Heeft Rotterdam nog culturele honger?

1-5-2013 10:47

Door Hans van Willigenburg

Interview met gepensioneerd 'bobo' Jacques van Heijningen over de nieuwe truttigheid & het wantrouwen tegen Cultuur

 

Jarenlang was Jacques van Heijningen, onvriendelijk gezegd, een cultuurbobo annex ‘grote meneer’ in Rotterdam; eerst als directeur bij het Rotterdams Film Fonds (vanaf 2000) en later bij het Rotterdam Media Fonds (vanaf 2009) dat vorig jaar ophield te bestaan.  Toch gaat zijn band met de stad veel verder terug, tot begin jaren ’70, toen hij betrokken was bij de oprichting van Lantaren/Venster. Wat  mist hij in Rotterdam na wat hij noemt de ‘culturele afbraak’ van de laatste jaren? ‘Hónger! En daarmee bedoel ik: breed gewortelde nieuwsgierigheid naar kunst en cultuur zoals in de jaren '70, '80 en '90 gebruikelijk was.’ Messcherp interview over tóen, nu en morgen. En zijn schijnbaar ongebroken geloof in overheidsgestuurde cultuurontwikkeling.

 

V: Jij beweert dat Rotterdam braaf en gezapig is geworden. In cultureel opzicht zelfs ambitieloos. Er zullen mensen zeggen: je kijkt niet goed. Of: was het vroeger zoveel beter? Wat is dan je reactie?

A: Laten we voorop stellen dat cultuur altijd door een bovenlaag wordt gemaakt. Dat is altijd zo geweest, dat is nu niet anders. Ik zeg niet dat een huisschilder geen kunstenaar is, maar hij is een kunstenaar in zijn vák! Geen scheppend kunstenaar, zoals Rembrandt of Mondriaan. Wat ik constateer is dat  cultuur met de grote ‘C’ in Rotterdam weinig aanzien of prioriteit meer heeft. Sterker nog: ik zeg wel eens gekscherend dat als je, zoals ik, vertelt dat je uit ‘de culturele sector’ komt je bij wijze van spreken nóg wantrouwender wordt bejegend dan een kut-Marokkaan.

 

V: Zit het zó diep?

A: Ik herhaal: het is bij wijze van spreken. Maar het is onmiskenbaar zo dat met de komst van Leefbaar Rotterdam in het stadhuis de afkeer van cultuur hier wortel heeft geschoten. En mensen zoals ik min of meer in het beklaagdenbankje zijn gezet, zo van: wat moet dat? wat levert het allemaal op?

 

V: In de terminologie van nu zou je zeggen: je bent een uitgewerkte linkse hobby. Mensen bepalen meer dan ooit zèlf wat ze willen zien, luisteren en lezen. En kiezen hun eigen cultuur.

A: Dat kan zo zijn. Maar dan nóg kun je als stad twee dingen doen. Óf je verwelkomt, stimuleert en waardeert de hogere cultuur en probeert die naar vermogen verder te brengen. Óf je snapt de functie van de hogere cultuur niet, toont dus niet of nauwelijks interesse en laat de boel de boel. Die laatste houding neemt Rotterdam nu in hoge mate aan. Dat vind ik heel slecht.

 

V: Maar we leven nu in een tijd waarin de cultuur toch vooral zichzelf moet ontwikkelen in plaats van aan te kloppen bij overheidsloketten? Is dat juist geen winst? En zie je uit nood niet juist interessante en energieke initiatieven opbloeien?

A: Ik zie ze ook, die losse initiatieven. Het zijn mooie boompjes. Niks mis mee. Maar een paar mooie boompjes maken – en dát is mijn punt - nog geen bos. Neem als vergelijking Eindhoven en wat daar gebeurt rond de Designacademie. Dat is een humuslaag: daar zit een groep ontwerpers die elkaar inspireert, becommentarieert, dwarszit, overtroeft, etcetera. Heel wat designers in de wereld willen naar Eindhoven omdat daar nu de top zit. En mijn vraag aan jou is nu: waarom zouden kunstenaars anno nu per se naar Rotterdam willen? Er wordt nauwelijks nog geïnvesteerd.

 

V: Als ik de Rotterdamse gremia een beetje volg zijn De Haven en De Zorg de nieuwe zogenaamde ‘speerpunten’. Daar liggen 'kansen'. Daar kan onmiddellijk geld verdiend worden. En dat zou ook beter passen bij het opleidingsniveau van de meeste Rotterdammers. Cultuur is inderdaad van het investeringslijstje afgevoerd. Want we hebben een té grote achterstand op, bijvoorbeeld, Amsterdam. Je zou het realistisch kunnen noemen…

A: Ik zou willen zeggen: zie die achterstand jegens Amsterdam als een inspiratiebron en werk eraan. Laat zien dat Rotterdam meer is dan hoge gebouwen en een haven. Maar nee… We worden we dus weer een saaie werkstad, zoals vroeger. Terug naar af. 

 

V: Ben bang dat de huidige generatie politici op de Coolsingel denkt: nou én? Werkstad? We zijn al blij als iedereen werk hééft! Bovendien wordt cultuur door lokale politici gezien als iets waar electoraal weinig mee te ‘scoren’ valt.  Denk je ook niet?

A: Daar ben ik ook bang voor. Het denken op het stadhuis is van hop-hop-hop. Kunnen we nog vier jaar? De continuïteit die vroeger belichaamd werd door de Bestuursdienst is op een dramatische manier weggesaneerd. Dáár zat nog visie – of je het ermee eens was of niet. Nu zit nergens visie meer.  

 

V: We hebben zelfs een wethouder, Marco Florijn, die beweert dat ‘visie’ vertragend werkt.

A: Ik heb dat Stadsloginterview gelezen, ja… Diep triest. Maar misschien is zo’n zienswijze wel de resultante van het moderne onderwijs. Ooit werd je ingewijd in wat je “de grote wereld”  zou kunnen noemen en ging je met de klas standaard naar een aantal musea, naar de dierentuin, naar belangrijke gebouwen. En werd de geschiedenis en de kunst als het ware op je bordje gelegd.  Nu zijn jongeren bezig met appjes, met spelletjes, met allerlei vormen van surrogaatbeleving. Dat sommige politici daar vervolgens willens en wetens in meegaan, daar word ik niet vrolijk van.

 

V: Proef ik hier een berouwvolle babyboomer, die toegeeft dat het onderwijs de weg is kwijtgeraakt? En dat gezonde vormen van traditionalisme in alle vernieuwingsdrang en schaalvergrotingsprojecten helaas zijn weggegooid?

A: Dat wil ik best toegeven. Maar gelukkig is er altijd sprake van een slingerbeweging. Als de ideeënloosheid en de onkunde voortduurt en de crisis straks nóg dieper wordt, zul je vanzelf een hunkering zien ontstaan naar cultuurvormen en cultuurdragers die langer meegaan dan een dag of een week.  

 

V: Kernvraag: wat mist Rotterdam nu exact na wat jij de ‘culturele afbraak’ noemt? Wat zijn we verloren? En wie treuren daarom? Of voelen dat? Er gaat geen week voorbij of een Rotterdammer jubelt weer in een gezellig blad dat Rotterdam leuker, spannender, fijner en gezelliger wordt. Welke realiteit is de échte?

A: Dat laatste is sociaal wenselijke en burgertruttige peptalk, die eerlijk gezegd niks betekent. Verder ben ik vrij cynisch over politici en hun relatie tot cultuur. Pas als politici het probleem op hun eigen stoep gaan merken, zullen ze gaan investeren.

 

V: En waar denk je dan aan, als je hoopt dat ze het van dichtbij gaan merken?

A: Aan de rijken en de intellectuele voorhoede die de stad daadwerkelijk gaan verlaten. Zelfs dat vinden politici in essentie nog niet erg, maar als het té massaal wordt en het gaat ze prestige schelen, kortom, als er mensen niet meer naar Rotterdam komen die hun status kunnen opvijzelen, zullen ze zich achter hun oor gaan krabben. Want één ding is van alle tijden: politici zitten er, uiteindelijk, voor zichzelf. Kijk - als voorbeeld - naar Maastricht, naar de TEFAF. Van de ene op de andere dag staat het vliegveld vol met privéjets! Ik zeg niet dat Rotterdam ook zo’n kunstbeurs moet organiseren. De ‘nieuwe rijken’ hebben ook zo hun beperkingen. Wat ik wél zeg: ontwikkel een visie zodat we spraakmakende kunstenaars weer een reden geven naar Rotterdam te komen.

 

V: Reuring importeren. Is dat niet ‘oud denken’? Bovendien: we hebben nog het IFFR, we hebben nog Poetry International, we hebben nog North Sea Jazz. Misschien levert dat in prestigetermen genoeg op, vinden ze op de Coolsingel.

A: Je noemt nu drie festivals. Schitterend! Maar het zijn en blijven losse festivals. Wat is er verder nog? Er zit geen vervolg aan. Er zit geen lijn in. En dat komt omdat de ambtenarij niet begrijpt dat de creatieve sector geld oplevert. Wat doen die creatievelingen? Ze kosten geld! Dát is de overheersende gedachte geworden. Ja, zeg ik, ze kosten geld. Maar ze leveren nu én op den duur nóg meer op. Voor dat laatste heeft Rotterdam geen oog meer.

 

V: Tot slot. De haven is in jouw ogen een belangrijke moneymaker, maar voor de stad zelf heeft ze minder betekenis. Jij ziet liever een Digitale Haven. Vertél.

A: Bouw voort op de reputatie van logistieke duizendpoot. En zorg dat Rotterdam de ‘Digital Gateway To Europe’ wordt. Met datacentra, met supersnelle verbindingen, met creatieve industrie die kan herbewerken en vertaalslagen kan maken. Daar liggen enorme kansen. Daarin investeren zou getuigen van visie, maar visie is inmiddels, begrijp ik, een vies woord.

 

Jacques van Heijningen is tot op de dag vandaag van mening dat de gemeente het Rotterdams Media Fonds zowel strategisch als financieel volkomen ten onrechte heeft weggesaneerd. Het fonds leverde zijn inziens tot in de laatste fase geld, creativiteit en werk op voor Rotterdam.

 

Een eerder Stadslog-blog over de laatste dagen van het Rotterdam Media Fonds vind je hier

 

Brieftekst van Jacques van Heijningen aan EU-commissaris Neelie Smit-Kroes aangaande het ambitieuze project DigiRegio vind je hier

 

Afbeelding / www.inspiringcities.org

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel