Monitor armoedebestrijding (1)

5-4-2016 08:27

Door Hans van Willigenburg

Hoe ziet de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding eruit?

Armoedebestrijding krijgt steeds meer aandacht, globaal én lokaal. Maar waar lees je wat nodig is om kwetsbare mensen vooruit te helpen, aangezien armoede niet louter een financieel probleem is maar, dieper liggend, een gedragsprobleem? Stadslog Rotterdam kreeg het vertrouwen om intensief in gesprek te gaan met HBO-studenten, die namens Bureau Frontlijn in professioneel teamverband arme Rotterdammers ondersteunen in het weer op orde krijgen van hun bestaan. Hoe lastig is het om ‘afgedwaalde’ burgers weer een minimum aan zingeving en orde te laten ervaren, zodat zijzelf en hun omgeving weer in een opwaartse spiraal terechtkomen? Helpen overheidsregels daarbij of staan ze oplossingen vaak in de weg? In de artikelenreeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ krijgt u aan de hand van betekenisvolle citaten een zeldzaam inzicht in de dag-tot-dag-praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. En, daarmee, in de koers die effectieve armoedebestrijding in zou moeten slaan.

CITAAT  1

‘PROBLEMEN LOS JE OP MET PERSOONLIJKE CONTACTEN, NIET MET CALLCENTERS’

Anonimiteit is hinderpaal als de nood hoog is

Ik probeerde een dakloze zo snel mogelijk aan een woning te helpen. Je gaat dan bellen met een woningbouwcorporatie en legt de situatie zo goed mogelijk uit. Als je geluk hebt, spreek je iemand met een welwillend oor. En kun je stappen maken richting een oplossing. Maar de volgende keer dat je belt, krijg je vaak iemand anders aan de lijn en word je gedwongen alles van voren af aan uit te leggen. En is het lang niet zeker dat diegene evenveel begrip heeft. Het werkt ontzettend frustrerend als organisaties, zoals woningbouwverenigingen, zich terugtrekken achter een algemeen nummer. En je maar moet afwachten wie je aan de lijn krijgt. En of ze terugbellen. Problemen los je op met persoonlijke contacten, met echte gesprekken, niet met callcenters.’  

CITAAT 2

‘ALS ÉÉN VINKJE OP HET FORMULIER ONTBREEKT, GAAT HET NIET DOOR’

De Voedselbank als bureaucratische tijger

‘Toen ik nog niet zo lang bezig was met mijn stage, dacht ik de dat de Voedselbank een instelling was waar je altijd terecht kon. Een soort laatste redmiddel, waar mensen die niks meer te eten hebben hoe dan ook geholpen worden. Dat bleek niet zo te zijn. Als je de administratie van je cliënt niet op orde hebt en de Voedselbank vindt dat de financiële verantwoording onvoldoende is, word je naar huis gestuurd. Als één vinkje op het formulier ontbreekt, gaat het niet door. Toen ben ik, als alternatief, letterlijk met mijn cliënt langs de winkels gegaan om te kijken of ze ons gratis wat voedsel wilden geven. Als ik erover nadenk, snap ik ergens wel dat ook een Voedselbank bepaalde criteria hanteert en soms streng moet zijn. Maar als je ziet hoe makkelijk elders in de maatschappij met geld wordt geschoven, vind ik het toch wel schrijnend.’

CITAAT 3

‘SCHULDEN ZIJN NIET ALLEEN MAAR SCHULDEN’

Onhandelbaar of paniekerig zijn heeft vaak met een aantal nullen te maken

‘Schulden hebben, is niet alleen een financiële last. Als iemand schulden heeft, is de kans groot dat het negatieve invloed heeft op heel zijn of haar omgeving, op partner, op kinderen. Daarom geven wij hoge prioriteit aan het op orde brengen van financiële zaken. Coachen we mensen om hun uitgaven te registreren en op die manier greep te krijgen op hun geldstromen. Vaak als het in een gezin niet lekker loopt, kinderen en ouders voortdurend met elkaar ruziën, er regelmatig klappen vallen, blijkt de situatie ineens op te klaren als de financiële situatie is verbeterd. Er uitzicht is op een oplossing. Zo ontdek je dat onderhandelen tussen verschillende gezinsleden, aansturen op meer begrip en beter luisteren, soms toch minder effectief is dan gewoon de rekensommen op orde krijgen. En zorgen dat men weer baas wordt over het eigen geldpotje.’    

CITAAT 4

‘MET TAAL KUN JE DE ZIEL RAKEN’

Erken verschillen in cultuur, doe daar niet zo moeilijk over

‘Ik heb van nabij gezien hoeveel invloed taal kan hebben op het verbeteren van mensenlevens. Ik was betrokken bij een Antilliaanse vrouw, die wel steeds “ja” knikte, ogenschijnlijk meewerkte, maar op cruciale momenten niet thuis gaf. Ik kreeg het vermoeden dat die vrouw haar hulpverleners gewoonweg niet vertrouwde. Dat het traject daarom zinloos was. Omdat ikzelf Antilliaanse ben, ben ik toen in het Papiaments met haar in gesprek gegaan. Waarbij ze toegaf dat ze zich in eerste instantie schaamde en niet van plan was ooit te gaan meewerken. Door haar aan te spreken in het Papiaments, haar eigen taal dus, en haar daarbij te erkennen in haar culturele schaamte iemand toe te laten in het eigen gezin, draaide ze langzaam bij. Door de juiste taal te gebruiken, kun je mensen in de ziel raken. En dingen veranderen. Het is volgens mij dus helemaal geen gekke gedachte om taal en etniciteit een rol te laten spelen bij het inrichten van je hulpverlening ’   

CITAAT 5

‘SOMS MOET JE HELEMAAL VOORAAN BEGINNEN EN MENSEN EEN RITME GEVEN’

Meteen oplossen is een logische reflex, maar vraag je af of mensen er al aan toe zijn

‘Het komt voor dat je mensen treft bij wie elk ritme ontbreekt. Die daarom moeite hebben om ergens op tijd te komen. Of welke afspraak dan ook na te leven. Dan moet je nóg een stap terug doen en hen begeleiden in het onder controle krijgen van de tijd die ze besteden aan TV-kijken, slapen of gamen. Als je dat niet eerst oplost en te snel en te enthousiast aan allerlei verbeteringen begint te werken, zul je merken dat die verbeteringen niet uit de verf komen. Om mensen in een ritme te krijgen, moet je soms streng zijn. Ze dwingen een agenda bij te houden. Zodat ze zich bewust worden van hun gedrag.’   

Voor de reeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ zijn een zevental studenten en twee leidinggevenden van Bureau Frontlijn geïnterviewd, ten einde een beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. De citaten zijn eind geredigeerd en vormen soms een samentrekking van twee of drie observaties van één of meer afzonderlijke studenten en/of leidinggevenden. Aan deze productie werkten mee: Nairis Olbin, Emmeline Varela, Ella Paesch, Esra Boray, Stefanie Aldenhoven, Vildan Kaya, Marina Hoekman, Natalia Fandino Media en Bibi Hoosein.

Voor de volgende aflevering van deze serie, klik hier

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel