Snel, slank, visieloos

17-4-2013 11:59

Door Hans van Willigenburg

Nieuwste Politiek volgens de Rotterdamse PvdA-wethouder Marco Florijn - Stadsloginterview!

 

Hij wordt gezien als fris, toegankelijk en communicatief en, mede daarom, getipt als de ‘new kid’ van de Partij van de Arbeid: de Rotterdamse wethouder Marco Florijn (35). Toen hij zich op Twitter actief opwond over het begrip ‘visie’, dat zijns inziens zwaar wordt overgewaardeerd, was de interesse van Stadslog meer dan ooit gewekt en vroegen we ons af: als ‘visie’ niet nodig is, wat vormt dan het kompas van deze blozende en aanstonds machtige sociaaldemocraat? Gevolg? Dit interview.   

 

Het woord ‘visie’. Dáár sloeg wethouder Marco Florijn (PvdA) via Twitter op aan tijdens een uitzending van het zondagse praatprogramma ‘Buitenhof’. Op 17 februari twittert hij: ‘Van Raak en Van Lienden debiteren leegheden en schreeuwen om visie; Weisglas helpt ze richting nieuwe politiek. Netwerkdemocratie.’ De als ambitieus, gedreven en ietwat ongeduldig bekend staande politicus laat zich, kortom, van zijn scherpe kant zien. Onze nieuwsgierigheid is gewekt. Meent hij werkelijk dat ‘visie’ een achterhaald begrip is? En hoe ziet die geroemde ‘netwerkdemocratie’ er zijns inziens dan uit? Het oogt, twintig jaar na het ‘Afschudden Van De Ideologische Veren’ door Wim Kok, als een tweede poging de PvdA uit zijn traditionele groef te wippen, terwijl partijvoorzitter Hans Spekman nou juist het omgekeerde lijkt te doen: het herbevestigen van de sociaaldemocratische ‘roots’. Stadslog verzocht via de mail om een interview in de verwachting de meest moderne politicus van Rotterdam met enige spoed onder ogen te krijgen - en de wethouder stemde toe. Netwerkdemocratie optima forma?

 

V: Klopt het dat u ‘visie’ een achterhaald begrip vindt?

A: Ja. Zeker op de manier waarop het in ‘Buitenhof’ ter sprake kwam: als iets dat helemaal uitgewerkt en geaccordeerd aan de basis moet staan van te ondernemen acties. ‘Visie’ wordt maar al te vaak gebruikt om, terwijl je bezig bent, te mokken over de richting waarin de dingen gaan. En het wordt ook als excuus gebruikt om mogelijk effectieve zijpaden niet in te slaan, omdat het dan niet in de ‘visie’ zou passen.

 

V: Als ik u goed beluister, zegt u: ‘visie’ werkt nodeloos vertragend en beperkend.

A: Klopt. Het is vaak een nodeloze hobbel. Iets anders is dat je als politicus om de zoveel tijd teruggaat naar je uitgangspunten. In de zin van: waar zijn we mee bezig? waar doen we het allemaal voor? Maar dat soort sessies gaan dan, wat mij betreft, over de écht grote dingen van het leven. Je basiswaarden.

 

V: De politicus als manager wordt door sommigen al als een cliché beschouwd, maar als ik u zo hoor is dat cliché springlevend.

A: De overheid reageert nu eenmaal vertraagd op wat er in de samenleving gebeurd. Dat is een gegeven. Om die vertraging niet uit de hand te laten lopen, ben ik er heel erg voor slim te luisteren naar wat er in de samenleving aan de hand is. Simpel voorbeeld: bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen (Florijn zat toen nog in Leeuwarden, red.) was ik voorzitter van de programcommissie (later leidde hij ook de programcommissie voor de landelijke PvdA, red.) en hebben we op Facebook verschillende standpunten ‘uitgeprobeerd’. En werden we heel snel wijzer over wat er speelde onder zowel PvdA-kiezers als niet-PvdA-kiezers. Zo’n kans om je verkiezingsprogramma up-to-date te krijgen mag je anno nu nooit laten lopen. En als u dat ‘managerial’ noemt, vind ik dat oké.

 

V: Ik vind het allemaal prachtig! Maar beseft u dat uw partij door de jaren heen met heel wat meer pretenties heeft geregeerd en beslist dan ‘vertraagd reageren op de samenleving’? De PvdA is lange tijd de partij van de blauwdrukken. Van hoe het móet en zal gebeuren.

A: Als ik met oudere leden van de PvdA praat, hoor ik van hen dan Joop den Uyl in zijn laatste boek al voorspelde dat de verzorgingsstaat zou doorschieten. Hij zag kennelijk de zwakte van zijn eigen doctrine. Ik kan die analyse van Den Uyl anno 2013 alleen maar onderschrijven. Een goede overheid is een slanke, snel reagerende overheid. Ik word kregel als ik dubbelingen zie en ambtenaren op verschillende plekken zich met hetzelfde bezighouden. Niet alleen omdat het niet efficiënt is, maar omdat het ook demotiveert. Waarom iets doen wat een ander al doet? Voor de duidelijkheid: die onvrede over dubbelingen is iets anders dan per se een kleine overheid nastreven.    

 

V: Uw actieve Twittergedrag is één van uw bijdragen aan de netwerkdemocratie?

A: Twitter is een manier om snel te peilen hoe op bepaalde dingen wordt gereageerd. Dat kan heel nuttig zijn. Maar je kunt het medium ook gestructureerder inzetten en gebruiken dan even rondkijken. Binnenkort doe ik mee aan een Twitterspreekuur over het thema Jeugdwerkloosheid. Dan krijg je in korte tijd veel ideeën en gedachten aangereikt van hoog betrokken mensen. Dat is van onschatbare waarde. Zeker als het lukt nuttige ideeën van kleine groepjes op te pikken en via Twitter in contact te brengen met grotere partijen. Dat soort dynamiek, daar houd ik van. Modern besturen gaat over het weggooien van nodeloze ballast, en op het júiste moment op de júiste plek iets tot stand brengen. Bij Toyota noemen ze dat ‘lean management’. In dit verband vind ik Stadsinitiatief ook zo boeiend. Niet noodzakelijkerwijs omdat ik blij ben met de initiatieven die als winnaar uit de bus komen, maar om het proces van het kiezen zèlf. Het actieve burgerschap. Dat wordt de toekomst.

 

V: Maurice de Hond zal u omarmen! Die vind één keer in de vier jaar stemmen een belediging van de moderne burger. Bent u dat met hem eens?

A: Ik zou zeggen: bezie de elektronische meningsvorming niet alleen van de rationele kant. Ik doe daar zelf aan mee door, bijvoorbeeld, over ‘lean management’ te praten. Maar er zit ook een niet-rationele, humoristische, zeg maar gerust geinige kant aan.  Dingen aan elkaar doorsturen. Provocerende opmerkingen plaatsen. Uitdagen. Inbinden. Dat soort spelletjes zijn ook doodgewoon leuk om soms te spelen. En waar De Hond op doelt is dat Den Haag nog niet aanknoopt bij die nieuwe werkelijkheid. Dat ben ik met hem eens. Net zoals ik het met hem eens ben dat het belachelijk is dat we qua stemmen weer terug zijn bij papier en potlood. Waarom kan ik anno 2013 niet per sms stemmen?

 

V: U praat over ‘momentum’, over ‘netwerken’, over ‘slim luisteren’. Fijn. Maar wat denkt u als u premier Rutte van bovenaf hoort smeken dat wij, de burgers, een auto moeten kopen of een huis? En dat we toch vooral optimistisch dienen te zijn om het land vooruit te helpen? Dat kun je toch alleen beweren als je van moderne media geen flauw benul hebt en niet begrijpt dat er weinig of niets meer te orkestreren valt? Hoe kijkt u daar naar?

A: Hahaha! Láchen! Ja vooral, lachen. Waarmee ik niets wil afdoen aan de ernst van de situatie. En aan de noodzaak om de economie weer op gang te brengen door het poldermodel te herstellen. Daar ben ik vóór. Maar ja, de methode, hè? De communicatie. Ik heb makkelijk praten. Als wethouder zie je dagelijks wat er op straat gebeurt. In Den Haag is dat veel verder weg. En heb je het probleem dat je niet meer exact weet wat er in burgers omgaat. Daar is dit een treffend voorbeeld van. Een moderne burger maakt natuurlijk zelf wel uit wanneer hij een auto koopt. Dat lijkt me helder.

 

V: Zie je niet gewoon een falen van topfiguren, die niet meer weten hoe het werkt? Of klinkt dat té hard?

A: Je ziet een worsteling. Aan de ene kant zekerheid willen geven omdat dat goed is voor de economie. Aan de andere kant moeten erkennen dat je niet weet of je na de zomer een nieuwe bezuinigingsronde moet afkondigen. Dat omgaan met niet-weten is essentieel. Je kunt prognoses maken tot je een ons weegt, maar zekerheid is er steeds minder. In zo’n omgeving – en dan kom ik terug op het woord ‘visie’ – is het niet meer mogelijk alles op nul te zetten en vanaf scratch een visie te ontwikkelen. Kijk naar die 16-jarige ‘whizzkid’: Jack Andraka. Die jongen heeft louter door het combineren van digitale info een methode ontwikkeld om pancreaskanker op te sporen, die 26.000 keer goedkoper is dan de huidige methode en 400 keer effectiever. Mensen als Jack zijn de leiders van de toekomst. Die kunnen duizenden deskundigen en enthousiastelingen verenigen op internet. Een enorme denktank organiseren. Dat gaat veel sneller dan een ‘visie’ ontwikkelen of, zoals in Den Haag gebeurt, een poldermodel herstellen.

 

V: Stelt de netwerkdemocratie andere eisen aan een politicus?

A: Ik denk het wel. Je moet goed kunnen omgaan met sociale media. En daar hoort ook bij dat je vooral weet wanneer je niet moet twitteren.

 

V: Zelfs ooit ‘verkeerde’ tweets de wereld in gestuurd?

A: Zeker. In mijn periode in Leeuwarden twitterde ik een keer dat ik geweigerd werd bij een hotel omdat ik mijn paspoort niet bij me had. En dat ik dus van het ene op het andere moment een vreemde was in mijn eigen gemeente. Dat werd, zogezegd, ‘een dingetje’ in de media. Een nutteloos dingetje. Dus daar leer je van. Ook bij de debatten in gemeenteraad twitter ikzelf niet, al volg ik wel wat de raadsleden tijdens zo’n debat naar buiten brengen. Dat levert soms een dubbele realiteit op die heel interessant is en intrigerende informatie bevat.

 

V: Als die netwerkdemocratie, zoals u zegt, een zegening is. Waar gaat Rotterdam dan, volgens u, de komende tijd het hardste netwerkdemocratiseren?

A: In de deelgemeenten. Met de nieuwe gebiedsbesturen die daar komen. Daar verwacht ik dat het gaat bloeien en borrelen. Daar gaan bewoners veel meer de regie pakken, waarbij het stadhuis slechts af en toe als scheidrechter in zal grijpen als zaken écht tegen staande beleidslijnen in gaan.

 

V: Tot slot: hoe valt een mastodontisch gebouw als ‘De Rotterdam’ te rijmen met een overheid, die middenin de netwerksamenleving dient te staan? Dat worden toch plekken met bureaus, dubbel glas en een enorme afstand tot burger en straat? Waarom niet doorpakken en, net als sommige gemeenten al gedaan hebben, een centraal werkplek afschaffen? Met een swingende term: besturen ‘on the spot’? Dát zou durf zijn!

A: Oneens. Ik vind het concept van de verticale stad juist prima passen in de netwerksamenleving. In ‘De Rotterdam’ kun je straks wonen, werken en logeren; die combinatie van functies is toch juist heel spannend? En als blijkt dat we met minder ambtenaren toe kunnen, geen probleem: dan vertrekken we als overheid, betrekken we een vloertje minder en zal daar een andere organisatie worden ingeplugd.

 

Meer lezen over ‘Digital Democracy’, klik hier

 

Meer lezen over de Rotterdamse debatcultuur, klik hier

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel