Marga Zwirs, zangdocente

10-10-2014 13:29

Door Hans van Willigenburg

Rotterdammers 'empowered' op intieme zangschool 

 

Onder de titel ‘Stadsiconen’ portretteert Stadslog Rotterdam in maximaal duizend woorden bijzondere Rotterdammers, die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met een extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In de zevende aflevering Marga Zwirs, zangdocent.

  

Over één ding hoeft zangdocente Marga Zwirs alvast niet na te denken, omdat het drieënhalf jaar geleden heel duidelijk voor haar was en het dat nog steeds is.

 

‘Er móest een zangschool komen in Rotterdam!’ 

 

Het woordje ‘móest’ spreekt ze met nadruk uit. Logische wedervraag, na zo’n ferme bewering, is of er dan niet al lang zangscholen waren in Rotterdam. Wat blijkt? Niet het soort zangschool dat Marga voor ogen had en, volgens haar, in een leemte voorziet die bestaande zangopleidingen openlaten.

 

‘De Zangschool Rotterdam is de enige opleiding waar je in groepsverband aan zangtechniek kunt werken. Je kunt wel op vele plekken in Rotterdam zingen, in koren of als opmaat naar een voorstelling, een musical, bijvoorbeeld. Maar dat zijn vooral zangtrajecten of -cursussen, die dus gericht zijn op een collectieve prestatie. Op de Zangschool gaan we, daarentegen, in op ieders individuele zangtechniek. En leren we hoe je je stem op allerlei manieren kunt gebruiken, van klassiek tot jazz tot pop.’

 

De stem als bron (van bijna alles)

Marga werkt volgens de zogenaamde ‘EVTS’-methode, die opkwam in de jaren tachtig en ‘brak’ met het idee dat iemands stem of zangstijl een biologische gegevenheid is. EVTS begon destijds op een meer wetenschappelijke manier ’s mens ‘belangrijkste instrument’ – de zangstem – onder de loep te leggen en ons strottenhoofd, waar die stem immers vandaan komt, stukje bij beetje te ontleden. Dat klinkt heel koel en klinisch, maar de zanglessen van Marga verlopen niet zelden op een tegenovergestelde manier.

 

‘Het gebeurt regelmatig dat hier mensen staan te huilen.’ 

 

Hoe kan het dat er zulke emotionele reacties ontstaan bij een methode, die bij uitstek technisch van aard lijkt?

 

‘Vooropgesteld, ik ben geen filosoof of energetisch deskundige. Maar op grond van mijn eigen ervaring zeg ik: de stem komt heel dichtbij de bron van wie je wezenlijk bent. Of van wie je wilt zijn. Of van wie je niet wilt of kúnt zijn. Juist omdat je werkt met twee kleine stemplooien als uitgangspunt bij het produceren van stemgeluid. Die plooien zijn bron en instrument tegelijk. De paradox is dus dat als je je eigen stem leert gebruiken via wetenschappelijk bewezen en methodisch uitgewerkte technieken er als gevolg daarvan een hevige vorm van intimiteit kan ontstaan met jezelf. Of met de luisteraar. Of allebei. Huilen is er daar één van.’ 

 

Angst om te zingen

Marga noemt wat eenvoudige oefeningen die langskomen bij EVTS, zoals ‘houd je adem tegen op stemplooiniveau’ of ‘laat de lucht gaan vanuit een zucht’ en het is, zelfs voor een nuchter iemand, onmiddellijk merkbaar dat spelen met je stem – wat dus eigenlijk spelen met je strottenhoofd, je ademhaling is – vrijwel  onmiddellijk een effect heeft op je gemoedstoestand. Dus, opnieuw, wat in aanleg een technische zangoefening lijkt, kan in de praktijk vergaande, psychologische gevolgen hebben.

 

‘Eén van de zaken waar ik al lesgevend steeds weer mee te maken krijg, is de angst van mensen om te zingen. Leerlingen durven in eerste instantie soms niet of niet voluit te zingen. Zijn bang dat ze afgaan. Of schrikken van de onvoorwaardelijke aandacht die je aan hen geeft, omdat ze dat niet gewend zijn. In een meer traditionele cursus komen die angsten, vermoed ik, minder aan de oppervlakte. Als je in een koor zit “verdwijn” je in de groep en ben je in zekere zin “beschermd”. Hier veel minder. Bij mij in de groep sta je toch een beetje “in je blote kont”.’

 

Precies om deze reden zorgt Zwirs dat beginnende cursisten allereerst in een groep terechtkomen, gezamenlijk aan oefeningen werken, zodat ze elkaar over genoemde angst heen kunnen helpen. Pas daarna, in het vervolgprogramma, krijgt men meer individuele aandacht en worden door Marga suggesties aangereikt over hoe cursisten hun zangcapaciteiten kunnen uitbreiden of beter benutten.

 

‘De EVTS-methode zorgt ervoor dat je meer over je eigen stem te weten komt, er meer controle over krijgt. Zo heb je bijvoorbeeld controle van de stemplooimassa, de valse stemplooien, de epiglottis, het schildkraakbeen, het ringkraakbeen, het velum, de hoogte van het strottenhoofd en nog veel meer.’      

 

Controle over je stem, controle over je leven

Het zou één van de redenen kunnen zijn waarom de Zangschool aan populariteit wint bij zowel  amateurzangers als ambitieuze jongeren, die willen uitvinden wat ze stemtechnisch wel en niet aankunnen en in welk genre ze eventueel de meeste kans maken om door te breken. Net zoals jongeren dankzij digitale technieken tegenwoordig hun zelfportretjes kunnen ‘pimpen’ op sociale media, zo maakt EVTS het mogelijk invloed en controle te krijgen op de eigen stem. Betekent de ‘ontdekking’ van EVTS dat zangtechniek, vóór de jaren tachtig, een veronachtzaamd fenomeen was en dat zangers, ook professionals, tot die tijd, zogezegd, ‘maar wat deden’? En zo ja, is dat erg? Er waren toen toch ook fantastische zangers?       

 

‘In de EVTS-theorie bestaat er zoiets als een modus of klankkwaliteit waarin de stem zich het meest thuis voelt: het geluid waar jouw stem als een magneet naar toe getrokken wordt, waar hij zich het meeste thuis voelt. Veel artiesten hebben niet de behoefte om die modus te verlaten. Ze zingen wat hen het makkelijkst komt aanwaaien, wat hun zangtalent het beste aankan. Maar als Mick Jagger uit zijn modus zou willen komen en plotseling klassiek zou willen zingen, of jazzy, dan zou hij misschien ook een cursus moeten volgen.’

 

Sterke band tússen cursisten

Marga is als kleine ondernemer enorm trots op de groeiende interesse in haar zangschool; mensen van binnen én buiten Rotterdam weten de school inmiddels te vinden. Behalve dat ze meer en meer mensen hun zangtalent leert te ontwikkelen, is ze vooral ook tevreden met wat er voor en na de zanglessen gebeurt, iets wat je op z’n Angelsaksisch ‘empowerment’ zou kunnen noemen.

 

‘Wat ik mooi vind: je ziet tijdens de lessen écht een band ontstaan tussen de cursisten. Als je zingt, stel je je kwetsbaar op. Dat blijft niet zonder gevolgen. Mensen durven daarna ook openhartiger met elkaar te spreken. En gaan dikwijls nog wat met elkaar drinken, als ze het pand verlaten hebben. Als dat gebeurt, ben ik enorm happy!’

 

Omdat de Zangschool helemaal ‘haar kindje’ is, vindt Zwirs het te kiezen groeiscenario soms lastig.

 

‘Aan de ene kant wil je zoveel mogelijk mensen de kans bieden om zich zingend te ontplooien, aan de andere kant wil je niet dat het té massaal wordt, waardoor de intimiteit zou verdwijnen.’  

 

 

Marga is de zevende geportretteerde in de serie 'Stadsiconen', waar eerder Giovani Ipcedencia (participatiemakelaar),  Bart Hertog  (wijkschoolcoördinator),  Sonja van Idsinga (volkstuinvrijwilliger), Margi Geerlinks (initiatiefnemer), Bram Legerstee (acteur)  en Sevim Suluki (ouderconsulent) werden bevraagd over hun buitengewone inzet voor de stad. 

 

Afbeelding / Marga Zwirs

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

 

 

 

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel