatiemaatschappij aan het ontkiemen is, is het op plekken als de Carnissetuin. Diverse moeilijk bereikbare groepen krijgen daar de ruimte zich te ontplooien. Hun eigen stukje grond te bewerken. Zelf initiatief te nemen.’ Ondertussen zit de overheid in een volledige spagaat. Loorbach: ‘De ene ambtenaar werkt zich uit de naad om meer cohesie en betrokkenheid in een prachtwijk te stimuleren. De ander zit één afdeling verderop, is gebonden aan een financiële taakstelling en wil die gronddeal met het Hoornbeeck-college ondanks alles afsluiten.’        

 

'Onze afwegingen lopen niet altijd parallel'

Het lijkt erop dat de Sector Vastgoed binnen de gemeente Rotterdam  inderdaad voor het geld kiest. De grondverkoop aan het Hoornbeeck-college staat al voor een flinke geldsom in de boeken. Woordvoerder Frank Vermeulen doet geen moeite het deelbelang te ontkennen: ‘Dat wij eigen afwegingen maken die niet altijd parallel lopen met wat andere onderdelen binnen de gemeente nastreven, is duidelijk.’ Hij wil het nog sterker uitdrukken: ‘Dat is een open deur.’ Gevolg? De huurovereenkomst wordt simpelweg opgezegd en de Carnissetuin verdwijnt.

 

Weg is weg!

Andere partijen voelen nog schroom de ‘healing garden’ moedwillig de nek om te draaien, het Hoornbeeck-college voorop. ‘We gaan ons sterk maken voor een nieuwe plek,’ zegt Van Kralingen. ‘Zodat de sociale en educatieve functies van de tuin behouden blijven.’ Ook verplaatsen getuigt van weerzinwekkende arrogantie vindt desondanks een vrijwilliger van de Carnissetuin: ‘Alsof wat we hier hebben opgebouwd, op deze vruchtbare grond, zomaar te verplaatsen is! Weg is weg.' Medevrijwilliger Annelies Groen durft te beweren dat de tuin haar leven heeft gered: ‘Hier heb ik rust en eigen waarde terug gevonden. En kan ik iets betekenen voor de buurt. Alleen al door het toegangspad vrij te houden, draag ik eraan bij dat kinderen hier komen spelen, ravotten, gillen.’

 

Afbeelding / www.tuinmanincarnisse.nl

 

Dit artikel verscheen in iets ingekorte vorm in NRC Handelsblad van 26 juni

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel