Horizon

21-7-2013 00:38

Door Stefan van Hoek

Prachtblog over Frank Taal, multiple sclerose & oude vriend Henk

 

Ongeveer een jaar geleden liep ik over de Nieuwe Binnenweg, op het stuk tussen het Eendrachtsplein en de Mathenesserlaan, ter hoogte van EssieDarling, maar dan aan de overkant van de straat. Waarom deze precieze situationele informatie, zult u zich wellicht afvragen. Eenvoudig: ik heb jaren lang over stedenbouw en architectuur geschreven, en ben daardoor nogal gewend geraakt aan het principe ‘zo strikt als mogelijk, zo vrij als noodzakelijk’. Ook wel: ‘van afwijkingen op de bouwtekening gaat de douche zich maar op het balkon bevinden’ zoals een wijsheid uit de aannemerij, die ik ter plekke verzin, zou kunnen luiden. Bovenal: ik ben een ongelooflijke zeikerd en een oeverloze ouwehoer.

  

Ik was onderweg naar Galerie Frank Taal in de Van Speykstraat, waar ik de honneurs waar zou nemen en de rol van loco-Frank Taal zou spelen. Frank Taal – je vraagt je toch af hoe hij op de originele naam voor zijn galerie is gekomen – en zijn compaan Leo de Bie waren naar Duitsland om er – hoe is het toch mogelijk? – Berlijn en – al stukken origineler – Leipzig aan te doen om in kunst te handelen. Hun reizen doe ik per definitie af als ‘belangrijk doen’. Zo voorzie ik in mijn behoefte te denigreren en alles naar beneden te trappen wat zich rondom mij afspeelt. Makkelijker nog: het ontslaat me van iedere inspanning me werkelijk te verdiepen in waar anderen mee bezig zijn.

  

Ikzelf had Frank Taal aangeboden op de winkel te passen. Zo had ik de gelegenheid in alle rust aan Stadslogstukken te schrijven en aan mijn eigen project Dit Was Mijn Nieuws te werken. Frank hoopte vanzelfsprekend dat ik geen moment rust zou kennen, doordat het storm zou lopen met museumdirecteuren en kunstaanschaffers. Ik vertelde hem dat dat vast zo’n vaart niet zou lopen: ik zou de deur op slot houden.

  

In de verte zag ik, ongeveer ter hoogte van de pure cultnachtuitspanning Will’ns & Wetens – ik liep immers op de stoep van de Nieuwe Binnenweg, weet u nog? – een oud mannetje voortgeduwd worden in een invalidewagen door een wat jongere vrouw. Eenmaal genaderd schrok ik me wat men vroeger wel ‘het apelazarus’ of ‘een hoedje’ noemde, maar wat tegenwoordig gewoon ‘de kanker’ heet. Het bejaarde mannetje, dat wezenloos voor zich uitkeek, bleek een oude vriend te zijn, in werkelijkheid twee weken na mij geboren. De wat jongere vrouw achter de kar was zijn moeder. De rest van de dag was ik zo onder de indruk van de aanblik dat er van schrijven niets meer terechtkwam en dat ik de deur van de galerie de hele middag open hield.

 

Via zijn moeder kwam ik te weten dat mijn oude vriend, laat ik hem niet ‘Gaston Johannes Rinus’ noemen, want dat bekt vrij moeilijk, dus maar gewoon ‘Henk’. Dat Henk lijdt aan multiple sclerose. Hij was opgenomen in verpleeghuis Antonius aan de Nieuwe Binnenweg. Daar was nog één voordeel aan: die locatie was op nog geen vijf minuten lopen van mijn grot aan de Eendrachtsweg. Voor de rest: verdomd weinig voordelen. Henk beschikte nog over slechts tien procent van zijn gezichtsvermogen en zou naar alle waarschijnlijkheid de rest van zijn leven invalide zijn. Hij mocht maar een beperkt aantal uren per dag zijn bed uit. Dan moest hij de verpleging waarschuwen, werd hij met een hefapparaat uit bed getild en in zijn rolstoel gezet. Een ritueel dat op zich een hele ingreep lijkt, maar waar zelfs ik binnen niet al te lange tijd wel aan gewend zou zijn. Het hefapparaat was een verdomd handige machine en de verpleging ging er bedreven mee om.

  

Eenmaal vroeg ik hem of hij er nog wel wilde zijn, omdat ik mezelf afvroeg of ik het leven in zijn situatie niet ál te karig zou vinden, aangezien ik het mijne al als onvoldoende beschouw. Zijn antwoord was zeer gedecideerd: ja, hij had nog voldoende om voor te leven. Hij kon nog spreken en nog schrijven, dus reden te over. Het feit dat hij nauwelijks nog zicht had, vond hij vele malen erger dan dat hij niet meer kon lopen. Zijn benen waren slechts twee lichaamsdelen extra, waaraan de verplegers zich konden vertillen als ze hem vanuit het hefapparaat in zijn rolstoel of bed probeerden te krijgen. Die benen zaten eigenlijk alleen maar in de weg, waren non-functionele wormvormige aanhangsels geworden. Aanhangsels waaraan hij met fysiotherapie zijn energie stond te verspillen. Er trad wel enige verbetering in hun functie. Tot lopen zou hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit meer komen. Of er moest zich een wonderbaarlijke doorbraak in de behandeling van MS voordoen. Een gebeurtenis die nauwelijks voor te stellen was, voordat ie daadwerkelijk geschiedde.

  

Nee, dan zijn ogen. Daar school zijn belang in. Als hij nu wilde schrijven, was Henk gedwongen dat in zeer grote letters op papier te doen. De papieren moesten aaneen in een schrijfblok zitten. Raakten ze los dan werd het een zooitje, waar hij al snel niet meer, of met alle mogelijke moeite nog net uitkwam. Vervolgens moest zijn moeder het geschrevene in een Word-document typen. Bijkomstige moeilijkheid was dat zijn vingers niet honderd procent meer functioneerden. Schrappen en herformuleren waren een heidens, zo niet onmogelijk karwei geworden. Aangezien zijn ogen te slecht waren, was ook werken met een laptop geen optie. Dus cut-paste was in zijn toestand onmogelijk. Noch had hij de beschikking over een delete-, noch over een backspace-toets. Zijn behandelaars hadden hem al meermaals aangeboden gebruik te maken van een voicerecorder, zich onbewust van het feit dat die nog een stap extra in het schrijfproces zou opleveren. Dan moest er van spreektaal weer schrijftaal worden gemaakt. Die zou hij dan weer met zijn dinosaurushanenpoten in zijn schrijfblok moeten noteren, waarna zijn moeder er alsnog mee aan de gang kon.

 

Gisteren zocht ik Henk weer eens op. Hij woont tegenwoordig in verpleeg- en verzorgingshuis Akropolis, aan de rand van Rotterdam, in de wijk 110Morgen, in deelgemeente Hilligersberg-Schiebroek. Eenmaal in zijn kamer kwam ik tot de ontdekking dat ik in alle haast mijn brood had vergeten en ontfloepte mij een stevig ‘krijg de kanker’. Hij vond het een overschatte krachtterm. Kanker was inmiddels min of meer een telkens terugkerende aandoening die – mits goed in de gaten gehouden – even zovele keren weer werd weggelaserd, -gebrand, -gesneden of -gechemokuurd. ‘Krijg de MS,’ zou stukken krachtiger zijn. Vervolgens begon hij te huilen.

  

’s Ochtends had hij in zijn rolstoel in de tuin zitten roken. In weerwil van zijn slechte zicht had hij nog kunnen waarnemen dat er een kist voorbij hem werd gedragen, die achterin een lijkwagen werd geladen. Toen hij eenmaal terug op zijn kamer was gekomen, had de verpleging hem verteld dat een vrouw van zijn afdeling was overleden. Net als hij was ze MS-patiënt. Ze was in haar slaap gegaan. In alle rust.  Wederom vroeg ik hem of hij nog wel zin in het leven had. Met gebroken stem en betraand gezicht antwoordde hij bevestigend. In zijn op het westen gerichte kamer, op de twaalfde verdieping van Akropolis, kon hij de zon onder zien gaan. Daar was in Antonius aan de Nieuwe Binnenweg geen sprake van geweest. Daarnaast kon hij ook het groen van de bomen waarnemen, circa vijfhonderd meter verderop.  ‘Alleen als de dagen korter worden, slaat door de duisternis de paranoia toe en denk ik dat ik blind word,’ zei hij.

  

Voor de verandering voelde ik een keer geen enkele lust tot denigreren of om me heen trappen.

 

Dit blog werd geschreven in opdracht van kevinlaurencesnel@gmail.com, die als sleutelwoord 'Horizon' opgaf

 

Afbeelding / Stefan van Hoek

(Uitzicht vanaf 12e verdieping Akropolis)

Rubriek Bestel je eigen blog

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel