Stadswandeling

3-8-2012 12:30

Door Marina Meeuwisse

Foto: Places I have never been, but I know them

 

'Ik noem architectuur bevroren muziek.' J.W. von Goethe

 

Een wandeling door de stad activeert in feite een aaneenschakeling van eerder opgedane ervaringen, het is een wandeling door het theater van herinneringen, herinneringen van stedelingen zelf en herinneringen die in de stad besloten liggen.

 

Stedenbouwkundig ontwerper Lynch (1960) heeft onderzocht op welke manier bewoners zich een stad voorstellen. Volgens Lynch wordt niets op zichzelf ervaren, ervaringen staan altijd in relatie tot de omgeving, samen met herinneringen aan eerdere gebeurtenissen. Lynch veronderstelt dat het publieke beeld tot stand komt doordat de individuele beelden van stedelingen samensmelten tot series van collectieve beelden. Hij vermoedt dat series van collectieve beelden noodzakelijk zijn om betekenisvol in de omgeving te kunnen handelen en te kunnen omgaan met medeburgers. En Lynch postuleert het idee dat sociaal economische klasse van invloed is op het denkbeeld van de stad.

 

Hajer en Reijndorp (2001) beweren dat stedelijkheid vooral een sociaal cultureel fenomeen is, een mentale constructie van de stad en het stedelijk leven. Zij veronderstellen een samenhang tussen interne mentale processen en het sociale netwerk in de stad. Bewoners verschaffen zich een beeld van de sociale omgeving, door al wandelend de woningen, tuinen en automerken te monsteren. Het is in zekere zin een collectief ritueel, waarbij ze de levensstijl van anderen bekijken en zichzelf met hen vergelijken (Reijndorp et al., 1998). Antropoloog Reinders onderzocht de relatie tussen fysieke verandering, waardering en gedrag[i]. Zijn onderzoek richt zich op de vraag op welke wijze bewoners, professionals en andere gebruikers de sociale en fysieke omgeving van een wijk symbolisch coderen en van betekenis voorzien[ii]. Hij onderzocht hoe de ontworpen ruimte, de gebouwde stad, zich transformeert tot een door mensen geleefde en beleefde ruimte, de zachte stad[iii]. Hij concludeert dat stedelijke vernieuwing, behalve een aanpassing van de fysieke en sociale structuur ook een ingreep in de symbolische textuur van de wijk is. Het wordt steeds duidelijker dat mensen zich in de keuze van hun woning en woonomgeving niet alleen door ‘harde’ en objectieve factoren laten leiden zoals de koop- of huurprijs, maar ook door ‘zachte’, subjectieve noties, zoals smaak, sfeer en emotie (Reinders, 2003).

Heeft plaats enig effect op de identiteit van personen? Volgens de Botton (2006) helpt architectuur ons te herinneren wie we zijn en wat we belangrijk vinden, want “We bouwen, zoals we schrijven: om bij te houden wat voor ons van belang is.” De gebouwde geschiedenis van een stad activeert ongemerkt gevoelens over onze eigen identiteit en opvattingen, die zijn gerelateerd aan de psychologische en morele opvattingen die in de architectuur besloten liggen. Architectuur houdt ons als een morele gids een bruikbaar zelfbeeld voor, het legt culturele uitingen vast, vergroot en verduurzaamt deze, waardoor een reeks min of meer gedeelde emoties permanent toegankelijk worden.

 

Naast andere factoren die de menselijke identiteit vormgeven, is identiteit onder andere een product van de fysieke omgeving. Wanneer we uitleggen wie we zijn, gebruiken we zelfconcepten die informatie over de plaatsen bevatten; het land waarin ze leven, de stad of gemeente waar we vandaan komen, alsof we een ‘land- of een stad-persoon zijn’, zoals ‘ik ben een Rotterdammer van Marokkaanse afkomst’. De plaatsen waar mensen hebben gewoond geven niet alleen hun woonmilieu-voorkeuren vorm, het geeft ook weer hoe zij zichzelf zien. De identiteit van mensen heeft niet alleen invloed op de aard van het woonmilieu dat zij prefereren, zij beïnvloeden ook de plaatsen waar ze zichzelf toe vinden behoren.

 

In huis en in de buurt leren kinderen de sociale en ecologische relaties en vaardigheden en worden de ‘lenzen’ gevormd waarmee het kind later plaatsen zal herkennen, evalueren en creëren. Plaatsen hebben geen vaste betekenis, de betekenis ervan wordt steeds herzien en dus is hun bijdrage aan identiteit nooit hetzelfde. Breakwell (1996, zie Twigger-Ross et al., 2003) stelt dat als men op nieuwe en verschillende plaatsen komt, de identiteit wordt beïnvloed door middel van demping of accentuering, dreiging en ontwrichting. Ze benadrukt dat de plaatsen zijn genest: van kamer naar land. De nesten kan worden gedefinieerd als een product van sociale en persoonlijke betekenis, niet per se als een product van de geografische hiërarchie.

 

Met andere woorden: plaats-identiteit is een cognitieve database waartegen elke fysieke omgeving wordt ervaren (Proshansky et al.,1983) en maakt deel uit van de belichaamde staat van het cultureel kapitaal. Plaats-identiteit verklaart de interactie tussen de vraag van wie we zijn en waar we zijn en hoe onze lokale omgeving, met inbegrip van de geografische locatie, etnische tradities, familie-erfenis en de educatieve achtergrond invloed heeft op onze levens. Het is een aspect van de identiteit dat vergelijkbaar is met de sociale identiteit van de persoon, met dit verschil dat bij plaats-identiteit socialisatie vanuit de fysieke wereld wordt beschreven. De aanname is dat de processen tussen plaats en identiteit dezelfde zijn als processen tussen groepen en identiteit. Aspecten van de persoonlijke identiteit worden ontleend aan plaatsen waar wij thuishoren omdat die plaatsen symbolen hebben die zin en betekenis voor ons hebben (Proshansky & Fabian, 1987). Plaatsen vertegenwoordigen persoonlijke herinneringen. En omdat plaatsen zich bevinden in de socio-historische matrix van intergroep-relaties, vertegenwoordigen zij sociale herinneringen en gedeelde geschiedenissen.

 

Als mens hebben we allemaal een verlangen erbij te horen, we willen deel uitmaken van een sociaal-culturele gemeenschap. We verlangen naar een gevoel van gehechtheid, geworteld te zijn op een bepaalde plaats, en het gevoel dat we de eigenaar zijn van iets dat betekenis in ons leven heeft. Met het oog op het bereiken van deze gevoelens, wordt onze psyche verbonden met bepaalde plaatsen, het bepaalt mede ons gevoel van eigenwaarde en geluk. Het creëren van een gevoel van verbondenheid dat het best kan worden aangeduid als een gevoel van thuis. Het veranderen van onze directe persoonlijke leefomgeving doen we om ons mondiger en veiliger te voelen, het stelt ons in staat om te ervaren dat we meer controle over ons leven hebben. Dat is een reden waarom de meeste mensen wanneer zij een nieuw huis betrekken belangrijke wijzigingen in hun huis uitvoeren, de muren schilderen, een of meer kamers herstructureren of de kleur van het tapijt veranderen. Mensen personaliseren hun huizen en werkplekken met decoraties, zodat hun huizen en tuinen reflecteren en communiceren wie ze zijn. Het lijkt een instinctieve behoefte om de plaatsen waar we wonen te personaliseren... dat is plaats-identiteit. En dat is een deel van de kern van de intrinsieke stad.




[i] Bron: www.tudelft.nl/live/, (geraadpleegd:10-12-2009)

[ii] Bron: http://www.kei-centrum.nl/view.cfm?page_id=2139 (geraadpleegd: 10 -12-2009)

 

Rubriek De intrinsieke stad

Marina Meeuwisse

Marina Meeuwisse combineert wetenschap en kunst. Vanuit wetenschappelijk oogpunt houdt zij zich bezig met perceptie, emotie, geheugen en fundamenteel onderzoek. Haar onderzoek focu...

Bekijk profiel