Giphart:'Óók literatuur is economisme'

23-9-2015 10:11

Door Hans van Willigenburg

Bestsellerauteur leert Rotterdamse schrijvers-in-spé een harde les

 

Afgelopen zondagmiddag, 20 september, vond de allereerste aflevering plaats van het literaire podium ‘Frontaal’, in de Rotterdamse cultuurtempel ‘WORM’. Tijdens de eerste twee sessies mocht jong schrijftalent zich presenteren, naar keuze met of zonder microfoon, want het zaaltje was vrij makkelijk met een volwassen stemgeluid te bespelen. Passend bij de zondagmiddag kwamen er in deze beginners parade nogal wat liefdesperikelen voorbij, zoals bij Luckie S. Delacroix (‘het leven is te kort om met lelijke vrouwen te dansen’) die zijn liefde voor de Grote Liefde en Gevaarlijk Leven probeerde te beschermen tegen de commentaren van een cynische vriend, en Michelle van Dijk die een lerares Nederlands opvoerde die dolgraag geneukt wilde worden door een stoere, Servische leerling, pardon ex-leerling, genaamd Darko. Beide optredens hadden in ieder geval voldoende souplesse in de timing en vonken in de tekst om het publiek ‘mee te nemen’. Lastiger was dat met Elten Kiene, die korte raps of gedichten ten gehore bracht, een soort gedachteflarden, die tot overmaat van ramp waren bepakt en bezakt met polderlandse psychobabbel waarin foeilelijke woorden als ‘ontwikkeling’, ‘vanzelfsprekend’, ‘groeien’ en ‘jezelf zijn’ ogenschijnlijk als los zand aan elkaar hingen. Misschien was het allemaal wel opzet, die wisselvalligheid, want gaandeweg begon iedereen, zoals denkelijk de bedoeling was, uit te kijken naar hoofdgast Ronald Giphart, die na de tweede pauze stond geprogrammeerd. Al deed presentator Robbert Meijntjes een wat onhandige poging om deze slotact vooraf van zijn belofte te beroven, door aan te kondigen ‘zo meteen met Ronald Giphart te gaan kletsen’. Kletsen!!!???

 

Noodzaak van de dikke criticus

In zijn rol van wijze, oude schrijver ging Giphart vervolgens onverstoorbaar in de leunstoel op het podium zitten en als een volleerd docent, met beurtelings klapjes en liefkozingen, leidde hij het overwegend jonge publiek naar de onweerlegbare constatering dat literatuur ondanks alle dromerijen ‘keiharde business’ is, dat waar je ook denkt dat het om draait de verkoopcijfers bij literaire uitgeverijen net zo leidend zijn als bij gewone bedrijven als Shell of Philips en dat literaire feestjes en vernissages in feite de ‘netwerkbijeenkomsten’ van de letterensector zijn, waar je als ambitieuze schrijver maar beter je neus even om de hoek kunt steken. Ook Ronald zelf ging ooit naar middagen met de toenmalige literaire kanonnen als Reve, Mulisch en Hermans (‘ik liep er een dikke criticus tegen het lijf, die mijn eerste verhalen wilde lezen en ze tot de grond toe afbrandde’). Tussen de regels door was milde kritiek hoorbaar op al die gezellige Facebook-kliekjes waar fans elkaar tegenwoordig almaar ‘liken’, terwijl je als schrijver, zo suggereerde Giphart, veel meer hebt aan een botte lul die uit principe op de zwakste plek van je pas geschreven werk inzoomt en vervolgens met genoegen in de wond gaat zitten wrijven. Zijn eigen schrijfpraktijk had althans volop de vruchten geplukt van het chagrijn van de dikke criticus. Het was alsof Giphart indirect commentaar gaf op GroenLinks-voorman Jesse Klaver die een sympathieke kruistocht tegen het zogenaamde ‘economisme’ is begonnen en daarbij wilde zeggen: ‘Sorry Jesse, óók literatuur is economisme!’ Daarna stapte het jonge publiek het zondagmiddaglicht weer in, gedeeltelijk dan wel geheel ontnuchterd. 

 

Meerwaarde van een veteraan

Als 'Frontaal' iedere keer een boeiende veteraan als Giphart aan de line-up weet te binden, is dit podium, een beetje suf geformuleerd,  'een mooie opstap' voor Rotterdams schrijftalent. 

 

 

Afbeelding / Facebookpagina Frontaal Rotterdam

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel