Stemmen is een fopspeen

25-9-2012 00:00

Door Hans van Willigenburg

Binnenkort moet er weer gestemd gaan worden, zodat de BV Nederland democratisch geaccordeerd door kan denderen. Maar is dat hele verkiezingscircus geen fopspeen? En worden de échte vragen niet buiten het zicht gehouden? De Rotterdamse socioloog Willem Schinkel schreef een prikkelende verhandeling over de musealisering van het moderne Nederland , 'De nieuwe democratie'. Hans van Willigenburg las het met ogen en oren wijd open.

 

In het aanstaande verkiezingsgeweld is het van harte aan te bevelen - als u even tijd heeft, maar wie heeft dat dat nog tegenwoordig? - het traktaat 'De nieuwe democratie' van de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel (1976) te lezen. Als kind van de jaren '70 doet hij een 'grote greep' naar een nieuwe manier van - kritisch - denken, hoe kansloos dat in het huidige klimaat van onzekerheid, bij elkaar kruipen en het unanieme gebod tot maatschappelijk 'meedoen' ook lijkt. Schinkel trekt ruim driehonderd pagina's lang de spreekwoordelijke Stoute Schoenen aan en fileert ons maatschappelijk klimaat op ondubbelzinnige wijze. Zijn centrale stelling? Politiek bestaat niet meer. Het ideologisch conflict is begraven. Van links tot rechts zijn de doelen eender; er zijn hoogstens wat accent- en tempoverschillen overgebleven. Schinkel: 'Politieke vraagstukken zijn veilig ingekaderd tot managementproblemen.'

 

Tolerantie? Laat ons niet lachen...
Volgens zijn vijanden is Schinkel een 'radicale denker' en 'doordrammer', maar als je, zoals ik, gevoelig bent voor de ideeënarmoede achter het dagelijkse, politieke gedruis is zijn filosofie-met-de-hamer een vorm van thuiskomen en herademen. Ja, een bevrijding zowat! Want hoe herkenbaar is het niet dat politici visie en durf zijn gaan vervangen door angstige vragen als 'is dit haalbaar?', 'valt dit goed binnen mijn partij?' of 'zal het Centraal Planbureau dit niet afschieten als te duur en onrealistisch?'. Achter Schinkel's hunkering naar nieuwe idealen en het uitventen daarvan, gaat een diepe onvrede schuil over de verhullende managementtaal waarmee de Haagse politiek zijns inziens een 'museaal Nederland' in stand houdt, dat gebaseerd is op angst voor andersdenkenden, andersgelovigen en andersgeaarden. Door zijn ogen is Nederland inmiddels een met veiligheidsissues en onzekerheidsvermijding behepte natie geworden, die, om het nóg wat ingewikkelder te maken, haar aderverkalking probeert te verbloemen door te blèren dat het 'tolerant' is en 'de vrijheid van meningsuiting' hoog in het vaandel heeft staan. Schinkel toont overtuigend aan dat die vermeende 'tolerantie' en vermeend belangrijke 'vrijheid van meningsuiting' alleen opgaan zolang zaken binnen het managementprobleem passen. Zodra er échte verschillen aan het licht komen of iemand écht politiseert, sluiten de rijen zich, van links tot rechts, en vindt er - favoriet Schinkel-woord! - 'exorcisme' plaats, ofwel: uitsluiting. Er is, met andere woorden, helemaal geen wérkelijke keuze, straks in het stemhokje. 'Alles is D66 geworden.'

 

Participeer eens niet! En wees eens niet pro-actief!
Schinkel zoekt, naar eigen zeggen, naar 'een links van links', omdat hij - en dat maakt het lezen van zijn traktaat soms tot een feest! - geen enkele fiducie meer heeft in traditioneel links, dat zich met huid en haar aan het neoliberalisme heeft overgeleverd en haar oude hobby's - dwarsliggen, kritiseren, ideologiseren - volledig afgezworen lijkt te hebben ten faveure van baantjes, invloed, status. Tot grote verbazing van de auteur zijn principiële vragen over welvaartsverdeling, mondialisering, menswaardigheid, basisloon en economisch protectionisme stilletjes van de agenda afgevoerd. Hij komt daarom met enkele zinnige (hoewel lastig uitvoerbare) voorstellen om het ideologisch conflict nieuw leven in te blazen. En laat, en passant, zien hoe weinig we op dat gebied nog van de media te verwachten hebben, die onder marktdruk dezelfde managementtaal zijn gaan hanteren als waarmee de politiek het 'pure' ofwel 'museale' ofwel 'verlichtingsfundamentalistische' Nederland probeert te sturen. Tot slot: de grootste zucht van opluchting slaakte ik bij Schinkel's ontmaskering van de retoriek rond de 'participerende en pro-actieve burger', die, zo laat hij glashelder zien, een uitvinding is van politieke managers die, door dit type burger te promoten (zo niet uit te vinden) hun eigen gebrek aan visie, daadkracht en scherpte effectief kunnen afwentelen. De burger is immers 'participerend en pro-actief'? Dus waarom nog een visie hebben of ideaal najagen?

 

Prikkelend én actueel
Hóe je ook over de systeemkritiek van Schinkel denkt: dát hij een belangrijk en tongen los makend boek heeft geschreven over de moderne democratie Nederland, staat buiten kijf. Wilde Schinkel in eerdere stadia nog wel eens verregaand hybride zinnen schrijven en gruizelige sociologentaal uitslaan, in 'De nieuwe Democratie' blijft hij, wat dat betreft, goeddeels op het rechte pad. Al noteerde ik op de voorlaatste pagina het bijna tot onneembare vesting geharnaste woordje 'ontplausibiliseren', het maakt de verhandeling niet minder prikkelend of actueel.

 

Geïntrigeerd door deze Rotterdamse denker-met-de-hamer? 'De Nieuwe Democratie' is te koop bij de betere boekhandel, bijvoorbeeld Van Gennep op de Oude Binnenweg.

Rubriek Ogen/Oren

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel