AnneMarie van der Jagt, schooldirecteur

27-3-2015 12:51

Door Hans van Willigenburg

In Bloemhof kun je kinderen meer ‘winst’ laten boeken dan in Barendrecht

 

In een nieuwe reeks van acht ‘Stadsiconen’ zal Stadslog Rotterdam in circa duizend woorden Rotterdammers portretteren, die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met een extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In deze nieuwe serie concentreren we ons op Rotterdam-Zuid, in het bijzonder de wijk Bloemhof. De eerste ‘Stadsicoon’ van de nieuwe reeks is AnneMarie van der Jagt, directeur van de Theresiaschool aan de Strevelsweg.

 

Niet dat AnneMarie van der Jagt ooit naïef was, verre van, maar toen ze zeven jaar geleden werd aangesteld als directeur van de Theresiaschool ontdekte ze, toch zeer verrast, dat je je in Nederland maar een paar straten hoeft te verplaatsen of je bevind je in ‘een geheel andere wereld’. Na drieëntwintig jaar in het ‘rustige’ Barendrecht en Ridderkerk actief te zijn geweest in Jenaplan onderwijs, kwam ze op de Theresiaschool terecht in een wereld die ze nog steeds, met haar bijzonder herkenbare ruige stem, omschrijft als ‘erg’. Hoe erg is erg?

 

‘Er zijn hier moeders die vier kinderen hebben van vier verschillende vaders, om maar wat te noemen. Er zijn gezinnen waar op maandag een pan rijst wordt gekookt en uit die pan moet de rest van de week gegeten worden. Er zijn vaders en moeders die tollend hun kinderen op school brengen, omdat ze stevig in het glaasje hebben gekeken. Er zijn huishoudens waar geen verwarming is en geen vloerbedekking. Er zijn kinderen die ik elke week dunner zie worden; kinderen waarvan de tanden en de haren beginnen uit te vallen. Dát is de werkelijkheid in en rond onze basisschool.

 

Spil in de wijk

Deze rauwe omstandigheden hebben AnneMarie, ogenschijnlijk, niet aangetast of ook maar de geringste vorm van moedeloosheid bij haar laten indalen. Dat heeft er mee te maken, zegt ze, dat de rol van het instituut school in een ‘kwetsbare’ wijk als Bloemhof een veel grotere en dus meer uitdagende is dan in de ‘normale wijken’ van Ridderkerk en Barendrecht. In Bloemhof is de sociale cohesie dermate fragiel dat zich zonder school al snel een stroom familiale, criminele en financiële tragedies zou ontrollen. Overdreven gesteld houdt de school de wijk bijeen. Om in die frontlinie te staan is soms zwaar, maar AnneMarie ziet toch, ondanks ook vele bedreigingen, vooral de voordelen.

 

‘Op de scholen in Ridderkerk en Barendrecht had ik soms urenlange discussies over een kwartje ouderbijdrage meer of minder. Dan dacht ik: waar gáát dit over? Daar heb ik op de Theresiaschool geen last van. Hier ben je vrijwel voortdurend bezig kinderen bij de afgrond vandaan te trekken en een kans te geven op een betere toekomst. Niet alleen door goed onderwijs te organiseren. Maar ook door je sociale functie. Voorbeeld: als we na weer een Ontbijt-actie voedsel over hebben, zorgen we dat het in de vriezer gaat. Zodat we het later weer kunnen uitdelen aan gezinnen die het nodig hebben. Al met al “beteken” je hier dus veel meer in de levens van mensen. Hier kun je, in zekere zin, meer “winst” boeken.’     

 

Beter onderwijs, maar hoe?

Winst. Het is een economisch getint begrip dat zeker in AnneMarie’s Jenaplan tijd niet zo op de voorgrond stond, maar in de ‘overlevingmachine’ van Bloemhof zeer relevant is. Hoe kun je lesstof, lesmethodieken en leraren dagelijks verbeteren, zodat de leerlingen een betere CITO-score halen, op een hoger niveau uitstromen en meer kans krijgen in de samenleving? Het zijn vragen die AnneMarie op haar huidige plek meer dan ooit bezighouden. En van haar een hartstochtelijk pleitbezorger van de Stichting LeerKRACHT hebben gemaakt, een organisatie die niet meer in grote onderwijsplannen denkt (waarvan er misschien al veel te veel de revue zijn gepasseerd), maar in kleine, concrete onderwijsverbeteringen van dag tot dag. Door leraren informeel maar strak te laten overleggen, bij elkaar in de klas op bezoek te laten gaan en onderling verslag te laten uitbrengen over de laatste hobbels die ze bij bepaalde onderwijsvakken of in bepaalde klassen tegenkomen. Waardoor onderlinge betrokkenheid, leergierigheid en sociale verantwoordelijkheid tussen leerkrachten met sprongen vooruit gaat. Dat consultancybureau McKinsey deze werkwijze via de stichting heeft binnengebracht, lijkt te duiden op ‘een gouden formule’ die top-down bij de voordeur is neergelegd, maar AnneMarie spreekt dat met kracht tegen.

 

‘Er is bij Stichting LeerKRACHT geen sprake van een gouden formule! Het hele idee is juist dat je als school je doelen helemaal zelf mag bepalen, maar dat je met die eenvoudige regels en afspraken vanuit McKinsey kunt zorgen dat de doelen die je wilt bereiken ook daadwerkelijk bereikt. Voorbeeld: om de pauze beter te laten verlopen zijn leerkrachten onderling gaan regelen dat er voor elke pauze twee mensen worden aangewezen die verslag aan de anderen uitbrengen. Dat blijkt goed te werken. Mooi! Maar de wérkelijk interessante vraag luidt: hoe zorg je als school dat zo’n prima initiatief niet inzakt? Daar zorgt dan de methodiek van de Stichting Leerkracht voor. Het werkt als een soort permanent alarmsysteem. Wat speelt er bij de kinderen? Waar moet je vandaag op letten? Wat vraagt nu veel aandacht, wat minder? Resultaat? De effectiviteit en transparantie is enorm toegenomen. En ja… (schaterlacht)… per saldo praten onze leerkrachten nu wat minder over de laatste ontwikkelingen bij “Goede Tijden Slechte Tijden” dan enkele jaren terug.’

 

Altijd doorgaan

Is de kleine-stapjes-benadering naar beter onderwijs onomstreden? Of zijn er, zoals altijd in Nederland, toch weer bezwaren aan te dragen? Ook al zijn ze nóg zo moeilijk te vinden?

 

‘Inhoudelijk is er, denk ik, heel weinig op aan te merken. Al zo’n tweehonderd scholen in Nederland werken inmiddels met de methodiek. De inktvlek breidt zich uit. Iets anders is: staat de hiërarchie binnen de school het toe? Als een directeur voortdurend zijn of haar stempel wil drukken op het schoolbeleid en de leerkrachten kijken hem of haar vragend aan, dan gaat het niet werken. Ik draai het om. Stimuleer ons team zoveel mogelijk zèlf initiatief te nemen. Pas bij de eindresultaten steek ik mijn kop weer om de hoek, want die staan diep in mijn “harde schijf” gekerfd. Enfin. Het is niet elke directeur gegeven om dat vertrouwen te schenken en op die manier te kunnen loslaten.’  

 

Van der Jagt maakt niet de indruk snel uit balans te zijn en lijkt vast van plan met ‘haar’ Theresiaschool af te koersen op (nog) betere CITO-scores (‘onlangs hadden we een eerste leerling met een score van 550’). Dat zou onder de moeilijke omstandigheden in de wijk Bloemhof een prestatie van formaat zijn, maar AnneMarie klopt zichzelf niet zo snel op de borst en zit niet zo snel aan haar tax.

 

‘Niet zo lang geleden werd ik gevraagd als voorzitter voor de Ondernemersverenging Strevelsweg. Ik dacht eerst: wat moet ik daar? Maar ja, er vielen mensen weg en er speelden allerlei emoties. Dus heb ik het maar gedaan. Want ja, ik-ben-van-het-organiseren’. 

 

Afbeelding / AnneMarie van der Jagt

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

 

 

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel