Een nieuw stadswapen, graag!

3-1-2013 12:48

Door Gastauteur

Elsevier-journalist Simon Rozendaal pleit voor nieuw stadswapen

 

Rotterdam verdient een nieuw stadswapen. Het huidige is dodelijk saai. Er zijn steden met een prachtig wapen. Den Haag, met die ooievaar is wel aardig. Ik heb ooit in een huis gewoond met twee wapens op de gevel: dat van Rotterdam en dat van Delfshaven. Het ene lelijk, het andere mooi. Op het wapen van Delfshaven staan drie haringen en een korenaar: reclame voor een visje met jenever. Kijk, dat is nog eens een wapen!

 

Karel & Pluk

Dus kom ik met het voorstel voor een nieuw stadswapen, waarin zowel een verwijzing naar de haven zit als een ode aan de rare figuren die Rotterdam bevolken plus een motto. Centraal in het nieuwe stadswapen moet natuurlijk een vreemde vogel staan, want Rotterdam is als havenstad de biotoop van merkwaardige types. Mijn voorstel is Karel met de houten poot, de meeuw uit Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidt dat per slot van rekening werd geschreven onder de rook van Rotterdam, in Berkel en Rodenrijs.

Die zou plaats moeten nemen op een dukdalf, een van de meerpalen die je overal in de haven ziet. Daaronder de Latijnse tekst destructio renovans. Vernieuwen door vernietigen.

 

Dat motto is geïnspireerd door Joseph Schumpeter, de Oostenrijks-Amerikaanse theoreticus van de technologische vernieuwing. Hij heeft ooit de uitdrukking ‘creative destruction’ gelanceerd. Daarmee doelde hij op de economie: het is goed als oude reuzen zoals Fokker, Verolme en Organon omvallen. Dan ontstaat er ruimte voor de kleintjes om door te groeien.

 

Platwalsen zonder omkijken

Dat motto leent zich ook prima voor Rotterdam. Rotterdam sloopt en kijkt niet om. Kasteel Weena is met de grond gelijk gemaakt, het Zandstraatkwartier met zijn middeleeuwse steegjes is platgewalst, al die schitterende kronkelende watertjes en haventjes in het centrum zijn verdwenen, de Coolsingel en Binnenrotte zijn gedempt en ten behoeve van de havenuitbreiding is de prachtige natuur van IJsselmonde vernietigd en zijn een eeuw geleden de wonderschone boerderijen en herenhuizen op Katendrecht en Charlois ten prooi gevallen aan de sloopkogel.

De Duitsers hebben het hart uit de stad gerukt maar niet vergeten mag worden dat Rotterdam zichzelf permanent verminkt. Neem de Oudehoofdpoort. Die zou in een Michelingids twee sterren krijgen. Vaut la détour, de omweg waard. Rotterdam heeft het majestueuze gebouw in de negentiende eeuw gesloopt. Er moest een station komen op die plek. Een station!

 

Pijnlijk? Stom? Zo is Rotterdam

Aan het eind van de twintigste eeuw heeft Rotterdam de fascinerende havenwijk, rosse buurt en eens het grootste Chinatown van Europa, Katendrecht, vernietigd – de buurt waar ik ben opgegroeid. Pijnlijk, misschien zelfs stom – maar ja, dat is de aard van het beestje. Zo is Rotterdam.

 

Dat klinkt negatief, maar zo bedoel ik het niet. Ik hou van steden waar je je in de middeleeuwen kunt wanen, als Brugge, Antwerpen, Amsterdam, Delft of Oudewater. Maar zo is Rotterdam niet. Dat is ook de kracht van de stad. Daarom ook heeft het zijn skyline.

 

Rotterdam kijkt niet om en staat niet stil.

 

Simon Rozendaal (1951) groeide op Katendrecht op, studeerde scheikunde in Delft, was wetenschapsjournalist bij NRC Handelsblad en Elsevier en heeft zo’n 25 boeken geschreven, waaronder De winkel van mijn vader uit 2011 – waar deze blog op is gebaseerd

Rubriek Liefdesverklaring

Gastauteur

We vragen met enige regelmaat aan bekende of minder bekende Rotterdammers om een bijdrage te leveren aan Stadslog. Of dergelijke Rotterdammers komen zèlf met relevante stukk...

Bekijk profiel