Een Proustiaans moment

9-10-2012 11:37

Door Bruno Giuntoli

Burgervaders & gesmolten ijsjes

 

Het was een mooie, warme septembermiddag in het Scheepvaartkwartier.  

Zo’n dag die je doet af vragen waarom de herfst zo’n slechte reputatie heeft.

De zon doet een laatste krachtsinspanning en kust je huid met meer tederheid dan in de overgewaardeerde zomer. De zonnestralen dalen verzwakt neer door de bejaarde bladeren. Ik ben op weg naar huis na een wandeling door de mooiste wijk van Rotterdam. Een wijk waar je nog voelt dat Rotterdam een stad van welvarende koopmannen was met smaak. Mooie classistische gebouwen trekken aan me voorbij. Mijn aandacht word echter getrokken naar wat ik denk dat een oudere vrouw met een kruk is,  die leunend tegen een grote gele afvalcontainer met haar gsm staat te rommelen. Een moe, oud lichaam. Maar er klopt iets niet. De vrouw heeft een mannenbroek aan, zo eentje met een vouw. Ik kan het gezicht niet goed zien omdat het hoofd zo voorover gebogen is om in het telefoontje te kijken. Het is zo’n oud Nokia toestel. Steunend tilt de oude vrouw haar hoofd op omdat ze iemand naar haar voelt kijken.  Een vlaag van herkenning blaast door mijn hoofd en ik ervaar een Proustiaans moment.

 

Het is een zonnige herfstdag midden in de jaren tachtig, en ik zit op een houten bankje voor mijn familiezaak op de Schiekade. Papa is nog groot en sterk. Ik heb een ijsje in mijn hand en dol wat met de ober die nu nog bij ons werkt. Een grote zwarte bolide stopt voor het stoplicht. Een deftige man zit achterin een krant te lezen. De man achter het stuur is zijn chauffeur. Mijn vader en ober zwaaien naar de man op de achterbank. De man zwaait terug naar zijn burgers. Mijn vader zegt: “Bruno, zwaai ook eens naar de burgemeester.” Ik zwaai met het pure enthousiasme van een kind naar de belangrijke man: de eindbaas van Rotterdam, tóen nog met de grootste haven van de wereld. Het raampje gaat open en hij zwaait terug, alleen naar mij deze keer en zijn vriendelijke ogen twinkelen boven een brede glimlach. Dan gaat het stoplicht op groen en stuift de auto weg. De burgemeester blijft zwaaien en ik ook. De auto verdwijnt achter de woonblokken op de Schieweg.  Het ijsje is in mijn hand gesmolten en druipt langs mijn arm op de stoeptegels.

 

Ik loop door naar de deur van mijn woontoren en besef dat ik net die burgemeester heb gezien en geen oude vrouw. Ik wil net uit automatisme mijn sleutel in het slot steken, als dat kleine jochie met het gesmolten ijsje op mijn schouders tikt. Ik loop terug naar de afvalcontainer, waar de oude man nog steeds staat te turen naar zijn schermpje. Ik stap resoluut op hem af en hij kijkt argwanend naar me op als ik voor hem sta. “Meneer Peper, u bent de burgemeester van mijn jeugd. Ik wil u bedanken voor wat u voor de stad hebt gedaan,” zeg ik en bied hem mijn hand aan. Ik krijg in contrast met zijn frêle verschijning een verrassend ferme handdruk. Door zijn bril zie ik dezelfde vriendelijk ogen en hij gunt me dezelfde brede glimlach van weleer.

 

Rubriek Solo Bruno

Bruno Giuntoli

In het leven van Bruno Giuntoli zijn drie woorden van belang: film, voetbal en pizza’s.   Na een tijdelijk verblijf bij Film- en Televisiewetenschappen en een afgerond...

Bekijk profiel