Rode eekhoorn in Kralingse bos

21-2-2019 11:00

Door Gastauteur

Manuel Kneepkens over 's mens verhouding tot het dier in algemene en lokale zin

Dankzij de almaar voortschrijdende wetenschap van de biologie zijn we er heden van op de hoogte, dat dieren, met name dolfijnen, mensapen en olifanten, levende wezens zijn die dichter bij de mens staan, dan tijden lang is gedacht  De filosoof Descartes bijvoorbeeld meende nog stellig dat dieren geen pijn konden voelen. Een dier was een zaak, een ding, niet anders dan een tafel, bed of stoel.

In ons juridisch stelsel heerst nog steeds die Descartes-opvatting. Je hebt personen- en je hebt zakenrecht. Personenrecht betreft ons mensen, ‘de leidende diersoort’.  De andere dieren zijn ondergebracht bij het zakenrecht. Er is geen derde weg. Je zou immers kunnen denken aan dierenrechten, een soort ‘mensenrechten’ van beperktere omvang. Dat is tot heden nooit méér dan een gedachtenexperiment geweest Dierenrechten komen ons namelijk niet zo goed uit, vooral economisch niet.

Dankzij het feit dat we koeien, varkens en kippen als zaken mogen zien, kunnen we er een bio-industrie op na houden. Over het welzijn van die dieren, beter over het gebrek aan welzijn, hoeven wij ons dan namelijk niet druk te maken. Dieren zijn immers maar dingen! Maar inmiddels is wel bekend dat de vleesconsumptie van de Homo Sapiens(naast zijn vliegtuiggebruik! ) een onevenredig grote aanslag doet op zijn ‘ecologische voetafdruk” We zouden dus eigenlijk inderdaad allen …arisch …arisch..vegetarisch… moeten  gaan leven. Maar dat doen we niet. Van de bio-industrie zijn we dus dan ook nog lang niet af.

Iéts aardiger dan voor de productiedieren in de bio-industrie zijn wij voor onze huisdieren. Honden en katten en zo. Iets! Zo houden we er bijvoorbeeld exotische vogels in kooien op na, maar als ze ons niet bevallen dan laten we ze doodgewoon los. Zoek het maar uit in de noordelijke buitenlucht. Dat lot trof in het jongste verleden vaak de halsbandparkiet, die weliswaar mooi groen van verentooi is, maar hoofdpijn-snerpend wat geluid betreft. Dus weg er mee! Halsbandparkieten zijn mediterrane vogels, dus in een beetje winter - eentje met een paar dagen de temperatuur onder nul dus - was hun lot bezegeld. Nu niet meer. Want door de klimaatverandering zijn er geen echte Hollandse winters meer. De halsbandparkieten zijn dan ook succesvolle survivors geworden.  Ze bevolken in almaar grotere getale hier in Rotterdam de parken en het Kralingse bos. Maar tot nu toe heb ik nog niemand horen zeggen, die vogels, die halsbandparkieten, die hóren hier niet. Die moeten nodig gevangen en gedeporteerd!

Maar dat is wél het geluid in zake de Rode Eekhoorn in het Kralingse Bos. Tamiascurius hudsonicus. Ook dat is een exoot. Zijn biotoop is namelijk Noord-Amerika. In de natuur van Europa komt hij niet voor. Hij is hier duidelijk los gelaten door een ‘dierenvriend’ die genoeg van het dier had. Sindsdien springt de rode eekhoorn als een ware acrobaat van tak tot tak in Kralingse Bos, ter hoogte van …van de uitspanning ‘De Eekhoorn’. Ja, het diertje kent zijn plaats.

Het is een (gedwongen) celibatair, die rode eekhoorn. Er is geen partner van zijn soort in het Kralingse Bos. Hij zal dus vroeg of laat vanzelf verdwijnen in het niets.  Maar uitgerekend voor deze singuliere rode eekhoorn is hier in Rotterdam een heel programma met toeters en bellen ontwikkeld om hem te vangen en te deporteren (en dat terwijl we in Rotterdam toch al niet zoveel rood  meer hebben…)

Hier heb je dus weer voor de zoveelste keer de activiteit, waarin de menselijke diersoort zo in weet ‘uit te munten’, namelijk het meten met twee maten. De bijstandsmoeder, die een formulier fout invult, wordt gestraft met korting op haar uitkering; de bonus graaiende bankier mag ongehinderd zijn gang gaan. Greed is Good! . Zo gaat ongerijmd gaat het dus ook toe in het Kralingse Bos. De halsbandparkiet mag wél, de rode eekhoorn niet!

Om de vrijheid van de laatste te steunen, tracht ik hem bij deze te vangen in de enige vorm van detentie, die een mens ten opzichte van van een ander levend wezen geoorloofd is, namelijk de lichte kooi van de poëzie!

De Rode Eekhoorn in het Kralingse Bos

Plots danst hij vanuit mijn linkerooghoek
mijn rechter-
in

een klein rossig dier, half lijf half pluim
hij verzamelt noten – blue notes - tegen de winter

In het verkleumde halfduister van het Kralingse bos
zorgt hij zo voor wat koperrode muziek
met de saxofoon van zijn  pluimstaart

Verwar hem niet met de eenhoorn

Bespeel nooit een Een-
hoorn
want dan raakt je tong

als Abélard in Heloïse

in de dood verward…

Buiten de omheining van de taal
bestaat de eenhoorn immers niet…

maar de eekhoorn
met zijn kolossale staart van Oude Jazz?

Die wel!

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel