De onbekende boom

22-9-2016 12:00

Door Gastauteur

Manuel Kneepkens vertelt over zijn nieuwe gedichtenbundel, 'Trompenburg, tuinen en arboretum'

Zo ongeveer vanaf mijn eerste dag in Rotterdam, heb ik Trompenburg bezocht. Die tuin lag immers op mijn weg, iedere ochtend, naar de Erasmus-universiteit, waar ik toentertijd werkzaam was als docent Criminologie. Het was een genoegen om even in de tuin tot rust te komen alvorens les te gaan geven. Ook gaf de tuin mij de gelegenheid mijn vaderschap uit te bouwen… (sic!). In de lente ging ik er namelijk met mijn kinderen dikkopjes vangen uit de vijver en in de herfst kastanjes rapen, wat eigenlijk niet mocht… Maar dat heimelijke maakte het juist extra spannend! Daar scoorde ik als vader punten mee. En dat was nodig. Want een moeder ligt in de race voor populairste ouder altijd voorop. Zij heeft tenslotte negen maanden voorsprong .En die haal je nooit meer in.

Het was vooral zo spannend om de eigenaar van de tuin, de heer van Hoey Smit - de tuin was toen nog particulie bezit -, een echte izegrim was. ’s Ochtends liep hij met zijn sikkeneurige kop en zijn twee honden dwars door zijn tuin.  En o, o, als de man geweten had dat we zijn dikkopjes (en kastanjes) ‘stalen’ … dat had gemakkelijk tot levenslange verbanning van mijn persoon uit Trompenburg  kunnen leiden. Eens trad hij onverhoeds uit het struikgewas te voorschijn en keek mij streng aan: ‘Meneer K., er is een cactus uit de kas gestolen!’ Ik opende mijn regenjas als was ik een exhibitionist: ‘Meneer Hoey, hier is hij niet’. Abrupt keerde de man zich van mij af en verdween in het Hostalaantje.

Het kon niet uitblijven dat ik in de loop der tijden door al wat er op Trompenburg zo uitbundig groeide en bloeide geïnspireerd geraakte en er dus menig gedicht over heb geschreven.

Ieder seizoen loop ik tegenwoordig wel een keer met Gert Fortgens, de hortulanus van Trompenburg door de tuin. Hoogtepunt blijkt telkens weer de Zakdoekjesboom, met zijn spectaculaire bloeiwijze, waarbij de twee grote schutbladen over het vruchtbeginsel aan stralend witte zakdoekjes doen denken. Maar… er is inmiddels nòg iets bijzonders aan de hand. Bezoekers van de tuin blijken aan de takken van de Zakdoekjesboom hun eigen zakdoekjes te knopen met daarop hun wensen!  

Ooit hadden immers bomen magisch-religieuze betekenis. Zo was bijvoorbeeld de eik heilig bij de Germaanse volkeren.  Bonifacius werd vermoord door de Friezen, maar nooit wordt er bij verteld dat Bonifacius in zijn grote, al te grote bekeringsijver hun heilige eik had laten omhakken, en dat had dat noordelijk volkje natuurlijk enorm pissig gemaakt. Die magisch-religieuze betekenis van de Boom is zowaar in onze overigens zo hoogst rationele samenleving blijven bestaan. Denk  bijvoorbeeld aan Prinses Irene, die ‘ met bomen spreekt’. (Sprekende bomen , die kwamen tot dan toe enkel in Sprookjes voor… In Sprookjes dartelen trouwens overigens ook verdacht veel Prinsessen rond…) En ook oud-kabouter Roel van Duijn schijnt dagelijks met een boom te spreken in het Westerpark. Maar ja, dat is Amsterdam, niet al te lang geleden nog bekend als het magisch centrum van de wereld .

Rotterdam achtte ik te nuchter voor dit alles... Toch, wetenschappelijk opgevoed als ik ben, meende ik de proef op de som te moeten nemen. Ik sprak daartoe een fraaie beuk aan in Het Park aan de Maas, het park onder de Euromast. Ik complimenteerde die gave sepiabruine reus, met zijn fameuze dichte roodbruine bladerdak. Ik zei hem  ‘dat hij iedere zomer opnieuw het mooiste gaf , wat hij ons mensen maar kon geven, namelijk  zijn schaduw… , zijn lommer, zoals de oude dichters zeggen…’  ‘Tieft op! Pleurt op!’ dreunde die beuk toen plots. (Misschien dacht hij dat ik Jules Deelder was…)

Maar Rotterdam heeft wel degelijk ook een niet-nuchtere kant. Denk maar aan het tranentrekkende lied Ketelbinkie…Want  Rotterdam is een havenstad. En havensteden zitten vol nostalgie en sentiment. Telkens weer dat afscheid van matroos en matrozenlief , dat hakt er in!.

In mijn gedicht voor de Davidiana involucrata, de deftige Latijnse naam van de Zakdoekjesboom, heb ik dan ook de grote verwevenheid van Trompenburg met onze Haven willen benadrukken. Tot 1958 immers was Trompenburg, zoals al gezegd, een particuliere tuin, in het bezit van de familieVan Hoey Smit. Die planten liefhebbende havenbaronnen bezaten een groot cargadoorsbedrijf met vertakkingen overal ter wereld. Via die vertakkingen stroomden de zaden binnen.

                                                       

 

                                                         Zakdoekjesboom

 

                                                     

                                                         Rotterdam. Ontelbare zeelieden

                                                         namen hier afscheid

                                                         van hun zeevrouwen

 

                                                         Zie, al die zakdoekjes

                                                         waarmee zij zijn uitgezwaaid

 

                                                         zijn in deze boom

                                                         samen //gevouwen

 

De Latijnse naam van de Zakdoekjesboom, Davidiana  involycrata, is een vernoeming is naar Abbè Armand David (1826 -1900),  een Franse missionaris die de boom in China ‘ontdekte’.

Hierbij, tenslotte, twee bladzijden uit het Dagboek van abbé David, die ik u niet onthouden wil.

Chunking, 17 december 1868

Tegen drie uur arriveren we eindelijk in Chungkin. Er liggen talrijke jonken en andere vaartuigen afgemeerd. De rood geschilderde huizen steken fraai af tegen het groen van het gebladerte en het helderwit van de bloemen van een mij onbekende boom, waartoe ik mij direct aangetrokken voel.

In draagstoelen bestijgen we een steile, stenen trap en tegen de avond komen we aan bij de residentie van Monseigneur Desfléches , de apostolisch vicaris van Oost-Sezuan. Ook daar in de tuin een paar fraaie exemplaren van de Onbekende Boom. Ik spreek er tijdens het avondmaal Monseigneur  natuurlijk over aan. Hij noemt de Chinese naam, die hij voor mij vertaalt als L’Arbre des Poches. Monseigneur weet van mijn natuurkundige interesse, maar raadt mij dringend aan geen  zaad of bladeren of wat dan ook van de boom te plukken. L’Arbre des poches geniet namelijk plaatselijk de verering van de lokale bevolking en de christenen in Chungkin hebben het al moeilijk genoeg. De bevolking is ze immers erg vijandig gezind. Zes of zeven jaar geleden heeft men zelfs het missiecentrum in brand gestoken.

Maar ik kan het niet laten. ’s Nacht als iedereen slaapt,  ga ik heimelijk  naar buiten. Het is volle maan. Ik kan de zaden van l’Arbre des Poches daardoor als ‘bijna bij daglicht’ zien, en ik pluk er een aantal. Over de drie maanden ga ik terug naar Europa en ik weet zeker dat mijn goede vriend,  de welbekende Parijse botanicus Maurice de Vilmorin, er erg blij mee zal zijn.

Chunking, 18 December 1868

Monseigneur Desfléches vertelt mij veel interessants over Sezuan. Hij woont hier al twintig jaar en verkeert in goede gezondheid, maar het feit, dat je hier bent gedwongen thee, alsmaar  thee, en nog eens thee te drinken – zonder suiker! - bezorgde hem een zodanige slapeloosheid dat hij al twaalf jaar lang ’s nachts geen oog heeft dicht gedaan. Monseigneur had namelijk bemerkt, dat ik vannacht het bed had verlaten en veronderstelde  dat ik net als hij aan slapeloosheid leed. Wat mijn ‘stelen’ van het zaad van de Zakdoekjesboom betreft, had hij gelukkig niet het geringste vermoeden. Ik antwoordde dat ik inderdaad net als hij aan Insomnia leed. Een leugen. Ik moet nodig biechten. Zijn gezondheid keerde pas terug, zo vertrouwde Monseigneur Desfléches mij toe, toen hij rigoureus stopte met thee drinken en… opium ging schuiven net als de inboorlingen!

Hij bood mij een pijp aan. Maar ik heb geweigerd. Want als je als je hier als Westerling, ver van de Beschaving, opium gaat schuiven… dan zie je Europa nooit meer terug.

Tot zover het Dagboek van Abbé David.

Behalve de Zakdoekjesboom heb ik in de loop der tijd nog 69 gedichten, grote en kleine, bij planten op Trompenburg geschreven. En die gedichten staan nu op sierlijke boordjes bij de desbetreffende planten opgesteld. Deze gedichtenroute is de gehele Herfst nog te bewandelen. Ook zijn de gedichten inmiddels in boekvorm  uitgeven

               Trompenburg, tuinen en arboretum

               (uitgave De Contrabas, Utrecht, 2016)

De bundel is in Trompenburg verkrijgbaar voor 10 euro. De opbrengst is geheel voor de tuin.

Bezoek aan Trompenburg is met Rotterdampas en/of Museumkaart gratis.

Chong Kin (Chung Kin) is inmiddels een stad met 20 miljoen inwoners…

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel