De ergerlijke slordigheid op het raam van De Oude Sluis

5-7-2012 11:06

Door Daniël Dee

Laat ik vooropstellen dat ik met plezier in De Oude Sluis kom. Ondanks het feit dat ze geen pinautomaat hebben, drink ik daar toch graag een biertje of twee, drie, vier, vijf, zes – goh, is het alweer zo laat, nou, nog eentje dan, maar niet om het af te leren. Ik behoor niet tot de vaste stamgasten, er is daar niemand die mijn naam kent en dat hoeft ook niet, want ik heb geen boodschap aan die valse romantiek, maar wanneer ik er eenmaal ben, is er altijd wel iemand waar ik een gesprek mee aan kan knopen. Dat die gesprekken negen van de tien keer over sport gaan, neem ik met liefde op de koop toe.

Er is echter een ding dat me mateloos ergert en dat is het gedicht Delfshaven op het raam naar het terras.

 

Delfshaven

 

In Delfshaven liep ik menig middag rond

op zoek naar wat ik nergens anders vond

op zoek naar oudheid en monument

op zoek naar kroegen waar iedereen je kent

 

Delfshaven zo mooi maar ook zo vaak vergruisd

de deelgemeente waar heel Rotterdam 't pad kruist

Delfshaven met Gommers, Ooievaar en Oude Sluis

het mooie Delfshaven daar voel ik mij thuis.

 

Menno Smit

 

Het is niet dat ik me erger aan het pathetische gehalte of de clichés in de tekst. Dat is allicht een kwestie van smaak. En het is ook niet dat ik me telkens na lezing van de eerste strofe afvraag of de dichter alles vindt wat hij opsomt of dat hij nog steeds zoekende is, dat ik me zo erger. Evenmin erger ik me aan het zwalkende metrum. Het gaat mij om de eerste regel uit de tweede strofe. Of beter gezegd het laatste woord van die regel: 'vergruisd'. Elke keer denk ik dan: 'Is Delfshaven werkelijk zo vaak verpulverd? En door wie dan? En waarom? En hoe kan het dat juist hier historische huizen staan als het continu vergruisd wordt?' Ook het beeld van nierstenen krijg ik niet uit mijn hoofd.

Ik neem aan dat de dichter 'verguisd' bedoelt. Zou iemand van De Oude Sluis alsjeblieft die fout kunnen herstellen. Ik kan die slordigheid niet langer aanzien. De fout schreeuwt in mijn gezicht, met de nodige sputum vlokken, dat de dichter zijn werk niet serieus neemt. En daarmee benadeelt hij de reputatie van alle dichters, want hij bevestigt daarmee dat alle dichters lakse klaplopers zijn. Die onzorgvuldigheid getuigt gewoonweg van disrespect voor de taal.

Toen ik mijn vrouw dit stukje liet lezen zei ze: 'Joh, je eigen teksten wemelen ook van de taal- en tikfouten. Je zou 'snel en slordig' moeten worden genoemd. En niet alleen vanwege je schrijverij. Je bent gewoon jaloers dat er geen enkel gedicht van jouw hand in de openbare ruimte is te vinden. Die dichter trekt gewoon een lange neus naar dat café en daar krijgt hij hoogstwaarschijnlijk nog gratis bier voor ook.'

Ik wou dat ik het talent van mijn vrouw bezat om van alle dichters helden te maken.

 

(Op mijn online zoektocht naar de tekst van het bewuste gedicht, zag ik dat ik niet de enige was die viel over de r.)

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel