Hoe Pinochet in Rotterdam belandde

2-2-2017 16:20

Door Gastauteur

Het verhaal ‘Succes in Valparaiso’ van Manuel Kneepkens

                                          

                                           Maar eerder zullen wij het niet hebben (poëzie)

                                           alvorens de dichters onder ons

                                           ons kunnen bieden

                                           tuinen van hun verbeelding

                                           met waarlijke padden erin

                                                                                          

                                                                                           Marianne Moore

 

Op een goede morgen, begin mei 1995, riep de toenmalige burgemeester van Rotterdam Bartho De Zout, mij bij zich. Ik was toen juist een dik jaar fractievoorzitter van Poëtisch Rotterdam, een groen-anarchistische lokale partij, die helaas nu niet meer bestaat.

‘Elf uur. Koffietijd, Knoops!’ zei Bartho De Zout, en wreef zich vergenoegd in zijn handen. ‘Ikzelf drink altijd thee, want ik kan niet tegen cafeïne, maar jij drinkt op dit uur natuurlijk koffie! Dus die heb ik al voor je besteld…’

Prompt kwam er een stadhuisbode binnen die voor mij een kop koffie en voor Bartho een kopje thee neer zette.

Bijna heel Rotterdam wist toen al dat het met die thee van De Zout geen zuivere koffie was. In het toenmalig Rotterdams Dagblad had een columnist zich zelfs verstout het volgende op te schrijven: ‘Is onze burgermeester knapper dan Jezus? Ja, zeker! Jezus veranderde weliswaar op de Bruiloft van Kana water in wijn, maar onze burgemeester overtreft Gods Zoon genadeloos, want hij weet al om elf uur ’s ochtends op het Stadhuis thee te veranderen in… whisky!

‘Jij schrijft gedichtjes, niet?’ zei Bartho De Zout, voorzichtig slurpend van zijn bakje zogenaamde thee. ‘Jij denkt dat je een dichter bent, Servaas Knoops… Och, och! Maar ik ga het niet tegenspreken. Het komt zelfs goed uit. Het volgende doet zich namelijk voor. De haven van Valparaiso, onze zusterstad  in Chili, bestaat driehonderdvijftig jaar! Ter gelegenheid daarvan houden ze daar een groot congres en uiteraard is Rotterdam uitgenodigd. Helaas, van het college kan niemand. En van de fractievoorzitters van de grote partijen is ook iedereen verhinderd. Toen hebben we aan jou gedacht. En wel hierom. Er is daar tezelfdertijd een Poëziefestival, het grootste en bekendste van Zuid-Amerika! Martin Mooij van Poetry International wees mij daar op. Dus, Knoops, dan ga je overdag naar het Havensymposium en ‘s avonds geef je op het poëziefestival acte de presence. Ze zien daar naar je optreden uit. Want ze hebben een hoge dunk van ons, misschien zelfs en te hoge dunk, wegens onze jarenlange opvang hier in Rotterdam van de slachtoffers van het Pinochetregime, een regime dat nu godzijdank teneinde is. Nou, wat denk je ervan?’

‘Wanneer is het, burgemeester?’
‘Over twee weken.’
‘Oké, ik ga!’ zei Servaas Knoops, die er best wel eens een weekje uit wilde.
‘Goed zo! Dat is dan financieel gunstig voor de gemeente, want twee vliegen in een klap! Knoops, daar zijn we je dankbaar voor. We moeten toch al bezuinigen. Vooral op cultuur. Ja, dat is geen primaire behoefte…dat weet je!’

En zo kwam het dat ik precies twee weken later landde op het vliegveld van Valparaiso, waar mijn contactpersoon, een zeker Juan H., mij al stond op te wachten. Uit zijn niet al te sterke Engels -  ik zelfs spreek noch versta Spaans, de voertaal in Chili - begreep ik dat hij ook de man was die zorg had gedragen voor de vertaling van de gedichten.

‘Maar hoe heb je dat dan gedaan, Juan?’ vroeg ik. Hij kende immers geen woord Nederlands! Nou, een kennis van Juans vriendin werkte op het Noorse consulaat, en die kende daar iemand die naast Noors als hoofdvak, Nederlands als bijvak had gestudeerd. En die persoon had de gedichten in het Noors vertaald, waarna de kennis ze in het Engels had vertaald, waarna Juans vriendin ze in het Spaans had vertaald. Tja, waarom zou je het eenvoudig doen als het ook ingewikkeld kan?! Maar eind goed, al goed. De gedichten waren in elk geval vertaald! Een hele opluchting.  

Ik zou op het festival mijn gedichten eerst in het Nederlands lezen en vervolgens zou Juan de Spaanse vertaling ervan voordragen, precies zo als het hier in Rotterdam ook op Poetry International gebeurt. Geen centje pijn. Wat het Havencongres betreft, daar konden alle speeches, synchroon in het Engels vertaald, per koptelefoon beluisterd worden. Eveneens dus geen centje pijn.

Mijn onderkomen voor die week bleek het vijfsterrenhotel ‘Ciudad de Valparaiso’. Het lag werkelijk schitterend op een hoge rotspunt vlak aan zee. Een riante kamer bleek mij toegewezen. Ik kon er zo via mijn terrasdeur de fraai aangelegde hoteltuin in, die voorzien was van een grote zwemvijver.

‘Het is de meest bijzondere kamer van het hotel’, deed Juan geheimzinnig.
‘Hoezo?’
‘Kijk maar eens in de badkamer.’

En daar in de douchecel troonde …een hele grote, olijfkleurige pad met rood omrande oogjes, die mij brutaal leken aan te loeren, zo van Gringo, wat kom jij hier doen? .

‘Dat is Pinochet,’ zei Juan droogjes.
‘Pinochet?’
‘Pinochet de huispad. Hij hokt al jaren in deze kamer, bij voorkeur in de douchecel. Het hotelpersoneel heeft hem Pinochet gedoopt wegens de overeenkomst in uiterlijk met onze voormalige dictator. Maar wees niet bang. Deze Pinochet is heel anders dan de echte. Deze hier in de badkamer doet geen vlieg kwaad. In overdrachtelijke zin dan…. Feitelijk zijn vliegen zijn voornaamste maaltijd, natuurlijk! Dus wel ’s nachts de deur naar het terras op een kier houden, Señor Knoops, want dan moet Pinochet de tuin in kunnen om op insectenjacht te gaan… Nou, Señor Knoops, ik denk dat jullie twee het wel met elkaar zullen kunnen vinden, tenslotte gaat een van de gedichten, die u gaat voorlezen, over een pad,’ zei Juan en maakte zich uit de voeten.
‘Nee, over een kikker.’ corrigeerde ik. Maar hij was al weg.

Zo bracht ik een gedenkwaardige week door in Valparaiso. Overdag op het Havencongres, ’s avonds op het poëziefestival, en ’s nachts ‘tête à tête’ met Pinochet…

Hoogtepunt was natuurlijk voor mij de avond van mijn optreden als dichter. Dat vond plaats in het openluchttheater ‘Salvador Allende”, dat propvol zat (Valparaiso is Allende’s geboorteplaats). En ook in de heuvels rondom zag het zwart van de mensen. Poëzie is in Chili vele malen belangrijker dan in Nederland. Een van de gedichten die ik voorlas was Hovenier achter het Boymans uit de bundel Landschap met vakantie, het gedicht met de vermeende pad dus, dat aldus eindigt

                                                         Lankmoedige stiltes…

 

                                                          Als plonst

                                                         uit ’t donker van m’n  vijver plots

 

                                                         Prins Kikker

 

                                                         Een klank met vrede bemost … heel kort

                                                        in dit gedicht van een tuinman

 

                                                         in Holland, laat 20ste eeuw

Je zou toch zeggen vrediger kan het niet! Groot was dan ook mijn verbijstering, toen Juan met een zodanig vervaarlijke stentorstem de vertaling voorlas, dat het weerkaatste tussen de rotsheuvels… alsof het gedicht over de Slag bij Waterloo ging, zo ongeveer. Een al even overdonderend applaus werd zijn deel. 

In de pauze kwamen talloze Chilenen op mij af om mij te bedanken voor de buitengewone wijze waarop ik hun strijd voor democratie in Chili tegen Pinochet en zijn gehate generaalsregime had weergeven. Dat een buitenlander zich zo in hun ellende had weten te verdiepen … ik moest wel een echte dichter zijn!

Later, terug in Nederland, heb ik die zogenaamde ‘vertaling’ eens laten lezen aan iemand die het Spaans machtig is. Niet alleen… bleek mijn kikker in een pad te zijn veranderd, maar zowat elk woord bleek veranderd, meestal zelfs in het tegendeel. Zo bleek het woord ‘vrede’  aangescherpt tot ‘klassenstrijd'… enz, enz.! Ja, dan krijg je inderdaad een gedicht over Vrede dat lijkt op de Slag bij Waterloo… 

De vrijdag daarop moest ik naar Nederland terug. Net toen ik mij gedoucht had, als gewoonlijk in de doodkalme aanwezigheid van Pinochet, ging de telefoon. Het was Juan! Hij stond met een taxi voor het hotel. Of ik op wilde schieten. Hij had zich vergist in de vertrektijd van mijn vliegtuig. Dat ging een uur eerder weg dan hij mij gemeld had. Dus...

Vlug kleedde ik mij aan, propte mijn spullen in mijn koffer en haastte mij het hotel uit. Het vliegtuig heb ik op het nippertje gehaald.

Thuis kwam ik diep in de nacht. De koffer liet ik onuitgepakt in de huiskamer staan. Moe kroop ik naast mijn al slapende geliefde in bed. ’s Ochtends werd ik wakker van een ijselijke schreeuw.

'Help, Servaas, kom gauw!' De stem van mijn echtvriendin. Ze had mijn koffer geopend om de was er uit te halen. En, daar triomfantelijk tussen mijn vuile onderbroeken prijkte… de pad Pinochet! Blijkbaar had hij in de koffer weten te kruipen, toen ik met Juan aan de telefoon bezig was en had ik hem niet opgemerkt toen ik er even later de rest van mijn eigendommen in had gepropt in de haast om uit het hotel weg te komen. Ook had hij de lange vlucht in het vliegtuig, in de onverwarmde bagageruimte, waar het hoog in de lucht constant onder nul is, weten te overleven. Een pad heeft negen levens…o, nee, dat is een kat. Maar toch!

We hebben Pinochet naar Diergaarde Blijdorp gebracht, waar ze hem graag wilde hebben. Al was er nog enige commotie over het feit, dat ik, zij het ongeweten, de (zeer strenge)  wetgeving inzake de Invoer van Exotische Dieren had overtreden. Want een dier uit de Tropen invoeren zonder de daartoe strekkende vergunning, is zwaar verboden. Er staat een hoge boete op, ja, zelfs gevangenisstraf. Pinochet was pure contrabande, maar gelukkig had niemand op Schiphol het opgemerkt

Aan succes dus geen gebrek!

Behalve immers dat ik succesvol was geweest in Valparaiso als dichter met een fout vertaald gedicht, was ik dat daarenboven ook nog eens op Schiphol als smokkelaar van een  fout ingevoerde pad, vernoemd naar een foute man.

Helaas, dus wel allemaal successen met een zwart randje.

Uit: De Diepslaper, Manuel Kneepkens, uitgeverij Liverse, Dordrecht, 2017
 

De verhalenbundel wordt op 26 Februari om 14 uur, a.s.  feestelijk gepresenteerd bij Boekhandel Donner, Rotterdam

 

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel