Jan Smit, Rotterdamse taal & de gemiste kans

14-12-2012 10:30

Door Bruno Giuntoli

Rotterdams 3D-essay over de film 'Het Bombardement' 

 

Als mensen mij vragen of ik een echte Rotterdammer ben voel ik me altijd een beetje beledigd. Hoezo? Ken je dat nie horuh dan? Maar ja, ik snap het ergens wel, je weet het nooit zeker bij een allochtoon, nietwaar? Meestal zet ik grof geschut in. “Ja, ik ben een echte Rotterdammer” zeg ik dan “en weet je waarom?” Na enige tijd geamuseerd de glazige blik van de ander te hebben bestudeerd gooi ik de laadklep open. “Mijn overgrootvader en zijn familie zijn weggebombardeerd! Die van jou ook!?”

 

Rotterdamse woorden

Weggebombardeerd, als dat geen Rotterdams woord is dan weet ik het niet meer. Bij mij staat dat woord ondanks de negatieve lading, of misschien juist daarom, op nummer één. Glimmerjas op twee. Dat betreft een politieagent, die vroeger, voordat de bommen vielen, een lange glimmende jas droeg. Tinteldoosje staat op drie. Dat wordt in de rest van het land minder fantasierijk telefoonbotje genaamd. Je weet wel, het uiteinde van de elleboog dat je niet te hard moet stoten.

Mijn overgrootvader had een ijswinkel op de Delftsevaart, een beetje schuin van waar nu Dudok staat. In de huidige winkel, op de Schiekade, die gedempt is met het puin van het bombardement, staat een foto van de broer van mijn opa met een ijskarretje voor typische Hollandse geveltjes. Op het ijskarretje staat “Angelo Betti” Hij staat trots op de foto met zijn armen over elkaar gekruist. Naast hem een Nederlandse jongen die meehielp met de ijskar. Op één van de gevels achter de twee staat een bord met het opschrift “Italiaansch ijs” 

 

Voltreffer op Delftsevaart

Terwijl ik ijs schep kijk ik hem weleens aan, mijn oudoom. En dan moet ik denken aan het verhaal hoe niemand van mijn familie is omgekomen bij dat bombardement. In de tuin stond een oven van gewapend beton. Dat stond daar om beeldjes van heiligen in te bakken. Een traditie die mijn familie uit de bergen van Lucca in Noord-Toscane had meegenomen om toch nog een bron van inkomsten te hebben tijdens de koude wintermaanden. Toen de eerste bommen begonnen te vallen dook iedereen de oven in die plots als schuilkelder dienst deed. In het donker van de oven was het muisstil terwijl de Duitsers met hun bommenwerpers boven de stad raasden. Tot dat mijn opa, toen nog een jonge onbezonnen knaap plotseling uitriep:  “Ik heb nog aardappels op het vuur staan in de keuken! Dadelijk brandt het huis af!" In het Italiaans dan. Hij sprong de oven uit tot verbijstering van de gehele familie: pa, ma, schoonmoeder, de twee andere zoons en een tante die op visite was uit Toscane. En die de hele tijd (de tante) vroeg waarom Nederland niet zoals Italië, om dit soort gezeik te voorkomen, geen verbond had gesloten met Hitler. Buiten in de tuin besefte mijn opa dat het toch menens was, ging het huis niet meer in en liep in shock door het surreële beeld van zwermen vliegtuigen boven de brandende daken, de straat op. Een voltreffer raakte het huis op de Delftsevaart en stortte als een kaartenhuis in elkaar. Mijn opa rende naar de tuin waar de oven stond. Een gedeelte van het huispuin had de opening van de oven geblokkeerd. Mijn opa begon het puin als een gek te ruimen en heeft een voor een zijn familieleden uit de oven weten te bevrijden. Uit de overlevering schijnt de tante nog “dat krijg je er nou van!” gezegd te hebben.

 

En daarom ben ik hier, in Rotterdam. Omdat hij, tijdens een bombardement uitgevoerd door het Derde Rijk, het in zijn hoofd haalde om de aardappels van het vuur te halen.

 

Regelrechte schande

Ik was dus ook enigszins verrast dat een niet-Rotterdammer - en dat het dan een Amsterdammer is vind ik van ondergeschikt belang - zoals Ate de Jong de regie ging voeren over de langverwachte film aangaande de zwartste bladzijde uit onze stadshistorie. En ja, ook ik was in mijn wiek geschoten toen ik hoorde dat Volendammer Jan Smit de hoofdrol zou spelen. De aversie onder cultureel Rotterdam jegens de film is echter tot duizelingwekkende hoogtes gestegen. Er is zelfs een Facebookpagina aan gewijd waarin Ate de Jong (‘die Amsterdammer’) en Jan Smit (‘die Volendammer’) de volle lading krijgen. Een Amsterdammer mag die film niet maken, is de teneur. Ik ben allang blij dat iemand uit de hoofdstad de moeite neemt om er een film over te maken in plaats van er grappen over te debiteren. En een Volendammer mag van mij best de hoofdrol spelen, mits hij een goed acteur is die het Rotterdamse accent goed kan nabootsen. Want oorspronkelijk was het personage van Jan Smit gewoon een Rotterdamse jongen. Totdat bleek dat Jan wat moeite had met acteren. Nee, het hele project is een regelrechte schande, zingt artistiek Rotterdam in koor. Een belediging voor de slachtoffers! 

 

Befehl ist befehl

Via Radio Rijnmond heb ik zelfs opgevangen dat een deel van die Rotterdamse, culturele voorhoede publiekelijk een oproep hebben gedaan om bij de Rotterdamse première op te komen draven in een nazi uniform, of als bokser dan wel in een bruidsjurk te verschijnen. Verdere opdrachten, want Befehl ist Befehl, zijn om elke keer als Jan Smit in beeld komt “Verse paling” te roepen. Als diezelfde Jan Smit in zijn bakfiets rijdt “Opzij, opzij!” te joelen naar het scherm en als er een Nazi in beeld verschijnt, en dat zal niet vaak zijn want die zaten hoog en droog in een bommenwerper tijdens de bommenregen, “Ik wil mijn fiets terug” schreeuwen. Hoe sleets wil je het hebben? Verder moet er met rijst worden gegooid als er een bruidsjurk in beeld verschijnt. Ik zou het niet doen in een Rotterdamse bioscoop, in ieder geval niet als je niet levensmoe bent. En, last but not least, tijdens het bombardement mag er gerookt worden in de zaal. Haha. Een geste die, mocht hij daadwerkelijk uitgevoerd worden, van veel slechtere smaak zal getuigen dan een Volendammer die niet kan acteren de hoofdrol laten spelen in een film over het bombardement van Rotterdam.

 

Gemiste kans

Het was in mijn optiek beter geweest als die Rotterdamse culturele voorhoede zelf initiatief genomen had om een film te maken over die noodlottige 14 mei in 1940. Het Rotterdamse Media Fonds bestaat al sinds 1996 maar 31 december van dit jaar gaat de winkel dicht. 16 jaar lang heeft de Rotterdamse audiovisuele sector dus de kans gehad om zo’n film van de grond te krijgen. Misschien zijn er wel onafhankelijke aanvragen geweest, maar die waren dan wellicht niet goed genoeg. Of is er als Rotterdamse culturele sector collectief niet hard genoeg aan getrokken.

Néé, dan moeten we nu ook op de blaren zitten en accepteren dat iemand uit ‘020’ en een schlagerzanger uit een vissersstad uit Noord-Holland een film maken over het verdwijnen van het hart uit onze stad.

 

Dat achterlijke palingdorp

Heb wel een tip voor de mensen die toch verkleed als nazi, bokser of bruid, naar de film willen gaan. Doe het niet! Blijf lekker thuis met zijn allen, dan gaat er geen geld naar Mokum of dat achterlijke palingdorp en kunnen jullie brainstormen over een script en financieel plan voor een biopic over Bep van Klaveren. Anders moet ik van jullie over een paar jaar, verkleed als bokser of Crooswijkse slager naar ‘The Dutch Windmill’, met in de hoofdrol Nick of Simon.

 

Nee, dank je. Ik ga liever gewoon dood.

Rubriek Solo Bruno

Bruno Giuntoli

In het leven van Bruno Giuntoli zijn drie woorden van belang: film, voetbal en pizza’s.   Na een tijdelijk verblijf bij Film- en Televisiewetenschappen en een afgerond...

Bekijk profiel