Zwarte olijven bevatten ijzerschaafsel, 7

24-6-2014 08:41

Door Daniël Dee

De arts waar ik tegenover zit, ergens op de derde verdieping van het Erasmus MC, afdeling Hematologie/Interne Oncologie, is jonger dan ik. Het zou een geruststellende gedachte moeten zijn dat er inmiddels een nieuwe generatie medici is opgestaan om voor ons te zorgen, maar ik voel me vooral oud. Daarbij ben ik altijd geïntimideerd door artsen, omdat zij meer parate kennis hebben over het reilen en zeilen binnen mijn lijf dan ikzelf. De tijd van gebreken nadert met rasse schreden. Mijn ouders hebben inmiddels zowat een abonnement op het hospitaal. Er zijn al behoorlijk wat knieën en heupen bij ze vervangen. Alle negatieve gebeurtenissen komen te snel, alle fijne gebeurtenissen duren te kort en het leven gunt je geen time-out. Zeikzeikzeik. Nu ophouden en dragen met gratie.
Naast de arts staat een coassistent. Ze stelt zich voor als Heavy. De ironische grap over zware metalen ontgaat me niet. Had ik een van mijn dochters maar Heavy genoemd, dan was ze Heavy D. Het naamplaatje van de coassistent verraadt evenwel dat haar naam anders gespeld wordt.
De arts begint zijn consult met het stellen van standaardvragen over mijn gezondheid, medicijngebruik en erfelijke aandoeningen binnen de familie. Dan vraagt hij: 'Drinkt u?'
'Ja,' antwoord ik.
'Hoeveel?'
'Te veel,' antwoord ik naar eer en geweten. 'Ik ben geloof ik een binge drinker. Zo noemen ze dat tegenwoordig toch?'
'Vijftien glazen?'
'Komt voor, maar zeker niet elke avond.'
'Ik bedoelde per week,' zegt de arts.
Na de vragen sommeert de arts mij om me uit te kleden en hij maakt geen grapje. Hij voegt er aan toe dat het alleen mijn bovenkleding betreft. Ik begin te zweten.
De arts luistert met zijn stethoscoop naar mijn hart en longen en zegt niets. Ik zit op het behandelbed, met zo'n rol papier onder mijn kont, staar naar een prominente moedervlek op mijn buik en voel me ongemakkelijk. Daarna bevoelt hij mijn lever en nieren en zegt: 'De lever is niet opgezwollen.' Ik meen een zekere verbazing in zijn stem te horen. Een zekere opluchting is in ieder geval mijn deel. Tot slot bevoelt hij mijn klieren achter mijn kaken en onder mijn oksels en zegt wederom niets, wel wast hij direct daarna zijn handen met zeep.
'Nu hoef je alleen nog bloed te prikken,' zegt de arts. 'En dan ben je voor vandaag klaar. Wel wil ik nog graag de DNA-uitslag van je moeder. En je moet een afspraak maken voor je eigen DNA-onderzoek. Aan de hand van al die gegevens kunnen we gaan bepalen wat het verdere traject wordt.'
'Er is onlangs al bloed bij me geprikt,' zeg ik.
'Wij hebben graag onze eigen data.'
'Maar ik ben niet nuchter,' zeg ik en voeg er snel aan toe: 'In de zin van dat ik gegeten en gedronken heb. Ik heb nog geen alcohol gedronken.'
Toch moet ik er aan geloven in weer een andere behandelkamer. Daar zit een verpleegkundige en ik neem plaats naast haar.
'Geef eerst maar je verwijsbrief,' zegt ze, 'anders weet ik niet waarom je zo ongevraagd naast me komt zitten.'    
'Ik kom voor bloedprikken,' zeg ik en vraag als ervaringsdeskundige: 'Moet ik mijn hand in uw schoot leggen?'
Ze kijkt me met afkeer aan en zegt: 'Hou hem maar gewoon op de leuning en stroop je mouw op.' (Wordt wellicht vervolgd, als ik er zin in heb, maar voor nu ben ik wel klaar met dat ijzer-in-mijn-bloed-gedoe)

Lees de eerste 6 delen door op het menu aan de rechterkant te klikken

Rubriek D-day

Daniël Dee

Daniël Dee is een Rotterdamse dichter en schrijver. Hij publiceerde diverse dichtbundels, trad onder andere op bij Lowlands en Poetry International en maakte onlangs zijn proz...

Bekijk profiel