KINDEREN ZIJN HINDEREN

28-10-2014 15:30

Door Stefan van Hoek

Het centrum van Rotterdam, bezien in een wandeltempo en door de zeer speciale ogen van onze sterauteur Stefan van Hoek. Een leestraktatie.

 

Eigenlijk wil ik slechts chilipoeder gaan kopen en vervolgens terug naar huis om verder te schrijven aan het lange verhaal waaraan ik vannacht eindelijk weer eens voortvarend heb gewerkt. Toch sla ik niet af, de Nieuwe Binnenweg op, naar de supermarkt, maar loop rechtdoor. Dagelijks een stevig eind lopen schijnt een mens goed te doen. Meestal voelt een wandeling door mijn weerzin voor de medemens helemaal niet goed, maar ik moet wat dat betreft maar eens op mijn tanden bijten. Bovendien: welke idiote fuckhead haalt het nu in zijn neukhoofd in het centrum van Rotterdam te blijven wonen als hij zo'n hekel aan mensen heeft? Antwoord: ik. Vanaf een hutje op de hei is het immers moeilijk de lezers van Stadslog te bedienen met uit het stadse leven gegrepen verhalen.

 

Ik heb geen idee of de route die ik voor ogen heb werkelijk voldoet aan het tienduizendstappenplan, maar dat mag de pret niet drukken. Waar Amsterdam zijn veel bezongen grachten heeft, bezit Rotterdam zijn ongeveer onbezongen singels uit het singelplan van Rose. Terwijl het langs de singels – ruwe schatting – negen keer aangenamer kuieren is. Dus negen keer meer reden voor een vrolijk lied, zou je zeggen. Voordat ik mij – voor zo ver dat voor een persoon als ik in nuchtere staat mogelijk is – in aangename omgeving ga verpozen, erger ik me eerst nog even de tering aan het bouwmateriaal op het Kruisplein, waardoor de toegang tot de stad vanaf het centraal station voor voetgangers nog bepaald niet is zoals de stationsontwerpers van Team CS voor ogen hadden. Daarna besluit ik niet dóór het station te lopen, maar mijn claustrofobie op de proef te stellen. Claustrofobie, pleinvrees, mensenschuwheid, hoogtevrees; you name it en ik lijd er wel aan. Ach, het is geen ebola, verzacht ik mijn afwijkingen maar. Nee, ik ben geen zeikerd, geen zeurpiet, geen drama queen. Ik ben hypersensitief. In Jip-en-Janneketaal: supergevoelig. En aangezien voelen geïnternaliseerd denken is, ben ik dús hyperintelligent. Al vrees ik de Jips en de Jannekes onder de lezers met deze gedachtegang kwijt te zijn.

 

Ik loop dus niet door de stationshal, maar door de fietserstunnel naar de Provenierswijk en verbaas me over de krapte. Tijdens de verbouwing van het station hebben alle reizigers een aantal jaar van dit tunneltje gebruik moeten maken. Het is niet slechts mijn verbazing die de kans op een paniekaanval door claustrofobie naar de achtergrond drukt. Aan het uiteinde van de tunnel zie ik de geruststellende avondwinkel + slijterij die overdag óók open is. De wetenschap dat ik er sterke drank kan kopen om binnen een mum van tijd een angstaanval weg te werken, maakt dat ik zeker weet dat ik er niet naar binnen zal hoeven. Wat kan het leven soms prachtig paradoxaal zijn.

 

Via de Spoorsingel en de Schepenstraat beland ik op de Statensingel. Ik loop onder de schitterende treurwilgen door. Tenminste, ik neem aan dat het treurwilgen zijn. Ik ben noch botanicus, noch bomenkenner, dus alle bomen met lange neerhangende takken zijn voor mij treurwilgen. En deze beschikken over dermate lange neerhangende takken dat er gerust van lang en neerhangend mag worden gewaagd. De al wat laag staande, maar nog steeds een aangename warmte verschaffende zon doet het water van de singel flonkeren. Het is 26 oktober, iets over half 5 en de temperatuur bedraagt nog altijd een graad of 15. Ik tel de zegeningen van de opwarmende Aarde. Ook de fontein klatert het uit van plezier.

 

Ik moet iets opzij gaan lopen, want een moeder met kinderwagen komt me tegemoet. Een kinderwagen van het formaat alsof Holle Bolle Gijs uit de Efteling ermee moet kunnen worden getransporteerd. Misschien heeft de moeder trouwens wel plannen om Holle Bolle Gijs te ontvoeren. En hem dan te onthoofden als de directie van de Efteling weigert het geëiste losgeld te betalen. We leven in een rare tijd. Je leest de gekste dingen over terreur in de krant. En op de sociale media. Of op je e-reader, weet ik veel.

 

De kinderwagen is geheel overkapt, een soort rijdende bungalowtent. Het mag dan 15 graden zijn; als verantwoordelijk ouder kun je niet het risico nemen je kleine spruit zoiets als een verkoudheid op te laten lopen. Bovendien: 10.000 van de 7 miljard mensen op de wereld heeft ebola, dus bescherming is geboden. Dat zeiden ze op het journaal. Of misschien schreven ze het op de sociale media. Door het transparante plastic in het tentzeil zie ik slechts één klein kindje liggen. Alsof het reeds wordt aangeleerd 'ruimer te gaan wonen'. Het gezicht van de vrouw staat op een hoeveelheid chagrijn, die zelfs een misantroop als ik in gedachten een vreugdesprong laat maken en de takken van de treurwilgen rechtop doet staan.

 

Dan had je maar niet aan een kind moeten beginnen, trut, denk ik verheugd. 

 

 

Afbeelding: commons.wikimedia.org

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel