Nachtpapiertjes

20-3-2015 11:51

Door Bernadette Neelissen

Wakker geworden met twee verfrommelde a-viertjes op de grond naast mijn veel te optimistisch aangeschaft tweepersoonsbed. Op één papiertje ontcijfer ik:  ‘uit kastanje-bast  gehakt/gepolijst met goudstof/ogen van een Berber-hengst’.

 

What the fuuuuuck…

 

Eerst maar eens een straf kopje Lapsang Souchong zetten.

 

Het tweede propje blijkt een poging om mijn repeterende nachtmerrie nu voor eens en voor altijd van me af te schrijven. Die altijd over ontheemd zijn gaat, over sf-achtige omgevingen waar ik iets schijn te moeten doen maar geen idee heb wát, of waar. Mensen in zwarte doeken, vreemdsoortige wapens. Veel beton, steenbrokken en vuil. Bekend, maar ik blijf er verdwalen. Ik hoor er niet thuis.

 

Maar het is niet dat wasteland dat me nu verontrust. De droomtekst loopt door op de achterkant, vlekkerig, gekreukeld, maar leesbaar. Midden in de helse droom is daar volgens mijn nachtpapiertje ineens de jonge man waarvan ik in het ‘echte’ leven – en op grote afstand - oprecht houd en geil word. Het staat er, het staat er echt. Die van die kastanje-bast. Zet je schrap:

 

Bij het zwembad kom ik hem weer tegen. Iemand drukt op FFW en ik lig naast hem op de warme stenen. Minuscule zijde-haartjes langs majesteitelijke jukbeenderen. Het bruinkoperen duin van zijn borst. En die jongenslach. Een lach waarmee je oorlogen kunt stoppen. We kussen. Heel traag en heel intens. Zijn tanden zijn glad als marmer. Zijn pik groeit tussen onze buiken in. Dan wordt hij geroepen, hij moet ergens heen. Hij legt zijn shirt over me heen en zegt dat hij terugkomt, zo snel als hij kan.’ Einde papiertje.

 

Ik scháám me. Maar waarvoor? Ik heb coke gesnoven van bars, whisky uit laarzen gedronken, gehoereerd en gejat zonder te blikken of te blozen! Bovendien lijkt het me logisch dat een single vrouw eerder van Adonissen droomt dan van bierbuik/klamme zak-types. En toch. Iets in mij zegt dat het niet alleen pathetisch, maar zelfs een beetje smerig is. Aan de andere kant: ik leef nog, er stroomt bloed door mijn aderen (besmet bloed, maar tóch..). Ik verlang nog, heb – kennelijk – nog erotische gevoelens. Alleen voor die ene snuiter… Maar ze zijn er nog. En ik maar denken dat ik daar voorgoed vanaf was, al was het alleen al door de libido-killers die ik dagelijks naar binnen moet werken in de vorm van anti-depressiva en andere fijne pillen.

 

Maar wat moet ik er mee? Ik schaam me niet (meer) voor grijs haar, voor mijn eksteroog, mijn vergeetachtigheid, voor rimpels en littekens, voor excentriciteit. Wel voor dat lustgevoel voor de snuiter. Is seks dan echt het laatste ouwe dag-taboe? Of alleen míjn laatste ouwe dag-taboe? Geen idee.

 

Over dat soort dingen praat je niet.

Rubriek Fijne dag nog

Bernadette Neelissen

Bernadette werd geboren in Haarlem als dochter van een journalist en een kinderboekenschrijfster/dichteres en verhuisde in de jaren ’80 naar Rotterdam. Haar ouders verkeerden...

Bekijk profiel