BIJDEHANTE POKERHARSES

23-1-2013 14:10

Door Stefan van Hoek

Ik begrijp er geen ene fuck van. Van dat hele spel niet. Toch lijkt het me wel cult om eens een nacht in een pokerhol door te brengen. Tom heeft me uitgenodigd. Samen met een Servische kennis organiseert hij al een aantal maanden vier keer in de week pokeravonden. Avonden die zonder uitzondering overgaan in de nacht en niet zelden 's ochtends eindigen, als ik hem moet geloven.

   De Servische nationaliteit van zijn kennis doet me deugd. Dat ik straks niet alleen maar suf naar een groepje geld beluste klaverjassers+ zit te kijken, maar dat er een zweem van mogelijk wapengebruik uit de Joegoslavische burgeroorlog over de bijeenkomst hangt. Anders kan ik het in het weekend net zo goed in een voetbalkantine naar het kaarten gaan zitten kijken.

   Ik loop over de 's Gravendijkwal. Uitgestorven op dit tijdstip, als je de sporadisch voorbij scheurende auto's op de racebaan in het midden niet meetelt. De pokersociëteit moet naast die seksclub zitten. Tom heeft me gezegd dat ik op de ruit moet tikken. Zo komt iedereen er binnen. Het probleem is dat ik noch in het pand links van de club, noch in dat rechts ervan licht zie branden. Rechts van rechts brandt wél licht. Ik waag het erop en klop op het raam. Voorzichtig wordt het gordijn iets opzij geschoven. Ik zie een deel van een Balkaniaans aandoend gezicht. Er wordt geen vuurwapen op me gericht. Het gordijn gaat weer dicht en bijna direct erna weer opzij: Tom steekt zijn duim naar me omhoog.

 

Een opgeruimde, maar sobere ambiance. Meer kan ik er niet van maken. Het meubilair heeft een uniforme uitvoering. Naast de drie achtereen gerangschikte pokertafels staan alle dezelfde soort stoelen. Het licht is kil, maar functioneel. Boven de drie pokertafels hangen evenzovele lichtbakken. Ieder met twee tl-balken erin. Achterin de gokgelegenheid staat een leren bank, waar ik inmiddels op zit. De koelkast staat pal naast me. Ik mag vrijelijk naar flessen bier grijpen.

   Tom is de bank; hij deelt de kaarten. De Serviër ligt op de bank, in het voorste deel van de ruimte; hij kijkt tv. Er wordt slechts aan één tafel gespeeld. Dat is ook de enige tafel waarboven de tl-balken branden. Geen idee of het straks nog drukker wordt.

   Een paar spelers ken ik van gezicht, heb ik in het gezinsvervangend tehuis weleens een kaartje zien leggen. Eén gozer heeft zijn stoel omgedraaid en leunt met zijn kin op de bovenkant van de rugleuning. Ook zijn baseballcap staat omgekeerd op zijn hoofd en hij draagt een zonnebril. Te veel 's nachts naar de commerciële zenders gekeken, concludeer ik. Ik hoop dat ie verliest. Ik hoop dat ie veel verliest.

   Naast hem zit de zich schrijver wanende, die in eigen beheer vuistdikke boeken over het Rotterdams caféleven uitgeeft. Die pillen die iets te vaak veel weghebben van een verzameling gefotokopieerde kroegbonnen. Ik hoop dat ie verliest. En veel.

   Dan is er nog de barman die altijd met een zonnebril op zijn kale kop achter de toog staat. Ik ken hem al jaren van gezicht en hallo zeggen in nachtkroegen. Wel een vriendelijke gozer. In gedachten schuif ik hem als een stapel fiches mijn coulancegebied binnen. Hij mag winnen.

   De overige spelers ken ik niet. Zij mogen verliezen. Of winnen.

 

Ik hoor en zie de spelers om nog een kaart vragen, gepiel met fiches, stapels kaarten weggelegd worden, Tom geld wisselen en het interesseert me geen moer. Dus neem ik nog maar een fles bier en pak een pokertijdschrift van de stapel naast me. Tom had me gezegd dat ik maar eens sfeer moest komen proeven. Misschien kon ik er een verhaal over schrijven en dat aan zo'n blad slijten. Maar in het magazine dat ik doorblader staan alleen uit het Engels vertaalde artikelen. De technische spelbeschrijvingen kan ik sowieso overslaan. Abacadabra tot de zevende macht voor mij. Voor het overige staan er interviews met professionele pokerspelers in. Ongetwijfeld van die gasten die ik 's nachts tijdens het zappen op de commerciële zenders weleens voorbij zie komen. Tussen de reclames met naaktachtige gleufdieren voor veel te dure telefoonnummers door.

 

Af en toe wordt er op het raam geklopt. Dan staat de Serviër op van zijn bank en doet de deur open. Ik ben inmiddels gepromoveerd tot chef drankvoorziening. De meeste binnenkomers drinken bier. Tot nu toe wilde nog maar één verse speler frisdrank. Niet dat hem dat hielp. Na een kwartier spelen ging hij al weer moven. Twee meier lichter. De inzet is hier duidelijk hoger dan wat ik in het gezinsvervangend tehuis zo nu en dan vanuit mijn ooghoek over de stamtafel heb zien gaan.

 

Halverwege de nacht gaat de Serviër met een schaal hapjes rond. Ik sla de geste af. Oeioeioei. Blokjes kaas en plakjes worst. Met of zonder mosterd. Té goedkoop. Ik zie mezelf al in de rol van cateraar. Toast met zalm en door mijzelf in elkaar gedraaide guacamole. Men neme rijpe avocado's, gepelde tomaten, tenen knoflook en voege naar smaak cayennepeper, zout en citroensap toe. Men purere de ingrediënten tot één donkergroene symbiose en men kwakke die vervolgens bovenop de zalm op de toast. De zalm heeft men pas even tevoren op de toast gelegd, teneinde te voorkomen dat beide al voor hun beurt een symbiose zijn aangegaan. Aanwijzingen die bij het pokeren geen waardevolle speltips in zich dragen, maar ik ben er van overtuigd dat de inwendig correct versterkte kansspeler de verstandigste beslissingen neemt.

 

Ik ben weg”, zegt de zonnebrilbarman. Hij legt zijn kaarten met de rug naar boven op tafel en schuift ze van zich af. “Ik geloof niet dat dit nog een spelletje voor mij is. In de kroeg vind ik het allemaal gezellig enzo, maar met die inzetten hier gaat het me wel erg hard. Ik ben al een kleine drie ruggen in vier weken kwijt.”

   Ik zie Toms gezicht van in de plooi hévig in de plooi schuiven. Ik vermoed dat hij zich met zijn bijdehante pokerharses ernstig rijk staat te rekenen.

   Ook de overige spelers gooien nu een voor een hun kaarten voor zich op tafel. De zich schrijver wanende zit te glimmen. Die heeft vannacht geloof ik een aanbetaling voor de eerste editie van Rotterdamse pokerholen aan het begin van het derde millennium bij elkaar weten te kaarten.

 

Het is al licht als ik buiten sta. Wat heb ik daar binnen in godsnaam zitten doen? Te veel zitten lezen, veel te rustig gedronken, dus eigenlijk ben ik nog min of meer nuchter. Wat een shitnacht was dit. Ik heb niet eens met iemand gewed dat er geen vuurwapen zou worden getrokken.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel