SCHWALBE

7-10-2013 09:23

Door Stefan van Hoek

Even Rotterdam uit. Even in Middelburg, hoofdstad van Zeeland, bij mijn verwekkers. Teletekstpagina 704 heeft voor morgen 80% kans op zon en 10% kans op neerslag aangegeven. Dus ik lig nu het aantal procenten volgens een peiling van Maurice de Hond in te schatten dat ik morgen werkelijk het eiland Walcheren rond fiets en het aantal procenten dat het idee in de categorie ‘Als je God wil laten lachen, vertel hem je plannen’ zal belanden.

    Ik lig in bad. Hoewel ik in het centrum van Rotterdam een luxe appartement bewoon, bezit ik daar geen bad. Ben ik blij om. Tenminste, als een bad ten koste zou gaan van het vloeroppervlak van mijn keuken, verkies ik mijn ruime keuken. In een keuken kan een mens nu eenmaal meer creatief los gaan dan vegeterend in een bad.

    Straks ga ik beneden in de woonkamer voetbal kijken: Ajax – AC Milan. Niet dat het me interesseert, maar het is wel zo vriendelijk mijn ouders even gezelschap te houden als ik kom logeren. Mijn vader is voor Ajax, dus die wil de wedstrijd sowieso zien. En mijn moeder wil ook kijken omdat mijn oudere broer heeft gebeld. Hij zit tijdens de wedstrijd in de skylounge van een sponsor. Voordat ik in bad ging, heb ik hem ge-sms’t; gevraagd in welke minuut hij het veld op rent en de keeper van de tegenpartij aanvalt. Geen antwoord op gekregen.

    Ik weet niet hoe het tegenwoordig zit, maar toen ik hier nog woonde, heerste er een groot Feyenoord-Ajax-schisma in Middelburg. Fifty-fifty verhouding, zeg maar. Dat schisma trok zich linea recta door binnen ons gezin. Mijn vader en broer waren voor Ajax; mijn moeder en ik voor Feyenoord.

    Ooit heeft er een foto bestaan van mij met een Ajax-petje op. Mijn vader was op Wembley naar Ajax – Panathinaikos geweest, de Europa Cup 1 finale die werd gespeeld toen Feyenoord al lang en breed de Europa Cup en wereldbeker had gewonnen. Hij had een petje voor me gekocht. Op de eerste dag dat ik in Rotterdam woonde, heb ik die foto verbrand. Ritueel, voor de Kuip, even voordat ik mijn eerste seizoenkaart ging aanschaffen.

    Het feit dat ik al op jonge leeftijd ben misbruikt, wiste ik daar helaas niet mee weg.

 

Eigenlijk heb ik het al wel weer gehad bij mijn ouders. Nadat ik onder de douche het zweet van mijn lichaam heb gespoeld, kom ik erachter dat de deoroller die ik in gedachten onder mijn oksel door haal, in werkelijkheid de nagellakverwijderaar van mijn moeder is. Ik voel de golf vloeistof vanuit mijn oksel, via mijn zij, langs mijn dijbeen glijden. De tyfus, wat meurt dat spul.

    Toch vervoeg ik me beneden op de bank om Zullie tegen Milan te zien. Zullie tegen de grootverdieners, noemt men dat in sportjournalistieke taal. Ik ben het eens nagegaan, de keeper die bij Zullie onlangs reserve is geworden, strijkt 750.000 euro per jaar op. Maar de grootverdieners spelen bij de tegenpartij. Vindt u het heel gek dat ik de wereld niet erg serieus meer neem?

    Ik geef geen cent meer uit aan voetbal. Als iemand een kaartje over heeft, ga ik nog weleens naar een stadion. Zo ben ik laatst bij Sparta geweest. Ik had kaarten gekregen van een bekende uit de kroeg, die bij het opperwezen niet wist wat hij er zelf mee aan moest. Heb ik een ouwe vriend gebeld. Tijdens de wedstrijd bij zitten praten, terwijl elf tegen elf op gras lekker belangrijk liepen te doen. Als sociaal uitje heeft dat voetbal nog wel wat. Een soort lichte muziek op de achtergrond en ondertussen kom ik te weten dat de moeder van de ouwe vriend aan haar bochel is geopereerd, zijn vader heeft een nieuwe vriendin, nog jonger dan de vorige, en zelf solliciteert hij zich tevergeefs blind.

 

In het Marco Bakker-stadion komt Ajax op 1-0. Kan er ook nog wel bij. Mijn vader juicht niet. Hij heeft de irritante gewoonte slechts van die glimmende kraaloogjes te krijgen. Jaren geleden kon het me nog ergeren. Nu constateer ik het slechts. Mijn moeder zegt iets over mijn broer. Voorspelbaar, dat hij het nu wel naar zijn zin zal hebben.

    Mijn broer woonde vroeger in Saat-Oast, ook wel de Baalmer genoemd. Toen kwam ik vrij regelmatig met de trein langs het Marco Bakker-stadion, als ik bij hem op bezoek ging. Ik heb de omgeving van die snelkookpan zien veranderen. Kantoortorens, pophallen, het kan niet op daar. Lang heb ik – ik vermoed uit chauvinistische overwegingen – het idee gehad dat de Kop van Zuid de grootste stedelijke herstructureringsoperatie in Nederland was. Een architect, ik meen dat het Ashok Bhalotra van Kuiper Compagnons was, wees me erop dat Saat-Oast bij Zullie dat is. Daar flipte ik wel van. Als een architect uit Verwendemensenstad het had beweerd, was het mooi niet waar geweest. Maar Ashok Bhalotra is van bij ons.

    Dat chauvinisme van mij is een vreemde eigenschap. Uit het bericht dat Verwendemensenstad steeds blanker wordt, destilleerde ik het feit dat er in Rotterdam percentagegewijs meer allochtonen wonen dan bij Zullie. Ik ben bij het Centraal Bureau voor de Statistiek eens nagegaan of dat wel klopte. Ook fout. Amsterdam telt verhoudingsgewijs meer allochtonen dan Rotterdam, al wordt de bevolking er inmiddels blanker.

    Maar als er in Amsterdam meer allochtonen wonen, komt dat doordat een kwart van de oorspronkelijke autochtone bevolking tegenwoordig in Almere woont. Die hebben zich hun stad uit laten jagen. De Rotterdammer is al die tijd gewoon in zijn eigen stad blijven hangen, op een klein groepje afvalligen na, dat naar Spijkenisse vertrok, concludeer ik dan.

    Men neemt mij mijn chauvinisme niet zomaar af.

 

Mijn vader staat op van de bank. Hij gaat zich – zoals hij ook al tijdens mijn jeugd deed – een glaasje sterk ter verhoging van de feestvreugde inschenken. Als hij langs me loopt, doe ik in een reflex mijn voet omhoog. Mijn pa blijft ongelukkig met zijn slof achter mijn schoen haken en valt met een doffe plonk voorover op het laminaat.

    “Schwalbe,” mompel ik en zie nog net op tv hoe Ajax een onterechte penalty tegen krijgt.

    “Help je vader overeind,” roept mijn moeder naar me. Die ouwe ligt behoorlijk te kermen.

“Eerst even zien of die penalty erin gaat,” antwoord ik. Mijn vader ligt nu half te janken.

    “Help je vader...,” zegt mijn moeder, die zelf uit haar stoel is opgestaan, bijna smekend.

    Ik ga iets voorover zitten en richt mijn blik nog wat intenser op het beeldscherm.

    “Gaat het Ton, gaat het?” is mijn moeder bezorgd. Ze knielt naast hem op de vloer.

    “Nee,” kermt mijn vader en blijft 'nee' kermen, terwijl mijn moeder handelingsonbekwaam naast hem de zegswijze 'zich met de situatie geen raad weten' zit uit te beelden.

    Nee? Ja! 1-1. Balotelli, de spits van Milan, heeft de strafschop raak geschoten en geeft nu met de wijsvinger voor zijn mond aan dat mijn ouwe stil moet zijn.

 

Ik sta op en neem ook eens poolshoogte. Hij ligt er inderdaad vreemd bij. Het is alsof zijn rechterarm er helemaal af is, ook zijn schouder is niet goed zichtbaar. Kennelijk ligt hij daar met de rest van zijn lichaam bovenop. Ik buig me voorover en frommel mijn armen onder zijn buik door. Als ik grip met beide handen heb, trek ik hem achterwaarts overeind. Hij gilt het nu uit. In gedachten zie ik Balotelli weer met een vinger voor zijn mond staan.

    “Ik ga de auto pakken,” zegt mijn moeder. “We moeten naar de huisartsenpost in Vlissingen.”

    Ook dat nog. Met mijn nachtblinde moeder achter het stuur in de auto. Jaren geleden hadden we nog naar de overkant van de singel kunnen wandelen en zou hij daar op de EHBO van het ziekenhuis geholpen kunnen zijn. Met de centralisatie van de zorg is dat verleden tijd geworden. Ik bedenk me dat ik mijn vader beter bij mij thuis had kunnen laten struikelen. Hadden we zo naar Dijkzigt, Erasmus MC voor de nieuwlichters, kunnen wandelen.

 

Eenmaal in de huisartsenpost hoeven we niet te wachten. Mijn 73-jarige pa – je zou het hem niet geven, erg fitte man, slechts zijn valbreektechniek heeft kennelijk aan kwaliteit ingeboet – kan direct worden geholpen. De doktersassistente staat me wezensvreemd aan te kijken. Ja, inderdaad, dat is nagellakverwijderaar die je ruikt, muts.

    Na ongeveer een half uur komt mijn ouwe met zijn arm in een mitella de behandelkamer weer uit. Hij heeft alleen zijn sleutelbeen gebroken.

    Aansteller.

 

Afbeelding/www.habivitaal.nl

Rubriek Hoekig

Stefan van Hoek

Hij werd geboren en groeide op in de hoofdstad van de provincie Zeeland. Na het afronden van zijn atheneum-opleiding verhuisde hij naar Rotterdam om verder te schaven aan zijn mens...

Bekijk profiel