Monitor armoedebestrijding (4)

24-5-2016 10:46

Door Hans van Willigenburg

Hoe ziet de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding eruit?

Armoedebestrijding krijgt steeds meer aandacht, globaal én lokaal. Maar waar lees je wat nodig is om kwetsbare mensen vooruit te helpen, aangezien armoede niet louter een financieel probleem is maar, dieper liggend, een gedragsprobleem? Stadslog Rotterdam kreeg het vertrouwen om intensief in gesprek te gaan met HBO-studenten, die namens Bureau Frontlijn in professioneel teamverband arme Rotterdammers ondersteunen in het weer op orde krijgen van hun bestaan. Hoe lastig is het om ‘afgedwaalde’ burgers weer een minimum aan zingeving en orde te laten ervaren, zodat zijzelf en hun omgeving weer in een opwaartse spiraal terechtkomen? Helpen overheidsregels daarbij of staan ze oplossingen vaak in de weg? In de artikelenreeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ krijgt u aan de hand van betekenisvolle citaten een zeldzaam inzicht in de dag-tot-dag-praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. En, daarmee, in de koers die effectieve armoedebestrijding in zou moeten slaan.

CITAAT 16

‘ÉÉN GESPREK KAN EEN HEEL LEVEN UIT HET SLOP HALEN’

Het belang van een rustmoment waarin alles op een rijtje kan worden gezet

'Ik kreeg te maken met een cliënt die aanvankelijk nooit ergens op reageerde. Nam de telefoon niet op. Reageerde niet op mails. Of op SMS-jes. Als je niet oppast ga je dan allerlei beelden in je hoofd creëren van zo’n persoon. Van wat zij kennelijk belangrijker vind dan met jou, als hulpverlener, zaken weer op orde te krijgen. Omdat ik volhield, lukt het me  op een gegeven toch om contact te krijgen en nodigde ik diegene uit voor een gesprek op kantoor. Ja, ik deed dat misschien net iets vriendelijker en tegelijkertijd dwingender dan normaal, juist omdat het er naar uitzag dat het me nooit zou lukken met deze persoon contact te krijgen. In dit geval had het effect: de cliënt verscheen op het afgesproken tijdstip. Vervolgens zijn we samen om de tafel gaan zitten. Hebben we haar situatie doorgenomen. Een actieplan opgesteld. En sindsdien komt ze alle afspraken heel precies na. Is ze op tijd. En heeft altijd de juiste papieren bij zich. Ik zeg niet dat het me altijd zal lukken om dit met iedereen te bereiken. Maar het is wel een bevestiging dat het kan: dat je ook met ogenschijnlijk moeilijke cliënten de weg omhoog weer kunt inslaan. Als je maar een moment creëert van rust, van overzicht, zoals toen op kantoor.’     

CITAAT 17

‘IS DIT NIET HET BELONEN VAN SLECHT GEDRAG?‘

Extra aandacht geven aan de moeilijkste individuen   

‘Zeker in het begin, toen ik net dit werk deed, zat ik regelmatig met mezelf in de knoop. Ik had de neiging één lijn te willen trekken. Iedereen op dezelfde manier te behandelen, in positieve zin. Dus een cliënt die niet meewerkt of de boel zelfs saboteert niet ineens meer aandacht te geven, omdat dat ten koste zou gaan van andere cliënten die, vond ik, minstens evenveel recht hadden op mijn hulp. Daarin de juiste weg zoeken, vond ik erg lastig. Want je instinct zegt juist dat de mensen die wél van goede wil zijn méér recht hebben op je aandacht dan de mensen die verzaken. In de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde en krijgen de meest complexe gevallen de meeste aandacht. Nu snap ik beter dat ook hier geldt: stel je oordeel even uit. Want zodra je je verdiept in de vraag waarom iemand lastig en onbenaderbaar is en je met diegene daarover in gesprek komt, merk je hoe waardevol dat is. En ervaar je aan den lijve dat zo’n inniger contact een keerpunt voor diegene kan zijn. Dus: hoe meer tegenwerking je krijgt, hoe groter in principe je inspanning moet zijn om iemand te helpen. Dat voelt nog steeds wel eens onrechtvaardig. Maar het is je beroepseer om dat op te brengen. En je leert inzien dat je op die manier inderdaad het meeste van waarde bent voor mens en maatschappij. ’  

CITAAT 18

‘ARMOEDE BESTRIJDEN IS TEAMSPORT’

Ongeschikt werk om in je eentje te doen

‘In dit werk kun je alleen effectief zijn wanneer je onderdeel bent van een stevig groepsverband. Niet alleen kun je veel leren van bijeenkomsten en gesprekken met collega’s, werkbegeleiders een casemanagers, die op cruciale momenten meer ervaring hebben en in moeilijke situaties kunnen aangeven wat de beste weg is om vooruit te komen. Behalve de overdracht van kennis is het sowieso belangrijk dat je om de zoveel tijd samenkomt. En op die manier even uit de wereld van je eigen cliënten stapt. Geconfronteerd wordt met andere situaties en andere oplossingen. Dit werk is teamsport. Je houdt elkaar scherp. In je eigen “tunnel” blijven zitten, is slecht voor jezelf én voor je cliënt.’         

CITAAT 19

‘VERGADEREN? NEE, DAT DOEN WE HIER WEINIG’

Resultaten belangrijker dan meningsverschillen

‘Bij het woord “vergaderen” denk ik aan lange bijeenkomsten, waar meningsverschillen eindeloos worden uitgeplozen. Door te “vergaderen” maakt iedereen aan tafel zijn of haar punt, maar komen resultaten volgens mij niet snel dichterbij. Zoiets heb ik hier, gelukkig, nog amper ervaren. Als we rond de tafel zitten, is er bijna altijd een concrete “case” waarover we van gedachten wisselen, maar altijd positief, om een oplossing of vermindering van stress voor de cliënt dichterbij te brengen. Het resultaat staat voorop. Omdat altijd blijkt dat geen twee situaties uiteindelijk helemaal hetzelfde zijn, leer je dat je eigen mening of visie betrekkelijk is. Wat op het ene adres werkt, werkt op het andere adres juist weer niet. Omdat er geen vaststaande aanpak is die altijd werkt, er altijd sprake is van variaties, kun je nooit achterover leunen. Als je achterover wilt leunen, kun je beter wat anders gaan doen.’         

CITAAT 20

‘ER IS GEEN BEGIN, ER IS GEEN EINDE’

Armoede bestrijden kun je niet afronden met een knalfuif

‘Als je een evenement organiseert, werk je naar een bepaald moment toe. En bij succes is er dan een ontlading. Hetzelfde als je een jaar voor het behalen van een bepaalde “target” werkt en het lukt je om dat doel inderdaad te bereiken. Dan ga je even uit je dak. In dit werk is geen sprake van een duidelijk begin of einde. Elke dag zijn er mee- en tegenvallers. Elke dag gaan er dingen goed en slecht. Als een cliënt na begeleiding op eigen benen kan staan, is dat schitterend. Een overwinning. Maar vijf minuten later kan er een nieuw geval op je bureau liggen. Het doorlopende karakter van dit werk – het is, net als het huishouden, nooit klaar – maakt het des te belangrijker dat je in een teamverband werkt. En dat je, als het even kan, gezamenlijk stilstaat bij successen.’              

Voor de reeks ‘Monitor Armoedebestrijding’ zijn een zevental studenten en twee leidinggevenden van Bureau Frontlijn geïnterviewd, ten einde een beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk van armoedebestrijding in Rotterdam. De citaten zijn eind geredigeerd en vormen soms een samentrekking van twee of drie observaties van één of meer afzonderlijke studenten en/of leidinggevenden. Aan deze productie werkten mee: Nairis Olbin, Emmeline Varela, Ella Paesch, Esra Boray, Stefanie Aldenhoven, Vildan Kaya, Marina Hoekman, Natalia Fandino Media en Bibi Hoosein.

 

Aflevering 1, 2 en 3 van deze serie vind je achtereenvolgens hierhier en hier...

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel