LEVE DE ONGEÏNFORMEERDE IDIOOT

13-4-2016 11:58

Door Stefan van Hoek

Op de 'Intercity Direct' van Amsterdam naar Rotterdam

Dames en heren. We wijzen u erop dat de blauwe stoelen zitplaatsen in de tweede klas zijn. De rode zijn zitplaatsen in de eerste klas. Bevindt u zich met een kaartje voor de tweede klas in de eerste klas, dan dient u zestien euro bovenop uw reiskosten te betalen. Een kilo onversneden cocaïne voldoet bij de meeste conducteurs ook, maar dit is geheel naar gelang hoe zijn of haar NS-dienstpet staat. Neemt de conducteur in kwestie met die wijze van betaling geen genoegen, dan dient u alsnog de extra zestien euro te voldoen. Op het maken van welk geluid dan ook in de stiltecoupé volgen verwijdering uit de betreffende coupé en fysieke represailles. U kunt hierbij denken aan het in brand steken van uw schaamhaar, bij afwezigheid van uw schaamhaar het in vuur en vlam zetten van uw genitaliën, het uitdraaien van één of meerdere teelballen, of het onverdoofd trekken van tanden en/of kiezen. De NS wenst u nog een prettige reis, mijmer ik voor me uit. Zo lukt het me op het begin van de rit nog met een humoristische monologue intérieur mijn ongenoegen op afstand te houden.

Ik realiseer me dat mijn mijmering een niet geheel kloppende is, waar het de cijfers betreft. Omdat ik met Intercity Direct van Amsterdam naar Rotterdam reis, heb ik op het perron netjes mijn ov-kaart langs de toeslagscanner gehaald. € 2,30 extra kost de rit me. Zou ik in de trein mijn toeslag moeten dokken, dan betaalde ik tien euro meer.

Alle plaatsen naast en tegenover mij zijn bezet door een man, diens vrouw, hun drie kinderen en de schoonouders van de man. L'enfer, c'est les autres; de hel, dat zijn de anderen. Voor deze familie mag de zegswijze opgaan. Ook in het luxe vervoermiddel Intercity Direct ben ik niet gevrijwaard van de terreur van het gepeupel. De kinderen zitten geen moment stil. Ze hebben reuze lol in het spelen met de deur van coupé naar balkon. Iedere keer dat de deur zich in beweging zet, gaat dit gepaard met hoog schaterlachen. Dicht of open, maakt geen verschil, lachen geblazen. En dat terwijl er zich in mijn incasseringsvermogen een nogal strikte grens bevindt wat betreft toonhoogte. Alleen daarom al haat ik kinderen. En verder moet ik ze ook niet. Er komt nooit eens een verstandig woord uit, laat staan dat ze grote denkers citeren en tot overmaat van catastrofe verkeren de kleine klootzakjes in de veronderstelling dat het werk – of hoe je het ook noemen wilt – van Annie M.G. Schmidt leuk is.

De ouders, opa en oma lachen telkens lustig mee met het zwakzinnige tijdverdrijf. Kennelijk ontberen ze iedere verantwoordelijkheidszin en dringt de mogelijkheid dat hier sprake zou kunnen zijn van overlast voor de medereiziger geen moment tot de volwassen breinen door. Volwassen zijn en geestelijk volgroeid zijn; soms liggen die twee eigenschappen ongeveer exact even ver uit elkaar als geboren worden en sterven.

Ik zit het in ieder geval af te sterven. Ik leg mijn hand tegen het raam om zo de weerkaatsing van wat er zich in de coupé voltrekt zo veel mogelijk uit mijn blikveld te houden en probeer naar buiten, de duisternis in te kijken. Hopend daar een volgende humoristische mijmering aan te treffen. Hoeveel meer vergeefs kan hoop nog zijn? Gelukkig rijden we nu even langs bebouwde kom. De lichtjes van de hoogbouw verderop weten mijn gedachten een moment af te leiden. De kaart van de Randstad verschijnt voor mijn geestesoog. Als ik het goed heb, is dit oostelijk Zoetermeer.

Dan zet de coupédeur zich weer in beweging en keert het hoge schaterlachen terug. Ik weet hoe ik in elkaar steek; de woede op mijn medereizigers zal ik nu eenmaal niet uiten. Woede slaat bij mij terug naar mijn innerlijke belevingswereld en transformeert daar tot botte doodsangst. Ik mag mij dan in Intercity Direct bevinden, waarmee ik 25 minuten sneller van Amsterdam in Rotterdam zal zijn dan met een reguliere intercity. Ik heb niet het idee dat ik levend in Rotterdam zal arriveren. Mijn droge mond en verhoogde hartslag zullen via een nog drogere mond en nog veel hogere hartslag resulteren in mijn einde. En waar ik mijn einde rationeel zonder welk probleem dan ook kan aanvaarden, is het juist op de momenten dat de paniek dreigt toe te slaan, dat ik ineens helemaal niet op mijn einde blijk te zitten wachten. Men schijnt dit fenomeen 'natuurlijke overlevingsdrang' te noemen. 'Waar is de uitblijvende natuurlijke overlevingsdrang als je haar nodig hebt?' vraag ik me dan op mijn beurt af.

Nu merk ik ook dat de schoonvader iets van zijn plaats is verschoven. Familiair voel ik zijn heup de mijne raken. De aandrang hem een elleboogstoot te geven, slaat onmiddellijk weer terug in mijn binnenste. De paniekaanval zélf blijft nog uit; maar de vrees voor een paniekaanval groeit juist en woekert steeds verder mijn droger wordende mond in. Ik moet nu vooral niet op mijn hartslag letten. Niet op mijn hartslag letten. En vooral niet mee gaan zitten tellen. Mijn hartslag. Mijn hartslag. Mijn hartslag. Niet op letten. Niet op letten. Niet op letten.

Ik zie hoe mijn eigen tas, die ik overdwars onder de bank heb geschoven, me belet mijn voeten te verschuiven. Pleuristas. Waarom heb ik die daar neergezet? Niet op mijn hartslag letten. Pleuristas. Probeer uit het raam te kijken. Ik leg mijn hand weer tegen het glas. Slechts duisternis. Geen opkomende mijmering ter verlichting. Én nog steeds de weerspiegeling van die Tokkies, die deels in mijn blikveld valt. Daardoor word ik me ook 's mans heup tegen de mijne weer gewaar. Niet op mijn hartslag letten. Mijn flesje water heb ik al leeg gedronken voordat de trein buiten de bebouwde kom van Amsterdam reed. Nu geen braakneiging krijgen om mijn mond met speeksel te vullen. Dat trekt mijn hart niet. Denken aan een geurige bos rozen maakt op dit moment ook het verschil niet. Het zou exact zo ruiken als wanneer je wakker wordt met je hoofd in je eigen kots.

Juist op het moment dat ik denk dat het tijdstip is aangebroken mijn laatste adem uit te blazen, staat de conducteur naast ons. Vol assertiviteit maant hij de kinderen hun spel te staken. De Held. Daarna vraagt hij de vader om de vervoersbewijzen. Het gezinshoofd staat op. Trots haalt hij zeven ov-kaarten uit de binnenzak van zijn jas. Het valt me nu pas op dat hij een bril met jampotglazen draagt. Niet zo'n karakteristieke, maat kinderfiets bril. Maar een bril met kek, modern montuur, waarin zich – in weerwil van de dosis kekheid – wel degelijk jampotglazen bevinden.

Bij de eerste ov-kaart die de conducteur langs zijn scanner haalt, blijkt dat de kroostverwekker niet op de hoogte is geweest van het feit dat deze trein een Intercity Direct betrof. Hij is dus zeven maal vergeten de ov-kaarten langs de scanpaal op het perron te halen. Het lijkt alsof ik mijn speeksel juichend en hossend in mijn mond voel terugkeren. Dit gaat hem geen € 16,10, maar € 70,- extra kosten. Een guitige verhoging van € 53,90 op het oorspronkelijk te betalen bedrag. Op momenten dat het nodig is, ben ik een razendsnel administrateur. Direct uit het hoofd.

Het stelt wél teleur dat hij de zeven tientjes gewoon in zijn portefeuille blijkt te hebben en zonder morren met de conducteur afrekent. Waar doet ie het van? Ja, van uw en mijn belastingcenten, dat begrijp ik ook nog wel. Maar hij zal vast ook nog stroom van het elektriciteitsnet aftappen om zijn wietplantages van het nodige licht te kunnen voorzien. En zijn ladingen marihuana vervolgens met aminozuren verzwaard aan een tussenhandelaar verkopen. Want zo steekt dat volk met losgeslagen kinderen nu eenmaal in elkaar. Nooit eens chique brievenbusfirma's, Kaaimaneilandroutes of geheime bankrekeningen, maar altijd dat ordinaire gehossel. En deze hosselaar draagt expres een bril met jampotglazen. Doelbewust. Om low profile te blijven. Maar aan het montuur is te zien dat hij zo low profile nog niet is.

Hoewel er juist een tram van lijn 7 richting Willemsplein het plein voor het centraal station oprijdt, besluit ik met mijn zware weekendtas naar huis te lopen. Niet nog een keer opgesloten zitten in het gezelschap van mijn medemens, a.u.b. Tijdens een wandeling blijven de individuen van de species homo sapiens nog redelijk vluchtig, zijn ze niet meer dan passerende schimmen. In het openbaar vervoer worden ze me véél te concreet.

Eenmaal thuis heeft mijn ergernis over de hosselaar plaatsgemaakt voor een heel ander inzicht. Misschien was het zijn laatste zeventig scheer van de maand en hield hij de kovet op om niet af te gaan tegenover zijn medereizigers en zijn bloedjes van overlast. Innerlijke tevredenheid maakt zich van me meester. Ik waan mij geen Übermensch, ik bén het. 'Leve de ongeïnformeerde idioot,' schiet het door me heen. Je bent als weldenkende, als hogere in rang, toch van die loser afhankelijk voor je broodnodige dosis leedvermaak.

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel