Metro halfuurtje vroeger naar bed

31-5-2012 16:28

Door Hans van Willigenburg

Het is midden in de week, op een woensdagavond, als ik na een afspraak om 00.40 uur in hartje stad station Beurs betreed. In mijn beleving rijdt rond een uur of één de laatste metro, daarna wordt het - hoe triest ook - oppassen geblazen. Maar als ik door het poortje ben gelopen en langzaam afdaal met de roltrap zie ik op het digitale mededelingenbord - eerst tot mijn schrik, een nanoseconde later tot mijn afgrijzen - niet het blokje informatie dat het aantal minuten tot de volgende arriverende metro aankondigt, maar een zwart vlak met onderin een van links naar rechts door het beeld lopende dienstregel. Op het lege perron lopen twee RET-ers in uniform, die ik na een sprintje inhaal en aanschiet: 'Héren - jullie gaan me toch niet vertellen dat de laatste metro al vertrokken is?'. De twee kijken mij meewarig aan. 'Bezuinigingen,' zucht de kleinste van de twee. 'Wij kunnen er óók niks aan doen.' De lege blik in hun ogen suggereert dat het half tot geheel geknakte beambten zijn. Hoewel ik kook van verontwaardiging wil ik bij uitgerekend hén, trouwe medewerkers, niet nóg een stukje van hun zelfbeeld en het imago van hun werkgever af knabbelen.  'Hier proberen twee mensen hun werk te doen,' fluister ik mezelf kalmerend toe. Om iets minder kalm te vervolgen: 'Terwijl andere mensen het bloed uit de stad zuigen. Geen metro meer na half één! Wie verzint er zoiets?'

 

Onverrichter zake houd ik mijn OV-kaart opnieuw voor de scanner, stap vertwijfeld op de roltrap naar boven en pak na ampele overweging een taxi op de Coolsingel. 'Ja, goed voor mij, hahaha!' lacht de Turks-Nederlandse taxichauffeur als ik, mild briesend, constateer dat Rotterdam vlak na twaalven de stekker uit het metrovervoer steekt. 'Hoe zit dat in Istanbul?' vraag ik. 'Zuigen ze daar na twaalven ook het bloed uit de stad door het openbaar vervoer stil te leggen?' Hij weet het antwoord niet exact, maar zegt wel: 'Rotterdam wordt niet beter. 's Avonds zie je steeds minder mensen op straat. Je moet bedelen voor een paar ritjes.' Ik ben een Nederlander, ik kan er niks aan doen, en dus schep ik er plezier in het rouwproces omtrent het falende metrovervoer te verlengen door nog wat na te mopperen: 'Je maakt mij niet wijs dat Istanbul rond twaalven uitdooft en collectief op bed gaat liggen. Nee toch?' De chauffeur zegt dat hij ruim dertig jaar in Nederland woont en dat hij in zijn leven maar drie keer in de Turkse hoofdstad is geweest, onderhuids de boodschap afgevend dat hij niet persoonlijk verantwoordelijk kan worden gesteld voor de economische explosie die Turkije de afgelopen decennia heeft doorgemaakt en het pleefiguur dat wij in nultien inmiddels slaan als het om wereldburgerschap en kosmopolitisme gaat. Maar één ding weet hij wel: 'Dolmus blijft altijd rijden. Vierentwintig uur per etmaal.'

 

Suizend over de godverlaten Schieweg, het is inmiddels 0:55, zie ik Istanbul, de Bosporus en de drukke straten van Istanbul voor mijn geestesoog verschijnen: bruisende, twinkelende, herrieachtige toegangspoort tot Europa. Zijn wij te Rotterdam, zo luidt mijn inktzwarte vraagstelling, stilletjes onderweg een Ottomaanse achterbuurt te worden?

   

Hoeveel bezuiningrondes zijn we verwijderd van de laatste metro om 24.00? Of 23.00 uur? 

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel