Mijn blanke boerenlullenschap

11-7-2012 10:16

Door Hans van Willigenburg

Een paar weken geleden stap ik van mijn fiets af bij mijn oude stamkroeg, café Schieland aan de Schiekade. Het is een zonovergoten junidag. Buiten staat, als vertrouwd, Ed,de eigenaar, op het terras te ouwehoeren met een aantal mensen rond een tafeltje. Onze verhouding is dusdanig dat we geen cliché schuwen. Hij steekt zijn hand op, roept 'Hans!' en even later vallen we elkaar in de armen. Op dat moment schampt een kleine, Indisch ogende man mijn heupen met een bord waarop een broodje hamburger ligt. 

   'Zóóó,' zeg ik tegen Ed, als het mannetje buiten gehoorsafstand is. 'Nieuw personeel aangenomen?'
  Ik wijs met een gekromde duim naar achteren.
  Ed is afgeleid door een afscheid nemend gezelschap, dat één voor één het uit het café komt zetten en in zijn richting zwaait. Als het Indisch ogende mannetje terug dribbelt wil ik iets bij hem bestellen, ik steek mijn hand op en knip met mijn vingers, maar hij loopt me straal voorbij.
   Dan heeft Ed weer oog voor mij.
   'Nog nieuws?' vraag ik plichtmatig.
   'Ja,' zegt Ed. 'Ik heb het café verkocht.'
   'Echt waar?' reageer ik. 'Wanneer?'
   'Vorige week,' zegt Ed.
   'Aan wie?' vraag ik.
   'Kijk...' zegt Ed.
   Hij draait zich half om en maakt een uitnodigend gebaar naar de kleine Indiër of Sri Lankaan, die met zijn dienblad zojuist een broodje hamburger heeft afgeleverd en nu op wacht staat bij de ingang.
   'Aan déze meneer!'
   Tot mijn niet geringe verbazing is hij dus de nieuwe 'grootvorst' van café Schieland, waarvan ik me onmiddellijk afvraag hoe lang het onder zijn leiding nog zo blijft heten. Manhaftig probeer ik mijn verbazing te verdringen, steek een hand naar hem uit en het volgende moment verdwijnt een slap, chocoladekleurig handje met daaraan gekoppeld een fragiele pols in de mijne.
   'Mag ik wat bestellen?' vraag ik hem, zo warm mogelijk.
   Maar de Indiër annex Sri Lankaan dribbelt onmiddellijk bij me vandaan.
   'Hij heeft het druk,' zegt Ed, vergoelijkend.
   Ondertussen denk ik dat het hamburgermannetje met een soort zesde zintuig mijn gekromde duim heeft waargenomen en in één moeite door het woord 'personeel' uit mijn mond heeft horen gulpen. En dat ik nu gestraft wordt voor mijn blanke boerenlullenschap en de reeks gemakzuchtige aannames die daar bij schijnen te horen. Aan Ed gaan al deze nuances volledig voorbij, hij zucht en zegt handenwrijvend:
   'Overmorgen ga ik naar mijn huisje in Frankrijk. Even helemaal wég...'

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel