Raqqa-Rotterdam, Rotterdam-Raqqa

10-1-2016 09:36

Door Gastauteur

Raqqa, 17 maart 2015

De met Allah verbondenen, geen vrees is er voor hen en zij zijn niet bedroefd. Zij die geloven en vrezend zijn voor hen is de goede tijding in het nabije leven en in het latere.

Lieve mama,

Ik heb jullie verlaten zonder iets te zeggen, zonder een boodschap achter te laten. Alleen God die mijn overleggingen kent, zijn wil doe ik, wist dat ik ging om een strijder voor de waarheid, een strijder voor de Islam te worden.

Het koranvers heb ik op een papier geschreven en boven mijn bed geprikt. Ik denk elke avond aan u en bid voor u en vader. Zeven weken ben ik in Syrie. De broeders en zusters hebben me onmiddellijk opgenomen als een broer die thuisgekomen is van lange omzwervingen. Het is mooier dan ik had gedroomd. Voor het eerst in mijn leven ben iemand. Als ik morgen sterf dan heb ik ergens voor geleefd. Als ik thuis was gebleven, als ik in Holland was gebleven en veertig jaar in een bestelbus was blijven rondrijden met pakketjes die mensen in hun radeloze verveling op internet hadden besteld, als ik met tachtig in mijn bed was gestorven, had ik dan geleefd? Het was verkwist leven geweest, ik was pleziertjes blijven najagen, auto’s, mooie kleren, achter de meisjes aan, als de eerste de beste ongelovige. Ik besef dat ik u verdriet heb gedaan, u en papa, door weg te gaan als een dief in de nacht. Maar ik ben u oudste zoon en ik wil dat u trots op me bent, dat u me niet voor niets gebaard hebt en een goede opvoeding gegeven. Ik ben u dankbaar, God zal u belonen.

Uw liefhebbende zoon.

Rotterdam, 28 maart

Zoon, je brief heb ik niet aan je moeder gegeven. Toen je na drie dagen niet terug was en niemand wist waar je uithing en je broers en ik bij je vrienden, op je werk, in de moskee, gezocht en gevraagd hebben begreep ik dat je weg was. Ik heb je moeder verteld dat je op reis bent. Ik weet zeker dat ze vreest dat je een strijder bent geworden, maar zij noch ik durft het hardop te zeggen. Je bent een schande voor je ouders, je bent een gevaar voor je broers, je zou hen kunnen verleiden. Wie heeft je hoofd op hol gemaakt? God moge hem slaan met een ziekte. Kom nu terug voordat de autoriteiten weten dat je een strijder bent geworden en voordat je vader en moeder je niet meer als hun zoon herkennen.

Vader.  

Raqqa, 13 april

Is hij dan beter die zijn bouwwerk vestigt op vreze en welgevallen van God of hij die zijn bouwwerk vestigt op de afbrokkelende rand van een ravijn zodat hij daarmede wordt meegesleurd en het vuur van de Gahannam?

Lieve mama,

Gisteravond las ik dit in de Koran, 9e sura. Een bouwwerk op de afbrokkelende rand van een ravijn, zo was mijn leven, zo is het bestaan in Holland. Om te eindigen in een val in het vuur. Hier leef ik zoals de profeet heeft gezegd, hier ben ik een gelovige. Het leven is een strijd. Niet een strijd die ik steeds aan het verliezen was, tegen alcohol en lage begeerten, niet alleen om mijzelf te redden, maar voor iets groters. Voor de waarheid, voor de overwinning op de machten in de wereld die erop uit zijn om van alle mensen ongelovigen te maken, kaffirs. Die met hun vliegtuigen komen en hun bommen gooien, zogenaamd voor vrijheid van mensen, maar alleen om hun eigen belangen zeker te stellen: hun olie, de afzet van hun cola en hun lap tops. Wij bouwen aan een nieuwe wereld, aan een rechtvaardige. Ja, eerst nog met de wapens, en er vloeit bloed dat gaat nu eenmaal niet anders, straks bouwen we het land op en allen zullen na een rechtvaardig leven in het paradijs beloond worden.

We hebben een gevangenenkamp, nee dat we alle tegenstanders doden is een infame westerse leugen. Ik ben hoofd van de bewaking. Sinds een week is er een gevangene, een christen, een pater, pére Jacob. Wij praten soms. Hij zegt dat christenen en moslims vrienden zijn. Ik zei tegen hem dat de christenen de moslims eeuwenlang hebben onderdrukt. Toen zweeg hij. En alleen een heilige oorlog kan ons vrij maken, zei ik. Hij antwoordde dat elke oorlog een einde is, niet een begin. Hij zei dat God niet van ons vraagt om aan macht te bouwen, maar om mensen te dienen, te beginnen met iemand die op de grond ligt overeind te helpen. Ik lachte hem uit: veel mensen hebben een heel andere indruk van christenen. Toen zweeg hij weer.

Uw liefhebbende zoon, die God bidt dat u trots op hem bent.

Rotterdam, 8 mei

Zoon, moge God je dwaze hoofd afkoelen en je verwarde gedachten ontrafelen. De brief heb ik aan je moeder voorgelezen, om haar niet zieker te maken door onzekerheid. Sinds ze het weet zit ze aan de tafel, ze slaapt niet meer en eet niet meer van verdriet.

Aischa is langsgeweest om te vragen of we iets van je weten en om te zeggen dat ze zwanger is. Je wordt vader, je moet je verantwoordelijkheid op je nemen, naar huis komen nu het nog kan. Je kind heeft een vader nodig, die geld verdient en voor een woning zorgt, geen martelaar ver weg in de woestijn aan wiens gebeente de honden knagen. Vader.

Raqqa, 25 juni

En wij hebben de mens zorg voor zijn ouders opgedragen. Zijn moeder heeft hem gedragen in zwakheid op zwakheid. Breng dan mij en uw ouders dank. 31ste Sura. 3 

Lieve mama,

Elke avond bid ik voor uw gezondheid en dat ik u weer zal zien. Met mij gaat het goed. Ik was gewond bij een bombardement maar met Gods hulp ben ik er gauw weer bovenop gekomen. De pater, frere Jacob, is dood. Er was in de gevangenis gestolen. Bij twee jongens waren de spullen in hun bed gevonden. Hier heerst oorlogsrecht, daar staat de doodstraf op. Toen zei de pater: ik ben oud, neem mij in hun plaats. Ik zei: dwaas, denk je zo makkelijk een martelaar te worden? Hij keek me alleen aan. Ik denk nog wel eens aan hem. Dat geloof van hem vertegenwoordigt geen kracht, alleen maar zwakheid. Daar heb je niets aan, daar kun je geen staat op bouwen. Hij zei een keer: kijk naar de kinderen hier, in hen ontdek je de ogen van God. Zeg alstublieft tegen Aischa dat ik blij ben om het kind dat ze verwacht. De oorlog zal gauw voorbij zijn, inshallah. Dan kan zij naar mij toe komen en zal het kind in een vrije islamitische staat groot worden.

Weet u verzekerd van de liefde van uw zoon.

Rotterdam, 10 juli

Bloed van mijn bloed, hart uit mijn moederhart, deel van mijn ziel,

Een moeder draagt haar kind in zwakheid op zwakheid. Ja, mijn zoon, zo als het in de Koran staat, zo is het. In zwakheid draagt de vrouw haar kind. Niet dat zij zwak is: maar zij voelt het, het kleine, de kwetsbaarheid, het filigrane werk dat diep in haar geweven wordt, micromilimeter voor micromilimeter. Een kind wordt geboren, hij groeit op tot een man, hij heft zijn handen, balt zijn vuisten, verzamelt zijn kracht, neemt de wapens om een imperium te stichten. Maar het wonder is er, blijft daarin verborgen, dat Gods kracht verschijnt in de zwakheid. Mensen willen of kunnen dat niet erkennen, onderwerpen elkaar, richten tekens op van hun grootheid. Waar een man beveelt, waar een oorlog woedt, waar een menigte opkomt, waar een massa schreeuwt, daar gebeurt het. God is daar niet, hij bouwt in stilte. In zwakheid op zwakheid: zijn koningschap troont op de aanbidding van de mensen die verbaasd knielen voor het ontzaglijk kleine wonder, dat zo veel groter is dan wat zij zelf kunnen bevatten, zo klein maar zoveel groter dan alles wat zijzelf maken kunnen. Dat leven daar ontstaat. Een mens, man of vrouw, die dat vergeten is, die dat niet meer wil zien, miskent zichzelf, maakt zich tot een grote, lelijke reus, een monster, tot een eenzaam wezen dat geen liefde kent, alleen heerschappij of onderworpenheid.

Mijn zoon, mijn kind noem ik je, opdat je dat niet vergeet, in zwakheid die ik gekend heb ben je gedragen, gegroeid, geboren, opdat je dat niet vergeet.

Raqqa, 1 september

Lieve mama,

Jouw brief heb ik om mijn hals gebonden en ik draag hem op mijn hart. Ik begrijp niet wat je schrijft, maar ik voel je bloed erdoorheen stromen. Een man mag zwakheid niet toelaten. God roept strijders. Ik heb voor het eerst in mijn leven iets dat mij het gevoel geeft een mens te zijn. Toen de pater werd doodgeschoten, Pére Jacob, over wie ik schreef, zag ik hem een ogenblik daarvoor tegen de muur staan, bleek was hij en een beetje in elkaar gedoken. Geen held van zijn geloof, dacht ik, zo ziet een martelaar er niet uit. Sinds hij dood is, een maand of 4 geleden, lijkt het of de andere gevangenen meer rechtop zijn gaan lopen. We moeten ze strenger behandelen, we geven ze minder te eten, maar ze doen alsof het hun niks kan schelen. Wij zijn de winnaars, dat zullen ze mettertijd wel in de gaten krijgen. Ik bid elke dag voor jullie. Je liefhebbende zoon.

Rotterdam, 13 september

Zoon,

Aischa is gisteren bevallen. Ze maakt het goed en… jullie hebben een gezonde zoon. Ze heeft hem Tariq genoemd, ster in het Arabisch. Door zijn ster kan je de weg naar huis teruggaan en vinden. Je moeder is meteen het kind gaan zien. Toen ze thuis kwam huilde ze. Het kind lijkt op jou toen je geboren was, zei ze.

Vader.

Raqqa, 23 oktober

Lieve mama,

Op Facebook heb ik een foto van mijn kind gezien. Ik wist niet dat ik voor een mens zoveel liefde kon voelen, behalve dan voor jou. Een keer heb ik ernaar verlangd om thuis te zijn en hem vast te houden. Hij is een geschenk, een teken. In elk kind dat ik hier zie, zie ik hem. Alsof al die kinderen mij aankijken en er een vraag in hun ogen te lezen is: is er iets te hopen? Alsof zij de bewaarders en dragers van leven zijn, alsof in één kind de hoop van een hele wereld is. Zij vragen mij niet echt, maar ik wist niet wat ik moest antwoorden. Kan het dan zijn dat in zo iets kleins en wat zo zwak is, zo iets groots als alle hoop voor de mensen samengebald is?

Je toegewijde zoon.

Raqqa, 1 november

Gisteren is uw zoon gevallen als gevolg van een laffe aanval van de ongelovigen. De zekerheid dat hij als martelaar naar de hemel is gegaan zal van u gelukkige mensen maken. Om zijn hals droeg hij een brief in een linnen zakje genaaid. De brief sluiten we hierbij in.

Deze tekst is door de Rotterdamse journalist Christian Jongeneel naar eigen zeggen 'ontfutseld' aan dominee Bernard van Verschuer, die deze briefwisseling uitsprak als preek in de Laurenskerk op Kerstmorgen 2015.

Afbeelding / www.wsj.com

 

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel