Herinnering aan Maarten Biesheuvel

25-11-2018 01:54

Door Gastauteur

Hoe Manuel Kneepkens zijn hoofdredacteurschap moest opgeven, min of meer dankzij 'gekke Maarten'

De kranten hebben de laatste dagen veel aan aandacht besteed aan het overlijden van Eva Biesheuvel, de vrouw van Maarten Biesheuvel, en diens onontbeerlijke steun en toeverlaat. Een 100 % mantelzorgster. Want Maarten Biesheuvel is behalve schrijver ook psychiatrisch patiënt. Eva en Maarten kenden elkaar al zeer lang, zo mocht ik lezen, ze zaten beiden op het Stedelijk Gymnasium van Schiedam.

In 1966 was ik hoofdredacteur van het LUB,  het Leids Universiteitsblad, thans Mare geheten. Maarten Biesheuvel maakte deel uit van de redactie. Veel heeft het LUB toen niet aan hem gehad, want ook toen al raakte Maarten met de regelmaat van de klok opgesloten in Endegeest. De laatste maal toentertijd was dat omdat hij Rudi Fuchs, een ander lid van de redactie, met wie hij in een studentenhuis aan het Rapenburg samenwoonde, met een broodmes achterna had gezeten, overtuigd dat Rudi Fuchs een brood was, dat geofferd moest worden. Waarschijnlijk aan de God van het Oude Testament... (Voor een soortgelijke waan, zie: Oliver Sachs, De man, die dacht dat zijn vrouw een hoed was …) Rudi Fuchs wist zich in veiligheid te brengen en heeft toen de GGD gebeld. Waarna de Broeders maar weer eens kwamen opdagen met de ambulance om Maarten af te voeren. Kunstgeschiedenisstudent Rudi Fuchs heeft het er toen dus levend afgebracht. Zodat die daarna nog een mooie carrière heeft kunnen opbouwen, onder meer als directeur van het Stedelijk in Amsterdam.

Aan mijn hoofdredacteurschap van het LUB kwam plotseling een ontijdig einde, en wel min of meer ‘dankzij’ … Maarten Biesheuvel.

Wat was het geval? In het omineuze jaar 1966 had Beatrix van Oranje-Nassau haar verloving aangekondigd met Claus von Amsberg. Grote consternatie in het land,  want in de Telegraaf was een jeugdfoto van Claus verschenen, waarop hij in het Feldgrau  een soldatenmuts draagt met daarop … het Totenkopf-insigne van de SS! Leiden in last! De kroonprinses met een mof!  Dat werd zo erg bevonden dat een groep Leidse hoogleraren van die o zo Oranje-gezinde universiteit, de groep Bachrach, het zowaar aandurfde een openbare brief te schrijven aan Koningin Juliana, waarin de groep haar dringend vroeg ervoor te zorgen dat haar dochter zou afzien van deze ‘mesalliance’. Nu had je toen in Leiden het Pro et Contra-gezelschap, dat van universiteitswege debatavonden organiseerde over actuele onderwerpen naar aanleiding van een stelling, ditmaal : Mag Beatrix Claus trouwen? Drie sprekers pro, drie sprekers contra.

Die avond stond onder grote spanning. Het gerucht deed de ronde, dat Provo uit Amsterdam zou komen met een knokploeg. Grote onzin natuurlijk. Provo heeft nooit knokploegen gekend. Maar de Custos, meneer Erades, die over de veiligheid ging, was geheel over zijn toeren geraakt en had overal mannetjes neergezet, voor het geval dat. Een van de sprekers was Pedro van Hoek. Hij had zojuist als aankomend literator de Reina Prinsen Geerligsprijs gewonnen; en misschien dat hij daardoor overmoedig was geworden. Want ofschoon aangekondigd als Pro, was hij in feite crypto-Anti. Pedro ’s stelling was: Laat ze toch met rust, die twee! Dat huwelijk, wat hebben we ermee te maken? Want wát kroonprinses, niks kroonprinses! Beatrix is helemaal geen Oranje-Nassau. Haar moeder Juliana was het al niet en grootmoeder Wilhelmina al evenmin. Koning Willem III was veel te ver heen van de syfilis, toen hij op zijn oude dag aan het jeugdig prinsesje Emma van Waldeck-Pyrmont werd gekoppeld, om voor de broodnodige Oranje-Nachwuchs te zorgen. Wilhelmina is bij Emma verwekt door de opperstalmeester Roeël.Toute la Haye weet dat!. Deze opmerking wekte grote woede op bij Maarten Biesheuvel, die die avond weer  eens eventjes bleek los gelaten uit Endegeest, want hij mikte zijn zakagenda naar Pedro van Hoek. Custos Erades reageerde alsof het een bom was. Tumult! De zaal moest ontruimd. Maar men wilde niet weg, Noch meer tumult, etc.

LUB-medewerker Jan van der Putten, die zijn latere glanzende carrière als journalist zal eindigen als alom gewaardeerd Volkskrant-correspondent in China, had een getrouw verslag gemaakt van de avond. En ik had het op de voorpagina van he LUB geplaatst onder de titel Sinterclausavond. Het betreffende LUB-nummer was nauwelijks uit of ik werd gebeld door de secretaresse van de Rector Magnificus. Ik moet per onmiddellijk bij haar baasje langs komen. De man bleek nog meer over zijn toeren dan zijn custos. “Beseft u,  meneer  K., dat koningin Juliana als reüniste van onze universiteit, dat vod van een blaadje van u, die Schund, morgen bij haar ontbijt krijgt? Schande, dat van die venerische ziekte! Dat had nooit opgeschreven mogen worden ! U dient uw excuses te maken en per onmiddellijk af te treden."

“Dat doe ik niet. Waarom zou ik?”.
“Wat! U spreekt mij tegen! Uit mijn ogen! Onmiddellijk!"

’s Middags hing Stenfert Kroese, de uitgever van het LUB, aan de lijn. Die smeekte mij om af treden. Zijn uitgeverij was in hoge mate afhankelijk van de universiteit. Hij had min of meer het monopolie op de uitgave van de proefschriften . De rector had gedreigd, als Stenfert niet zorgde dat ik aftrad, dat dan de toevoer daarvan zou stoppen. Dat zou een gevoelige slag betekenen voor zijn uitgeverij. Hij zou personeel moeten ontslaan. Ik ben daarvoor toen door de knieën gegaan en trad af. Wel ben ik vervolgens vrolijk blijven doorschrijven als medewerker onder het pseudoniem Dubrakjee: een samenstelling van de namen Ter Braak, Du Perron en Jezus. Dat had de rector niet door.

Republikein ben ik sindsdien.

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel