Rotterdam armoedevrij in 2050

4-2-2015 11:12

Door Hans van Willigenburg

‘Derde Weg’ in armoedebestrijding in zeven punten!

 

De armen vormen ongewild een ‘industrie’, waar socialisten, vrijzinnigen, liberalen en conservatieven hun wereldbeeld op loslaten. Ondersteund door maatregelen, die zij goed aan hun kiezers kunnen verkopen, maar de armoede geen spatje helpt verminderen. Van alle grote steden in Nederland heeft Rotterdam de meeste behoefte armoede effectief tegen te gaan, maar in onze stad is armoedebestrijding nog steeds, net als elders, geen topprioriteit, maar een verschijnsel waaromheen ‘programma’s’, ‘actielijstjes’ en ‘campagnes’ worden georganiseerd, die niet of kortstondig werken. Hoogste tijd voor een duurzame ‘Derde Weg’ in armoedebestrijding, die wél effect sorteert en Rotterdam in, pakweg, 2050 armoedevrij kan krijgen. Om die 'Derde Weg' helder weer te geven, hebben we die samengevat in zeven punten. Iedereen kan het snappen en wat is eigenlijk het excuus om er niet morgen mee te beginnen?

 

1. Doorbreek de verkokering.

 

Het is reuze gezellig om met deskundigen, gelijkgezinden en na praters het idee te hebben een bijdrage te leveren aan armoedebestrijding. Maar het uitgangspunt zou niet de arbeidsvreugde van de hulpverleningsindustrie moeten zijn, maar data. De ‘kwetsbare levenslijn’ van de armen zelf. Op welke momenten in hun bestaan hebben zij ondersteuning aantoonbaar het meeste nodig? Hoe kunnen we hen op de juiste ogenblikken het beste ‘wapenen’ tegen de uitdagingen van de toekomst? Dat vraagt niet om instituten in hoge gebouwen, met eigen belangen en budgetten. Dat vraagt om individuele en hoogstaande professionals, die op de begane grond, dichtbij de doelgroep, hun werk doen en hun ogen en oren open houden.       

 

2. Excellente begeleiding rond de geboorte.

              

Organiseer excellente zorg bij de geboorte van kinderen in kwetsbare wijken, zodat ze zo gezond mogelijk ter wereld komen. Elke complicatie die tijdens de zwangerschap, geboorte of hechtingsperiode voorkomen kan worden, bespaart het kind en de samenleving een hoop frustratie, ellende en extra zorg.

 

3. De beste leraren naar de ‘moeilijkste’ plekken.

 

Goed onderwijs is het beste wapen tegen armoede. Verdeel het intellectuele talent in de samenleving op een heel andere manier en maak het voor academici aantrekkelijk aan de slag te gaan op scholen in kwetsbare wijken. Bijvoorbeeld door een heel goed salaris te bieden. En door goede mogelijkheden op doorstroming aan te reiken. (In Finland kan een docent na vijf jaar vrijwel elke baan krijgen, omdat hij/zij blijkt heeft gegeven onder moeilijke omstandigheden overeind te zijn gebleven.) Academische vorming van docenten is belangrijk. Zij hebben een ‘bredere blik’ op de werkelijkheid en kunnen kinderen beter leren relativeren en nuanceren, alsmede helderder licht werpen op de ‘waarom’-vraag die veel kinderen bezighoudt.

 

4. Eén brede school van drie tot en met vijftien jaar.

              

Houd specialisatie in het onderwijs zo lang mogelijk buiten de deur. Kinderen weten steeds later wat ze echt willen worden. Dus blijf ze zo lang mogelijk basisvaardigheden bijbrengen op het gebied van taal, rekenen, digitale ontwikkelingen en robotica. Behalve dat het gezien de beweeglijke arbeidsmarkt veel beter is kinderen zo breed mogelijk op te leiden, biedt een brede school, zoals hier voorgesteld, de beste kansen om kinderen achterstanden te laten inhalen. Voorbeeld: een kind van negen jaar krijgt dan nog zes jaar de tijd (!) om bij te spijkeren tot een goed niveau. In het huidige systeem – met een ‘knip’ op het twaalfde jaar – is de tijdnood en de kans op mislukking hiervan veel te groot. (Deze brede scholen zullen van nature groter zijn dan de huidige basisscholen, maar door groepsgrootten aan banden te leggen blijft de ‘menselijke maat’ in tact.)

 

5. Minder vrijblijvend contact tussen werkgevers en onderwijsveld.

 

Geef minder ruimte voor (MBO & hoge)scholen om zich achter specialisaties en studierichtingen te verschuilen en geef werkgevers – die ten slotte de ‘echte’ banen creëren – veel meer invloed op onderwijsprogramma’s. Alleen zo kan voorkomen worden dat kinderen op dood spoor geraken. En zorg dat HBO’s en MBO’s nu eindelijk eens gaan doen waarvoor ze ingehuurd zijn (goed onderwijs geven), in plaats van ‘avontuurtjes’ aangaan in vastgoed en andere onderwijsvreemde branches.

 

6. Afschaffen van hard werken als deugd.

 

Mensen die trots vertellen dat ze ‘zeventig uur per week werken’ niet langer automatisch op een voetstuk plaatsen, maar openlijk twijfelen aan de zin van zo’n volgestouwde werkweek. En vragen wat die zeventig uur zweet de maatschappij en de persoon zelve nu eigenlijk oplevert. Dikke kans dat hard werken synoniem blijkt te zijn met hogerop komen in de hiërarchie in plaats van nuttig werk verrichten voor de gemeenschap. Dat is ook een vorm van armoede! Zij het luxe armoede. Zie ook punt 1: Doorbreek de verkokering.

 

7. Houd op met gratis geld weggeven.

 

Zolang we armoedebestrijding zien als een vorm van gratis geld weggeven, doen we precies het tegenovergestelde voor de armen dan wat nodig is. In plaats van ze aandacht te geven, contact te maken en hun talenten te leren ontdekken, gooien we een bedrag naar ze toe en keren ons van hen af. Het is deze ontkenning en dit gemakzuchtige andere-kant-op-kijken, dat een effectieve armoedebestrijding al zo lang in de weg staat. 

Rubriek Het feest van de praktijk

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel