Zie je die vlammen

11-6-2012 11:58

Door Tim

Mijn ouders wonen op de derde verdieping van een 55plus-appartementencomplex. Naast hun appartement zit een Bas van der Heijden, lekker makkelijk. Hun balkon kijkt uit op een plein met terrasjes en parkeerplaatsen.

Ik heb weinig raakvlakken met de twee personen die mij het leven hebben geschonken en daardoor weinig stof tot conversatie en daarom kom ik niet vaak langs. Ik weet het: ik ben een slecht mens.

Gisteren ben ik evenwel weer eens op bezoek gegaan. Het was goed weer en daarom gingen mijn moeder en ik in de middag even op het balkon zitten. Precies op dat moment zagen we op het plein onder ons een auto in de fik vliegen. Het was de eerste auto die we gezamenlijk zagen uitbranden.

Dit was min of meer het commentaar dat we gaven.

 

Ma: Kijk nu beneden, daar brandt een auto. Goh, wat een rook. Daar brandt een auto. O, wat een rook.

Ik: Zo, die brandt goed.

Ma: Ik zie de vlammen. Ik zie de vlammen. Kijk eens naar de vlammen.

Ik: Er zit toch niemand meer in?

Ma: Ik weet het niet.

Ik: Zo te zien niet.

Ma: Dat is levensgevaarlijk tussen al die andere auto's. Jongens, jongens, wat een vlammen. Zie je die vlammen? Komt er geen brandweer?

Ik: Hij zal wel komen denk ik, maar hij is niet gelijk hier.

Ma: Maar er staan andere auto's naast. Die vliegen mee in brand. Het is benzine, jongen.

Ik: Die ene gast haalt zijn auto al weg.

Ma: Ga even naar beneden met die plantenspuit.

Ik: Door die rotbomen kun je niets zien.

Ma: Ga dan beneden staan, dan zie je wat. Dat zijn die jonge mensen, die hebben veel te hard gereden.

Ik: Hoe weet je dat?

Ma: Omdat ik dat heb gezien.

Ik: Je zat de hele tijd binnen.

Ma: Ik heb het piepen gehoord.

Ik: Een auto vliegt niet in de fik als je te hard rijdt. Hij is waarschijnlijk oververhit.

Ma: Ik snap niet dat er niemand komt om te blussen.

Ik: Misschien denken ze dat het een alternatieve barbecue is.

Ma: Moet je eens kijken naar die vlammen, ze zijn metershoog.

Ik: Wel fijn dat de wind niet hierheen staat, anders had je nu echt alle ramen moeten sluiten.

Ma: Ik zou nou weggaan bij die auto, want ik denk dat hij zo ontploft.

Ik: Natuurlijk niet.

Ma: Als het vuur bij de tank komt... Onder de auto brandt ook alles al.

Ik: Als hij nu slim is, gooit hij de motorkap en de deuren open, dan brandt het wat beter.

Ma: Het is toch wel een beetje raar dat er nog steeds geen brandweer komt. Of heb ik het mis?

Ik: Die auto brandt nog maar een paar minuten en die brandweer moet toch ergens vandaan komen.

Ma: Er komt niemand. Nog niet eens de politie komt.

Ik: Zal ik anders bellen?

Ma: O, daar komt iemand met een brandblusser. Als hij maar uitkijkt.

Ik: Zo maak je nog eens wat mee. Jullie wonen echt in een achterbuurt. Dat zie je niet bij ons. De buurt gaat hard achteruit. Ik hoor de brandweer.

Ma: Het begint nu wel te stinken. Maak de balkondeur dicht, het begint te stinken. Van die auto is niets meer over. Die is afgebrand.

Ik: Nee, daar kom je niet meer mee thuis.

Ma: Hoe kan zoiets gebeuren vraag ik me af.

Ik: Het kan natuurlijk altijd gebeuren. Alles kan.

Ma: Kijk toch eens naar die vlammen. Daar komt een politieauto. O, nu brandt het.

Ik: Ja, het gaat hard nu.

Ma: O, nu gaat het hard. Nu gaat het hard. O nee, ik ga naar binnen.

 

Toen mijn moeder weer op het balkon verscheen, had de brandweer de brand al lang en breed geblust.

Ma: Nu is het vuur uit. Waar komen ineens al die mensen vandaan?

Ik: Welke mensen?

Ma: Die toeschouwers rondom.

Ik: Van de terrassen.

Ma: Hé, die auto lijkt verdomd veel op de Mercedes van je vader...

Rubriek Lekbak