Edith Schippers ge-closeread in de Laurenskerk

21-9-2016 02:45

Door Gastauteur

Predikant Bernard van Verschuer over vrijheid, superioriteit, schone schijn en de onschatbare waarde van delen 

Aan de oostelijke kant van het Kralingse Bos staat langs een pad een witte stenen vogel op een sokkel. Een pelikaan die met de kop voorover gebogen z’n snavel in de eigen borst pikt om met het eigen bloed haar jongen voedt. Het beeld staat daar als herinnering aan de Rooms Katholieke schuilkerk die op die plek tot halverwege in de negentiende eeuw gestaan heeft. De pelikaan die met eigen bloed haar jongen voert is een Christelijk symbool uit de middeleeuwen dat verwijst naar het offer van Christus en naar de opofferingsgezindheid van een mens voor een ander. Of dat bij pelikanen voorkomt, dat ze hun jongeren met hun bloed voederen, weet ik niet. Er is niet alleen een stenen pelikaan in het Kralingse Bos, ook het logo van de Nederlandse bloedtransfusiedienst, Sanguin, is een pelikaan.

Wie een beetje bekend is met het Christendom weet dat de opdracht om te delen, om iets van jezelf aan een ander te geven, ten koste van het eigenbelang, een rol speelt.

Die stenen vogel aan de rand van het bos staat daar wat verloren, alsof-ie op een dag is achtergelaten door iemand die er vanaf wilde. Ach, wie zegt dat nog wat, zo’n Christelijk symbool. Hebben de meeste mensen niet heel andere associaties met het Christendom: macht, beklemmende regels, misbruik. Alles onder het voorwendsel van de liefde en dat God het wil. Hypocrisie en schijnheiligheid.

Ik heb een paar dagen rondgelopen met het evangelie van deze zondag in m’n hoofd,  dit verhaal van Jezus over de rentmeester die ’n werk verprutste, de eigendommen van zijn baas verkwistte en vlak voordat-ie ontslagen werd een handeltje met de pachters opzette om zich uit zijn eigen wanhopige positie te redden en daarna godbetert geprezen werd om z’n slimme optreden (Lukas 16, 1-13).

Ik kom op niets beters dan dat Jezus iets wil laten zien aan de mensen die hem bekritiseerden, omdat hij hun doen en laten doorzag. Zij, de Farizeeën, waren vrome dienaars van God. Maar hoe zit het met hun vrome dienen van God en hun eigenbelang, waar eindigt het een en begint het ander? De rentmeester die op kosten de baas bezig was om met een corrupt handeltje z’n eigen huid te redden wordt geprezen om z’n slimheid. Van hem kunnen ze wat leren, zij die onder de dekmantel van voortreffelijkheid in de grond van de zaak niet anders in elkaar zitten, in hun leven met niets anders bezig zijn.   

Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, heeft een dochtertje van elf. Het meisje wil later geen man, maar een dier als huisgenoot. Ze droomt van een leven als dierverzorgster of modeontwerpster. Dat vertelde de minister een week of twee geleden in een lezing. Ze vertelde ook dat ze ’s nachts wel eens wakker ligt over haar dochter. Over haar toekomst: of ze als ze zover is zal kunnen kiezen wat ze wil. Met wie ze samenleeft, wat voor kleren ze draagt?

Kortom, ze ligt wakker over de vraag of haar dochter vrij zal zijn, de vrijheid zal hebben hand in hand te lopen met een vrouw of een man. Edith Schippers verbindt die vraag aan de ontwikkeling in Nederland, waar mensen met een Islamitische achtergrond de Nederlandse manier van leven afwijzen. Zij, de nieuwkomers, zullen moeten aanvaarden dat dit de vrijheden zijn die hier gelden. Je mag alles vinden, maar aan van de vrijheid blijf je af. Schippers bekritiseert haar eigen liberale aanhang, VVD’ers. Jullie tolerantie komt niet enkel voort uit besef van vrijheid maar ook uit gemakzucht: ach, als moslims hun vrouwen dwingen om binnen te blijven en hun dochters verplichten om een hoofddoek te dragen, het is hun cultuur, het zijn hun manieren en … zolang wij er geen last van hebben.

In Nederland hebben we ons vrij gemaakt van de verboden en geboden van de kerk, we hebben een cultuur die de vrijheid van het individu centraal stelt, zegt Schippers. Onze cultuur is beter dan die van de anderen. Dat moet hardop gezegd worden en daar hebben zij zich aan aan te passen.

Met de eis dat men in Nederland de in Nederland geldende regels en vrijheden te accepteren heeft en dat daar niet aan getornt wordt, ben ik het eens. Maar ik denk ook dat er wat ontbreekt. De zwakte is dat je je eigen cultuur de beste noemt, de kracht van je eigen cultuur is dat je er kritische vragen bij stelt.

Een functie van het Christendom die door Schippers zo makkelijk en modieus opzij wordt geveegd, omdat we ons in Nederland bevrijd hebben van de dwingende voorschriften van de kerk, is dat die vraagt: wat is dan die cultuur van jou, wat zit er onder die oppervlakte van: Kijk mij het eens fijn voor elkaar hebben! Waar ben je mee bezig? Mens, wat ben je aan het doen?

Er is een schitterend verhaal over een Rotterdamse jongen die werkeloos was – het was in de crisisjaren van de vorige eeuw, omstreeks 1930 – en naar Indië wilde. Daar kon hij werken. Zijn vader, die een kruidenierszaak in de Zwartjanstraat had, van Mastricht (de winkel bestaat nog steeds) zei dat hij geen geld voor de reis had. Dan ga ik op de fiets, zei zijn zoon, en hij vertrok.

Door Europa fietste hij, door Turkije en Iran steeds verder naar het Oosten. Midden in Iran kwam hij aan het begin van een eindeloze woestijn. Hij ontmoette een man die bij het spoor werkte. De man nam hem bij zich in huis en toen hij uitgerust was kocht de man een treinkaartje en zette hem met zijn fiets op de trein richting Singapore.

De jongen schreef aan zijn ouders: zoals de mensen hier zijn; ze hebben niks, maar ze geven je wat ze hebben. Als iemand uit Iran ooit bij jullie aan de deur komt moeten jullie hem net zo gastvrij behandelen als ze mij gedaan hebben. Over de reis van die de jongen uit de Zwart Jan straat is een paar jaar geleden een mooi boek geschreven (Carolijn Visser, Argentijnse Avonden).

Ik geloof in de vrijheid die we hier hebben, en dat die kostbaar is. Ik denk dat het leven in Nederland in een hoop opzichten beter is dan in veel andere landen. Ik gun mensen die geen idee hebben van wat het Christendom is het om daar iets van te weten. Maar ik vermoed en hoop dat Gods gedachten hoger en wijder zijn dan wij kunnen vatten.

Het Oude Testament in de Bijbel staat vol met verhalen van mensen die de goedheid van God veel beter begrepen dan de Israelieten, die, onverklaarbaar, veel meer geloofden dan zij. Of er dan nog een reden is waarom je iets van het Christendom zou moeten weten? Precies om die reden: omdat je uitgenodigd wordt om in je eigen binnenste te kijken, en dwars door alle opgepoetste uiterlijkheid (die ook aanleiding kan zijn om je eigen cultuur de beste te noemen) heen zie je dan niet zelden een troebel soepje dat niet zo heel anders is dan het binnenste van  de man waar Jezus het over had: die rare rentmeester die bezig was om zijn eigen kromme rotzooi nog een beetje recht te trekken.

Omdat je uitgenodigd wordt in je eigen troebele soepje te kijken en te ontdekken dat zelfs daar een licht in schijnt. Dat wonderlijk licht heet genade. En genade geeft vrijheid, niet de vrijheid die je zelf bevochten hebt, maar de vrijheid die je van je eigen onvrijheid losmaakt, die je benauwdheid overwint. Die je aanspoort een mens met al zijn beperkingen als een vrij mens te zien. Jezelf en een ander mens. 

Het Christendom heeft vaker gedaan wat minister Schippers zei. Het zou me niet eens verbazen als ze het ongeweten en ongewild van Christenen heeft overgenomen. Een te grote broek aangetrokken. Kijk naar ons en word als wij. Je doet alsof je iets hebt en zie: het is niks. De grootste waarde die we hebben, als het over waarden moet gaan, is dat Nederlanders een vermogen hadden of hebben tot zelfkritiek. Dat hebben ze onder andere van de profeten uit het Oude Testament. Niet om dan te roepen dat het allemaal niks voorstelt, maar om bij jezelf na te gaan hoe het dan echt zit, om het anders aan te pakken, om iets te vinden waar je echt op kunt staan.

De zelfbeschikking van het individu, het leven dat Edith Schippers haar dochter toewenst: het is niet voltooid, er is nog heel wat te bevrijden. In Nederland, in de wereld. Het mag hier vrijer zijn dan het was, maar mensen gaan nog steeds gebogen onder dwang van eisen, gebogen onder zorgen, soms ook gemangeld door de liberale ideologie. De wereld is vol met despoten en het ziet er niet naar uit dat het morgen voorbij is.

Aan een Christen is het om zich in te spannen voor gerechtigheid en in te staan voor vrijheid. Vrijheid komt daar waar de waarheid gezegd wordt, waar de schijn wordt doorgeprikt, waar de schaduwkanten van het liberale paradijs worden belicht, waar de onvrijen worden bevrijd.

En herinnert de pelikaan: het zal niet gaan zonder dat de een bereid is te delen, iets op te geven van zichzelf. Dat wat Jezus heeft voorgedaan. 

Afbeelding / www.sightseeingrotterdam.nl

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel