Fuck Funda

6-4-2015 20:27

Door Michelle van Dijk

De idiote honger naar een groter huis

 

Ik had de huizenjacht opgegeven. Die obsessie met een groter huis, die was zo zinloos, zo onnodig. Het is toch allemaal niets meer dan statussymbolisme. Men laat ons graag denken dat we een groter huis nodig hebben: een woon- én een eetkamer, een keuken én een kookeiland, ieder een eigen slaapkamer, een man cave, een naaikamertje en een washok, maar echt, waarom? Zodat we een reden hebben om te werken – je moet immers je hypotheek betalen? Zodat we een reden hebben om een schoonmaakster in te schakelen, zo’n huis is immers te groot? Zodat partners elkaar niet te dicht naderen – ‘ik heb wel wat ruimte nodig’? Zodat we op verjaardagen uren kunnen praten over vierkante meters, dakterras al dan niet aanleggen, ken jij daar nog een mannetje voor, hoe de nieuwe keuken dan wordt ingericht, of het uitmaakt hoe je de bank in de woonkamer neerzet, al zet je ‘m op z’n kop, het zal mij boeien? Je woont toch om te leven, dat is zingeving. Zijn onze levens zo leeg dat we een groot huis nodig hebben om onszelf te boeien? Fucking deprimerend en niet waar: we kopen alleen maar huizen omdat mensen er geld aan verdienen. Klaar.

 

Ik was cold turkey van Funda afgekickt, had de app van m’n telefoon gegooid en wierp alle woontijdschriften in de papiercontainer. De grijpgrage klauwen van hypotheekverstrekkers trokken zich langzaam van mij terug. Dit gebeurde allemaal kort nadat ik de aankoop van een huis had geannuleerd.

 

Het was mijn droomhuis. Een oud huis in de Blommersdijkselaan, mijn geliefde Oude Noorden. In die straat staan weliswaar alle huizen schots en scheef, maar de fundering van dit huis was gerenoveerd. Een oud huis, mooie hoge plafonds, een tuin, serre, balkon, een heerlijke zolderverdieping, en dat allemaal zo dichtbij de Bergweg, schuin tegenover Ciao Ciao, wat wil een mens nog meer? We hadden een prima deal over de prijs, het bouwkundig rapport werd opgemaakt en daarvoor waren alleen nog wat papieren nodig, de bewijsstukken van het funderingsherstel, al lieten die even op zich wachten.

 

Het huis in de Blommersdijkselaan was namelijk aan de rechterkant hersteld, omdat de buurman rechts dat nodig had gevonden. De linkerkant had volgens de verkoper ‘geen herstel nodig’, maar daar waren – heel gek! – geen bewijzen van te vinden. Het droomhuis begon in mijn dromen een tikkie naar links over te hellen.

Toen ik mijn aankoopmakelaar weer eens belde of mailde om te vragen of er nieuws was, voelde ik een déjà vu. Ik was al eens eerder zo ver geweest met een huis: een bijna-akkoord op de prijs, onder voorbehoud van bouwkundig onderzoek – maar de verkoper weigerde dat voorbehoud en er was geen akkoord. Stelletje klootzakken ook, die verkopers. Doen alsof er niets aan de hand is en dan hopen mijn ‘ja’ te krijgen omdat ik zo kooplustig ben. Maar dat ben ik dus niet. Ik wil geen scheef huis, ook al kun je daar op verjaardagsfeestjes héél lang over praten. In het Kleiwegkwartier doet men niet anders. Maar ik niet. Nee. Nee. Nee.

 

En we hoorden niets meer van de Blommersdijkselaan. Er waren geen papieren, er was geen volledig herstelde fundering, er was geen droomhuis. Ja, in je dromen. Ik vond dat de Rotterdamse huizenmarkt me een groot FUCK YOU had toegeworpen en ik kon niet anders dan FUCK YOU TOO terug te roepen. Fuck die funderingen. Fuck Funda. Weg ermee.

 

Dat is nu een klein jaartje geleden. Vorige week bezocht ik twee huizen op Openhuizendag. Aanstaande donderdag staat een ander huis in de planning, in Crooswijk. Waarom? Zeg maar zingeving – hoewel de rij voor de wc op zaterdagochtend na het ontbijt er ook wel iets mee te maken heeft.

 

Wordt vervolgd.

Rubriek Koper zoekt huis

Michelle van Dijk

Michelle van Dijk rolde in de jaren negentig door de gangen van het Marnix Gymnasium, haalde daar een papiertje en begon in Leiden een studie Nederlands. De beste studie die je maa...

Bekijk profiel