Het geloof om te herbouwen...

23-5-2019 11:21

Door Gastauteur

Preek over het bombardement en het geloof in de toekomst dat nodig is voor herbouw, uitgesproken door dominee Bernard van Verschuer op 19 mei in de Laurenskerk

"Het is eigenlijk de tragiek van mensen uit alle tijden: dat ze ergens op hopen, dat er iets aan de horizon is waardoor ze denken: nu gaat het gebeuren, nu wordt het anders, goed. En het komt nooit."

Op 14 mei werd voor de 79ste keer het verwoestende bombardement op Rotterdam in 1940 herdacht. Wat me van jaar tot jaar meer verbaast, is hoe onze ouders en grootouders na de bevrijding in mei 1945 zonder lang stil te staan, zonder om te kijken, de wederopbouw van de stad en van het land ter hand namen. Ze geloofden in de toekomst.

Het doet denken aan wat de zwaluwen onder het dak van de schuur soms overkomt. Ze, in dit geval de huiszwaluwen, bouwen hun nesten onder de daklijst. Als het regent en er tegelijk een harde wind waait uit een ongunstige hoek dan komt wel eens een nest naar beneden. Zo’n heel zorgvuldig gebouwd kunstwerkje van modder en kleine strootjes ligt aan stukken met de kapotte eitjes of soms al de kuikentjes ernaast. Alles tevergeefs: het slepen met de spullen, het eieren leggen, het broeden en het voeden, het hele broedsel overstuur. En dan: een dag later zie je de zwaluwen weer  af en aan vliegen, in de weer met bouwen en een paar dagen later zitten ze op hun nieuwe nest. Je zou het gedrag kunnen noemen dat ingegeven wordt door instinct: niet achteruit maar naar voren kijken.

In het onlangs uitgekomen boek van Ilja Leonard Pfeijffer, Grand Hotel Europa, wordt een andere geest geschetst. Het boek gaat onder meer over de Europese monumentale steden, zoals Amsterdam, Parijs en vooral Venetië, die meer dan de plaatsen waar mensen wonen en werken en leven geworden zijn tot een soort evenementenlocatie, een pretpark voor toeristen, een decor waar bezoekers uit Azië en Amerika zich met de onvermijdelijke rolkoffers doorheen bewegen. Vooral in Venetië moet het erg zijn. Er schijnt geen winkel meer vinden te zijn waar je een rol wc papier kunt kopen. Ze hebben alle plaats gemaakt voor souvenirzaken en zulke waar Nutella-flensjes te koop zijn.

Wat Europa de wereld te bieden heeft is haar verleden. In China, India, in Afrika houden de mensen zich bezig met de toekomst, bij ons telt wat er is geweest. Als laatste teken van het fenomeen: het recente resultaat van het sociaal cultureel planbureau over hoe het met de Nederlander gesteld is. Het gaat best goed met ons, zegt het planbureau, tenminste dat vindt de Nederlander van zichzelf. Alleen op de vraag of hij vertrouwen heeft in de toekomst antwoordt hij weifelend of negatief.

De Openbaring van Johannes is niet een toegankelijk boek. Het schijnt dat het veel gelezen werd in de oorlog, in een fase waarin ze nog niet dachten aan wederopbouw, maar ronddoolden door de puinhopen van de vernielde stad, geen idee of er een bevrijding zou komen. Een loodgrijze lucht boven het hoofd, zonder een spoor van licht of hoop, als een schilderij van Karel Willink. Openbaring van Johannes is een beetje een boek voor een ziel in de knel, niet wetende van, bijna wanhopende over een toekomst: of er hierna nog iets zal zijn. Het is de ziel die zich een ontsnapping droomt, lijkt het, met de beelden van Openbaring die over elkaar heen tuimelen: het beest en het lam, de hoer en de bruid, de engel en de draak.

Want hoe stond het ervoor in de tijd waarin Johannes zijn Openbaring kreeg? Het zou zijn geweest ergens in de jaren 80, toen Domitianus keizer in Rome was. Onder Domitianus werden de christenen voor het eerst hevig vervolgd. Johannes, de schrijver van het boek, was als gevangene of vluchteling uit Jeruzalem op het eiland Padmos voor de Turkse kust terecht gekomen. Daar zat hij op het strand, kijkend naar het vaste land in de verte, denkend aan zijn medechristenen, denkend aan hoe het was geweest, hoe ze hadden geloofd en gehoopt het nieuwe leven dat Jezus had aangekondigd, dat met hem was begonnen – en het kwam niet.

Het kwam niet, integendeel, wie daarin geloofde werd vervolgd, tot zwijgen gebracht of dood gemaakt. De gedachte dat Jezus het keerpunt in de mensengeschiedenis is, dat God nu hier daadwerkelijk zijn heerschappij vestigt, dat het voorbij is met de oorlogen, met de corruptie, het onrecht en de rotzooi. Dat het dus niet gebeurt. Dat ze zich vergist hebben. Dat het misschien achteraf gezien toch al wel een beetje een twijfelachtig dingetje was. Zo’n man, een timmermansknecht die met z’n mooie woorden de mensen in vuur en vlam gezet had, er was iets bewogen door wat met hem was gebeurd: het drama van het kruis en het nog groter drama van de opstanding en alsof dat de wereld zou veranderen, alsof dat tot in Rome, tot bij de keizer zou doordringen en hem van de troon stoten en dat Jezus dan zijn plaats zou innemen. Ze hadden er dus in geloofd en het was niet gebeurd, het was niet beter, het was alleen  erger geworden.

Het is eigenlijk de tragiek van mensen uit alle tijden: dat ze ergens op hopen, dat er iets aan de horizon is waardoor ze denken: nu gaat het gebeuren, nu wordt het anders, goed. En het komt nooit. Dat dat zo is, en dat de mens in binnenste het niet kan verkroppen, dat zijn ziel in opstand komt, dat is het boek openbaring. Want  een mens heeft uitzicht, toekomst nodig om te leven.

Openbaring van Johannes stelt op een subtiele manier een vraag die je ook plat kunt zeggen: is er zoiets als een God die onzichtbaar maar werkelijk aan de touwtjes trekt en het lot van de wereld en van de mensen en dus van onze toekomst in de hand heeft? Valt er in zo’n God te geloven, moeten we of kunnen we, is er enige reden om daar vertrouwen op te vestigen?

Het antwoord van Johannes is: ja, zo’n God is er, maar het is allemaal niet duidelijk, het is niet zichtbaar, het is in tekenen en beelden en signalen. Met de hoer Babylon bedoelt hij waarschijnlijk niet Babylon maar Rome. En haar hoerigheid bestaat daaruit dat de mensen in die stad alleen bezig zijn met en leven voor hun korte, eigen, kleine gerief: halen wat er te halen valt, want het leven is kort en als jij het niet pakt doet een ander ‘t. De hoer Babylon heeft een onvoorstelbare aantrekkingskracht, wie in haar buurt komt wordt betoverd en meegetrokken zoals Rome alles en iedereen naar zich toezoog.

Met het bijbelboek Openbaring gaat het er om dat je de tekenen, de symbolen verstaat, niet met het verstand en de rede, maar met gevoel of intuïtie. Ja er is zoiets als een beslissend gevecht tussen het donker en het licht, tussen het lam en de draak en er valt voor een mens te kiezen tussen zoiets als het goed en het kwaad. Maar als je dat gaat interpreteren, en het kwaad gaat aanwijzen dan zitten mensen er bijna altijd naast. Het is heel soms die, of daar, of dat land of die gedachte. Maar in de werkelijkheid is het ook bij mij van binnen en daar waar ik het niet vermoed, niet wil, niet geloof. Openbaring is geen versimpeling van de werkelijkheid, het is de verbeelding van wat niet direct gedacht, gezien of vastgepakt kan worden.

De doorsnee rampenfilm met kosmische oorlogen, wereldbranden en een eenzame held of heldin die zich een weg naar de toekomst baant door vijandige legers heen, in gevecht met het grote kwaad, heeft dezelfde achtergrond als Openbaring.

Laatst wist ik niet meer wie nu ook al weer in Amerika minister van buitenlandse zaken is. Wikipedia zei: Mike Pompeo. Er stond ook dat hij belijdend christen is en in zijn kerk de zondagsschool leidt en dat hij een aanhanger is van de “rapture.”  Rapture is Engels voor zoiets als ‘wegnemen’ en het slaat op de gedachte dat bij het einde der tijden de uitverkorenen van God, de goeden, zullen worden weggenomen, opgetild naar de hemel, terwijl de anderen dan op de aarde mét de aarde naar de kelder gaan. Het is het beeld van Openbaring letterlijk gemaakt, en het heeft misschien voor sommigen iets comfortabels, maar het is niet zo. Want het zijn beelden waarmee wij zouden kunnen verstaan dat het er in het leven op aan komt, wat je kiest, wat je doet. Dat die droom, dat beeld van Jezus van het koninkrijk er is, hier op aarde is gezaaid als mogelijkheid als toekomst en dat het erom gaat daarin te geloven, en het vol te houden ervoor te leven. Het doet er toe wat wij doen.

Ongeveer de grootste toekomstdenker, de meest aanbeden profeet in onze dagen is de ondernemer Elon Musk. Hij droomt van een wereld vol luxe elektrische, zelfsturende auto’s  en van raketten naar Mars. Op Mars zouden kolonies van mensen kunnen ontstaan voor als de aarde vuil en opgebruikt niet langer bewoonbaar is. Hij is een razend knappe man, Elon Musk, maar slimme auto’s en raketten naar Mars zijn eerder uit dromen van een jaar of 60 terug. Het heeft met toekomst niets te maken.

Zouden we het nog in ons hebben? Als, wat God verhoede, Rotterdam nog eens gebombardeerd zou worden, zouden wij dan net als 75 jaar geleden onze mouwen opstropen en aan de slag gaan om een nieuwe stad te bouwen?  Zouden we het kunnen opbrengen, de energie, het geloof, de hoop?

Die vraag is aan de orde: of we in staat zijn onze mouwen op te stropen, te geloven in een belofte, te leven voor iets waar we aan mee bouwen, mee werken, maar wat ons in de kern gegeven, beloofd wordt.

De laatste woorden van ons bijbelstuk zijn: want getuigen van Jezus is profeteren. Ik versta het zo: als het je lukt om zoals Jezus lief te hebben, dan zal dat het fundament zijn waar de toekomst op wordt gebouwd.

Afbeelding / www.wikipedia.org

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel