Ik ga verhuizen. Naar de Bezorgbeer.

6-11-2015 12:01

Door Michelle van Dijk

Iedereen wil een droomhuis. Niemand denkt aan een droomhypotheek. Hypotheken zijn een noodzakelijk kwaad dat alleen gruwelijk masochistische pennenlikkers tot opwinding brengt, maar ik ging er alles voor doen om dat noodzakelijke te regelen. Dat was het plan.

 

Dit was het derde huis dat ik probeerde te kopen. Drie keer is scheepsrecht, zeggen ze. Maar ze zeggen ook ‘al het slechte komt in drieën,’ of ‘al het goede komt in drieën,’ en er was nog niks goeds gebeurd. Voor de zekerheid belde en mailde ik dus ook maar in aanvallen van drie: bellen, mailen, bellen.

 

Even bellen, checken of de nieuwe hypotheekaanvraag de deur uit is, vragen of hij al goedgekeurd is, of er nog documenten nodig zijn, wanneer we dat dan horen, wat als het níet lukt. Ik dacht dat ik alles al had aangeleverd (loonstrookjes, bankafschriften, contracten), maar ik kon vast nog meer aanleveren: cv’s, verkoopbewijs huidige woning (!), salarisstrookje toekomstige baan (!), ik regelde alles en stuurde het door. Geen snel antwoord? Bellen. Nog eens bellen. Toch eens navragen of… Nog eens bellen. Bel je me morgen terug? Ik had nog nooit iemand gestalkt, maar ik denk dat ik er goed in zou zijn.

 

Mijn kinderen hadden het huis al gezien. We waren erlangs gelopen, ik wees naar boven: ‘Daar! Kijk, dat wordt jouw kamer. Dat is de woonkamer. Daar is de keuken.’ Ze speelden in het speeltuintje om de hoek. En toen we wegliepen en vijftig meter verderop een zekere afhaaltoko spotten, barstten ze in juichen uit: ‘We wonen bij de Bezorgbeer! We wonen bij de Bezorgbeer!’

 

Snap je, ik had er ook hún droomhuis van gemaakt. Ik kon er niet meer onderuit. Maar de deadline van de ontbindende voorwaarden begon akelig dichtbij te komen. Verlengen? Wat als de nieuwe hypotheekaanvraag ook zou worden afgewezen? Ik kreeg het er Spaans benauwd van, maar mijn hypotheekadviseur ging doodleuk op vakantie. Mijn hemel. 

 

En ineens stonden twee buurvrouwen voor mijn deur.

 

‘Hoe zit het met die lekkage?’ zeiden ze.

 

‘Welke lekkage?’ vroeg ik.

 

‘Ik kom terug van vakantie, mijn bed is doorweekt,’ zei de één.

 

‘Ja, bij mij staat de badkamer blank,’ zei de ander.

 

Dus nu moest ik ook de opzichter gaan bellen, mailen en bellen en elke dag kwam er een andere klusjesman die z’n allereigenste bouwvakkersspleetje aan mij toonde maar opnieuw niet kon vertellen waar het lek zat. Ik had er een weektaak aan, ik had zelfs geen tijd meer om mijn hypotheek te regelen en ik kreeg nachtmerries van bouwvakkersbillen. Wat nou droomhuis?! De buurvrouwen belden en appten mij steeds weer om te weten of het lek al gevonden was. Als ik uit m’n werk kwam, sloop ik op m’n tenen de drie trappen op zodat ze niet ‘toevallig’ de deur open zouden gooien om naar het laatste nieuws te vragen of om mij aan m’n haren naar binnen te slepen om opnieuw de rampzalige lekkage te tonen.

 

Maar op een dag kwam alles goed. Dat gebeurde toen de vijfde klusjesman in de portiek tussen de drie huizen heen en weer bleef lopen, en mijn buurvrouw me uitnodigde om dan maar samen een kopje thee op de gang te drinken. Daar zaten we onder een knipperende tl-buis, terwijl het water in de huizen bleef druppen en de kinderen om ons heen bleven slingeren zoals kinderen dat doen, als vliegen rond stront. Mijn telefoon ging.

 

‘Suiker?’ vroeg buurvrouw 1.

 

Ik schudde van nee, rondde het gesprek af en hing weer op.

 

‘Ik ga verhuizen,’ zei ik.

 

‘Ja?’ zei buurvrouw 2.

 

‘Ja. Mijn hypotheek is ein-de-lijk goedgekeurd.’

 

We proostten met de thee, die nog te heet was. Klusjesman nummer vijf vond het lek. Hij sloot mijn waterleiding af en ik kon niet meer douchen, maar het was allemaal goed.

 

Ik ga verhuizen. Naar de Bezorgbeer.

 

Afbeelding / www.autobeklederij-had.nl

Rubriek Koper zoekt huis

Michelle van Dijk

Michelle van Dijk rolde in de jaren negentig door de gangen van het Marnix Gymnasium, haalde daar een papiertje en begon in Leiden een studie Nederlands. De beste studie die je maa...

Bekijk profiel