Roland Holst, Rotterdam & het Trumpisme

2-1-2017 12:39

Door Gastauteur

Politiek-filosofisch essay van Manuel Kneepkens, met twee gedichten als hilarisch slotakkoord 

Voor de decembermaand  van 2016 werd mij door de Bert Schierbeekstichting het A. Roland Holsthuis toegewezen ‘om  te schrijven’. Want dit ‘eenpersoonsvillaatje’, opgetrokken in de stijl van de Amsterdamse school, functioneert vandaag de dag als Schrijvershuis.

Ik was er al eens eerder geweest. Het is een gelukkig onderkomen aan de rand van een gelukkig dorp (Bergen, N.H.) in een gelukkig landschap. Een landschap, dat wel wat doet denken aan Zuid-Limburg, waar ik vandaan kom.

De glooiingen in het landschap zijn hier uiteraard geen heuvels maar duinen. Maar verder heb je beuken - & eikenbos, grazige weiden, alles precies zoals in Zuid-Limburg. Alleen met een groot extra. Al dit fraais ligt op twintig minuten fietsen van de zee…de zee, de zee in eindeloze deining. Er valt dus ‘een link’ te leggen tussen Adriaan ‘Jany’ Roland Holst en mijn geboortestreek. Maar hoe zit dat met Rotterdam, de stad, waar ik sinds jaar en dag woon en werk?

Ik zal het lijntje voor u uittekenen…

In 1921 liet vader Roland Holst voor zijn zoon Adriaan, toen 34, dit villaatje met zijn knus rieten dak bouwen. De man had goed begrepen dat zijn zoon ongeschikt was voor het familiebedrijf, een succesvolle assuradeursfirma. Adriaan mocht van pa Holst zijn ideaal volgen: geheel en al dichter te zijn. Daartoe kreeg de schrijver naast het huis ook nog eens een maandelijkse toelage vanuit het familiebedrijf.

Daardoor kwam Adriaan Roland Holst in de bevoorrechte positie voortaan als dichter te kunnen leven zonder zich om de opbrengst van zijn werk zorgen te hoeven maken. Maar daardoor nam ‘de verplichting’ om dat dichterschap waar te maken ook zeer toe. En dat trok nogal eens een zware wissel op zijn gemoedsgesteldheid. Mocht hij naar buiten de gevierde ‘de Prins der dichters’ zijn, in werkelijkheid zakte hij nogal eens in machteloze depressies terug. Waarvoor hij zelfs psychiatrisch opgenomen is geweest.

In september van dat jaar (1922) vestigden zich Johan en Nelly de Iongh eveneens in Bergen, aan de Nesdijk. Ingenieur Johan ‘Han’ de Iongh was van Roland Holsts leeftijd. Zijn vrouw, Nellij Endt, was die zomer zojuist vijfentwintig geworden. Ze hadden twee zoontjes, eentje van drie en eentje van een half jaar. Roland Holst sloot vriendschap met het echtpaar en genoot van de gezelligheid in hun gezin en de kunstlievende sfeer in hun huis. Han en Nel waren enthousiaste amateurmusici en hadden hun meubels exclusief laten ontwerpen door Hildo Krop, de stadsbeeldhouwer van Amsterdam..

Nel was een attractieve jonge vrouw. Tussen haar en Adriaan ‘Jany’ Roland Holst bloeide al gauw een wederzijdse ‘liefde’ op, die in daden omgezet werd, als Han de Iongh voor zijn werk voor lange tijd in het buitenland moest verblijven.

Op 10 augustus 1921 werd bij de buren de Iongh een derde zoon geboren, die Evert werd genoemd. Niet lang daarna verhuisde het gezin de Iongh naar… Hillegersberg, omdat Han de Iongh een betrekking als ingenieur bij de RET  had aangenomen.

Roland Holst bracht twee jaar later een bezoek aan de familie de Iongh in Hillegersberg, waarbij hij zich verrukt betoonde van het kleine Evertje, inmiddels twee jaar oud. Een maand later stuurde hij Nel een gedicht, dat was ingegeven door het spel met het kind. …Waar ik een kind zie in een klein eeuwig rijk / van ademend gras… Onder de titel ‘Van een lachend kind’ verscheen het in De Gids.

Midden Februari 1937 ontving Roland Holst een brief van Nel de Iongh, van wie hij enkel jaren niets meer had gehoord. Ze vertelde hoe het met de kinderen ging en beschreef Evertje als de charmeur van de familie, een jongen die heel anders was dan de andere drie. Heeft het Roland Holst niet aan het denken gezet, vraagt men zich af. Nee dus.

Hierna gaat het contact met de familie De Iongh opnieuw voor lange tijd verloren.  

De confrontatie met zijn verleden, die Roland Holst in 1974, twee jaar voor zijn dood te wachten staat, is dan ook des te schokkender  Hij werd gebeld door een man, die graag eens samen met zijn vrouw bij hem op bezoek wilde komen ‘om elkaar beter te leren kennen’, want die man wist sinds kort dat hij… de zoon van Roland Holst was! Het bleek Evert de Iongh te zijn, wiens moeder op 25 september van dat jaar was overleden. Nel de Iongh had op haar sterfbed het nodige laten doorschemeren over Evertje en Roland Holst. 

Maar naast deze geschiedenis is er een nòg veel curieuzer link met Rotterdam.

Met de politieke situatie in de Jaren Dertig, de opkomst van Hitler bijvoorbeeld, hield de dichter zich absoluut niet bezig. Hitler zag hij als een soort Heathcliffe, de hoofdpersoon van Emily Bronte’s Wuthering Heights (één van zijn favoriete boeken). Hitler was voor hem een ‘element’, net als de branding of de storm.

Roland Holst vond dat het ware dichterschap nu eenmaal ‘van de wereld afgewend’ diende te zijn, richting ‘de Elyseese velden’. Maar ook hij kon er tenslotte niet meer onderuit, de onheilszwangere politieke situatie van het Europa van de Jaren Dertig onder ogen te zien.

In 1939 dichtte hij uiteindelijk het protestgedicht ‘Voor West–Europa’.   

------------------------------------------------------------

Een volk van knechten komt de wereld knechten

aangevoerd door een brallende onderkaak

 

Van hier, waar Geuzen , waar Oranje

de jood Spinoza, en Rembrandt

en tachtig jaren tegen Spanje

geboekt staan, vanuit dit oud land

ziet men Europa’s grootheid slechten

voor slaventoekomst-in-de-maak

een volk van knechten komt de wereld knechten

tot onderworpenheid aan de onderkaak

Want zo verklaarde Roland Holst: het was zaak dat óók iemand ‘van rechts’ zich tegen ‘Hitler en zijn bende’ uitsprak. En rechts was hij… Het woord van Churchill: ‘Spreek eens vijf minuten met een doorsnee kiezer en je bent tegen de democratie!’  was aan hem besteed. Churchill’s andere, nog bekendere woord: ‘Democratie is de minst slechte van de systemen’ nièt. Want dat betekent, dat je, hoe conservatief-aristocratisch je ook mag zijn, als iedereen aan de democratie dient deel te nemen. Roland Holst weigerde dat principieel. Stemmen heeft hij nooit gedaan. Zijn vriend Lo de Ruiter schrijft daarover: ‘Het was onbegonnen werk hem uit te leggen dat hij dankzij de democratie in alle vrijheid de geestelijke ruimte had om het vak van dichter uit te oefenen’.

In die afkeer van de parlementaire democratie stond Roland Holst in zijn tijd bepaald niet alleen. Zeker niet in dichterskring. De Ierse symbolist en Nobelprijswinnaar W.B. Yeats, die hem zeer beïnvloedde en zonder wiens kunst Roland Holsts bekendste werk ‘Deirdre en de zonen van Usnach’ nooit geschreven had kunnen zijns, betoonde zich na de Eerste Wereldoorlog sceptisch over het vermogen van de parlementaire democratie om maatschappelijke problemen op te lossen. Hij verwachtte meer van het totalitarisme  Zijn collega-dichter de Amerikaan Ezra Pound dreef hem vervolgens richting Mussolini. Herhaaldelijk heeft Yeats zijn bewondering voor de Duce uitgesproken. Ezra Pound zelf ging geheel de fout in. Hij diende tijdens de gehele Tweede Wereldoorlog  de Engelstalige zender van de Italiaanse fascistische radio. Een ander goede vriend van Pound was T.S. Eliot. Diens opvatting over  hoe een staat diende te zijn, was zo fundamentalistisch christen-theocratisch, dat de parlementaire democratie daarmee niet te rijmen viel. Ook de cultus van de in Duitsland zwaar vereerde dichter Stefan George, ‘het caesarisme’, kwam het fascisme zeer nabij. Daarbij moet wel aangetekend worden dat Stefan George – hij overleed in 1933 als balling in Zwitserland – nooit is ingegaan op de menigvuldige avances van Goebbels on Rijksdichter te worden van Das DritteReich. De Nazi’s waren deze verheven aristocraat van de geest namelijk veel en veel te plebejisch…

Graaf Claus Schenk von Stauffenberg, één van de weinige Duitsers die een serieuze poging waagde om de Führer uit te schakelen, was een vurig adept van Stefan George. En dan zwijgen we nog over Gabriele d’ Annunzio, begin twintigste eeuw Italië’s bekendste dichter, de stichter van de ‘Vrijstaat van Carnaro’ in Fiume, aan wiens theatrale dictatorschip aldaar Mussolini en zijn opkomende fascistische beweging duidelijk schatplichtig zijn geweest.

In Nederland was het in de Jaren Dertig al niet anders. Neem Roland Holsts dichtersvriend Marsman, van huis uit een Stefan George-adept. In het berucht geworden interview, dat de latere Zwart Fronter Albert Kuyle in 1928 voor het tijdschrift De Gemeenschap aan Marsman afnam, zei de laatste: het schrijven van een nieuwe roman te laten afhangen... van het feit, of al hij dan niet zou sneuvelen aan een fascistisch front… Roland Holsts andere goede vriend, Jacq. Bloem, deed niet voor Marsman onder. Die was gefascineerd door de conservatief-reactionaire Action Francaise van de Franse dichter Maurras. Maurras geloofde in een van nature vastgelegde hiërarchische ordening van de samenleving, die zijns inziens bedreigd werd door liberalisme en socialisme. In 1933 werd Bloem zelfs lid van de NSB en noemde hij het Derde Rijk ‘een bewonderenswaardige schepping’. Hij brak pas met de NSB, toen hij in een gesprek met NSB- leider Mussert erachter kwam, dat de laatste nooit iets van Maurras had gelezen… dat was Bloem onverdraaglijk.

In zijn Utrechtse studententijd was Bloem bevriend met Erich Wichman, die zich Nederlands ‘eerste fascist’ noemde… en het ook was! Aan diezelfde Erich Wichman droeg Hendrik Marsman zijn eerste bundel Verzen op…

Hoe Roland Holst zich de inrichting van zijn niet-democratische staat voorstelde blijft in nevelen gehuld. Gezien zijn grote bewondering voor  koningin Wilhelmina  en zijn verregaande liefde tot het koningshuis, krijg ik de indruk, dat hij Wilhelmina’s autocratisch concept deelde van een Nederland, geregeerd door een Oranje Vorst(in) ‘in rechtstreeks contact met het Volk’. Dus niks geen gekozen parlement.   

Het gedicht ‘Voor West-Europa’ wensten noch zijn vader, noch zijn broer Marius (‘Eep’ ) gepubliceerd te zien! Nauw aan hun bedrijf was immers gelieerd het Duitse asssuradeursbedrijf de ‘Gladbacher Feuer Versicherungs Aktiengesellschaft’  Met de eigenaar Wilhelm Haus en later met diens zoon Carl onderhielden de Holsten  zowel zakelijke als vriendschappelijke betrekkingen. Zij vreesden dat hun Duitse relaties met represailles gestraft zouden worden, als Jany Roland Host dit gedicht publiceerde. En al niet minder maakten zij zich zorgen wat hun eigen bedrijf betrof. Er waren toen al voorbeelden van Duitse represailles om vergelijkbare redenen tegeneen aantal Scandinavische bedrijven geweest. Marius ‘Eep’ Roland Holst had bovendien zo zijn geheel eigen reden om zijn broer Jany tot niet-publicatie te manen. Hij had in zijn jonge jaren, toen hij in Duitsland stage liep, een liason gehad met een toen aankomend actricetje, Emmy Sonneman. Bij haar huwelijk had hij haar een felicitatiebriefje gestuurd. Dat huwelijk bleek gesloten met …Reichslufmarschall Hermann Goering! Wiens naam ‘onlosmakelijk’ verbonden is met Rotterdam. Aan Goering  immers ‘danken’ wij het Bombardement  van Rotterdam  van 14 Mei 1940!

Het hierboven genoemd briefje had geleid tot een invitatie door het echtpaar Goering om eens te komen logeren op hun landgoed nabij Berlijn.

Eep en Annie meenden dat zij zich daar aan niet konden onttrekken. Maar ze maakten een subtiel statement. Goering had Eep en zijn vrouw voor een avondje Opera ruimhartig de Staatsloge ter beschikking gesteld. Ze hebben toen hun beste Berlijnse vriend, de Joodse bankier Von Mendelsohn mee naar de voorstelling genomen… Dat was in Huize Goering slecht gevallen. Om nog erger te voorkomen laste Jany Roland Holst de publicatie van ‘Voor West-Europa’ dan ook af.

Eind december kon ik met een gerust terugreizen naar Rotterdam. Er blijken inderdaad ‘niet geringe’ verbanden te bestaan tussen de dichter Adriaan Roland Holst en onze stad... Allereerst Evert de Iongh natuurlijk, het Rotterdammertje, dat eigenlijk een Roland Holstje was… Maar als klap op de vuurpijl ook nog eens de demon van Rotterdam, Goering.

De van’ zwarte wolken boven Europa’ vergeven poëzie van Roland Holst is ondertussen uit de gratie geraakt. Hij was in zijn tijd diep onder de indruk van het cultuurpessimistisch boek Untergang des Abenlandes van Oswald Spengler. Net als bijvoorbeeld Carel Willink, de magisch realistische schilder, die van Roland Holst een zeer onthullend portret heeft gemaakt. Een depressieve man in een depressieve tijd.

Maar misschien komt er thans een opleving in de belangstelling voor Roland Holsts dichtwerk met zijn ‘waas van ondergang’. Immers, nu wij inmiddels in Trumptime moeten leven, een tijd – kortom – van toenemend rechtspopulisme, van afnemende waarheidsliefde, afnemend politiek fatsoen en afnemend gezond verstand, begint de buitenwereld, meer dan menigeen lief is, te lijken op de late Jaren Dertig, de tijd van Roland Holsts gedicht ‘Voor West-Europa’…

Tot slot, twee zelf gecomponeerde gedichten naar aanleiding van de triomf van Donald Trump.

<1>

De Wildplasser –  Trum  pis  me

 

                                          In welk laatste teken

                                          van nachtelijk blinkend, ledig

                                          onheilszwanger licht

                                          sta ik te wateren …?

 

                                                     zeer vrij naar A. Roland Holst

 

<2>

 

Trump Triomfator!  De miljardair met het pisgele haar!

Ik moest het aanzien op TV…

 

Ontgoocheld stommelde ik naar buiten, het café uit

en urineerde ik in het duister van de nacht

de gouden waaier van mijn machteloosheid

 

Aldus sloeg ik een oude wijsheid uit het Oude Rome

in de wind

(een uiterst gure wind, want uit het Wilde Westen…!)

                     

                  Homo sapiens non urinat in ventum!¹

 

Gevolg: stinkende Bluejeans- Made in USA

 

               ¹ Een verstandig mens pist niet tegen de wind in…

 

Gegevens over Adriaan Roland Holst ontleend aan de biografie van Jan van der Vegt: ‘Roland Holst’ (De Prom , Baarn, 2000) en L.J. de Ruiter, Herinneringen aan A. Roland Holst (De Arbeiderspers, Amsterdam, 1988 )

Afbeelding / Wikipedia

Rubriek Gastbijdrage

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel