GEVALLEN

20-6-2016 03:15

Door Stefan van Hoek

Hij liet zijn hand door zijn veel te lange haren gaan. Nog even en het was zo vet dat hij het boven een frituurpan zou kunnen uitknijpen, voelde hij. Jammer dat hij niet in het bezit van een frituurpan was. Hij was niet eens meer in het bezit van een eigen woning. Bij het Leger des Heils, iets verderop, aan de Mauritsweg, zou hij zijn haren weer eens kunnen wassen. Maar hij had geen zin om naar het Leger des Heils te gaan. Omdat er altijd het tegendeel, Onheil, dreigde. Alle losers opeen geklonterd. Het probleem was niet eens dat de anderen losers waren. Het probleem was dat ze zich te dicht in zijn buurt bevonden. Een verzameling CEO's van multinationals zou op hem exact dezelfde uitwerking hebben gehad. Iedereen zou zijn aura te zeer zijn binnengedrongen. Een gewaarwording die hij tegenwoordig op straat al had bij elke medemens die zich binnen een straal van vijf meter van hem bevond. Daarom had hij ook nu een bankje uitgezocht, waarop hij zich zo ver mogelijk van de factor homo sapiens bevond.

In het wijkpark van het Oude Westen zat hij. Hij kon zich niet meer voorstellen dat hij ooit leidinggevende bij de krant was geweest, hoofdredacteur. Redactieleden aansturen, moeizame onderhandelingen voeren met uitgevers toen de krant uiteindelijk moest opgaan in het landelijke conglomeraatsblaadje en verwerd tot dorpssufferdje. Hele dagen in touw was hij geweest. En nadien iedere dag nog naar het journalistencafé om er exact zoveel in te nemen dat hij zich de volgende dag precies niet voldoende fit voelde. Werkdag in, werkdag uit – tegen de klippen op van katers die net niet mild genoeg waren – toch een serieus nieuwsmedium van de persrollen zien te laten lopen. Als hij erop terugkeek, begreep hij nauwelijks hoe hij er telkens weer in was geslaagd.

Gedurende de weekends lag hij destijds voornamelijk in bed. Nooit sliep hij dan langer dan vier uur achtereen. Desalniettemin was het hem gelukt zijn levenswijze vol te houden. Het tekort aan vitaminen in de bestelmaaltijden had hij aangevuld met pillen, die hij kocht bij de drogist op de Oude Binnenweg. Aan een werkelijk tekort aan slaap leed hij tijdens de weekends niet. Hij mocht dan nooit langer dan vier uur achtereen slapen, het telkens wegdoezelen meegerekend, kwam hij in totaal aan ongeveer zestien uur rust. Daarnaast onthield hij zich thuis van welke alcoholinname dan ook. Daar was hij op zijn manier een sportman in geweest.

Hij zette het blik bier aan zijn mond, gooide zijn hoofd in zijn nek en klokte de resterende inhoud naar binnen. Daarna brak hij het lipje van het blik, zoals hij altijd deed. Het was zijn eerwraak. Had dat blik maar niet leeg moeten zijn. En had het maar geen Brouwers Bier in plaats van Heineken moeten bevatten. Wat smaak betreft, was er niet eens veel verschil tussen de merken. En wat de uitwerking op zijn geest aanging al helemaal niet. Het feit dat hij tegenwoordig uit kostenoogpunt Brouwers Bier moest drinken, herinnerde hem er iedere keer weer aan dat de krant uit hetzelfde oogpunt zijn titel had moeten inleveren en sindsdien als katern van een dagelijks sportperiodiek door het leven ging. Het leek alsof alles in zijn bestaan sindsdien was blijven vallen. En nog steeds viel.

Het was tijd om de wijde wereld in te trekken. Hij pakte zijn plastic zak met blikken Brouwers Bier en stond op. Niets counterde de gedachte aan zijn val zo goed als opstaan en verder lopen. Richting CS. Sinds het nieuwe Kruisplein eindelijk was voltooid als verlengde van het Stationsplein was het met al zijn zitplaatsen niet slechts schitterend geworden; het was er met zonnig weer als vandaag ook veel te druk om er op zijn gemak bier te kunnen drinken. Gelukkig was het aan de Spoorsingel meestal rustiger. Tijdens de periode bij de krant bevonden Zuid en Noord zich nog onder en boven de rivier. Inmiddels vormden de treinsporen van het centraal station de scheidslijn tussen Zuid en Noord. Het was exact even overzichtelijk, nu hij er eens over nadacht.

Iets anders dan door de voetgangerstunnel naast het station wandelen, zat er niet meer in. Tot een half jaar geleden had hij nog door het station kunnen lopen. Toen was hij nog in het bezit geweest van een OV-kaart. Mét voldoende saldo erop om in te kunnen checken en aan de noordzijde de buitenlucht weer te begroeten. Maar alles was blijven vallen. Ook die luxe was inmiddels voltooid verleden tijd.

Hij wachtte tot een stelletje wandelaars hem was gepasseerd en trok zijn volgende blik open. De reiger aan de oever van de Spoorsingel had niet zulke sores als hij had aan zijn kop. De reiger had echter ook niet de rijkdom over een plastic tas met nog zeven halve liters bier te beschikken. Hij lachte. Dat stomme beest stond daar maar op een volgend passerend visje te wachten. Hij had zich, voordat hij naar het park was gegaan, van zijn schamele geld nog te goed kunnen doen aan een Hollandse Nieuwe. Het enige wat de reiger en hij gemeen hadden, was dat ze alle twee ook de komende nacht weer in de buitenlucht zouden moeten doorbrengen.

Afbeelding: www.onnopoiesz.com

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel