Sandra van Pardoel, talentontwikkelaar

8-5-2015 12:40

Door Hans van Willigenburg

‘Als het saai was en makkelijk, zou ik dit werk niet doen’

 

In een nieuwe reeks van acht ‘Stadsiconen’ portretteert Stadslog Rotterdam in circa duizend woorden Rotterdammers die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met dit extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In deze nieuwe serie concentreren we ons op Rotterdam-Zuid. De derde ‘Stadsicoon’ van deze nieuwe reeks is Sandra Pardoel, directeur van stichting De Katrol die zich bezighoudt met talentontwikkeling en armoedebestrijding bij jonge kinderen.

 

Halverwege het interview geeft Sandra Pardoel volmondig toe dat ze ‘geen makkelijk mens’ is. Maar het klinkt niet schaamtevol, eerder brutaal. Haar jeugd bracht ze door in Arnhem, maar dat werd haar ‘te benauwend’ (‘iedereen weet daar alles van iedereen’) en toen ze in 2000 als werkneemster op een cruiseboot de gordijnen open schoof en de rauwe contouren van Rotterdam zag, maakte haar hart een sprong: eindelijk, de écht grote stad!Om van de boot af te kunnen, deed ze in een extra hoog tempo haar taken op de boot, zodat er tijd overbleef om van boord te gaan. Ze pakte de step, dat gingen sneller dan de benenwagen. En toen ze in de buurt van de Willemsbrug, in haar enthousiasme, iemand met haar voorwieltje per ongeluk op de hielen reed, draaide het slachtoffer, een wat oudere man, zich venijnig om en riep: ‘Klootzak!’. ‘Dát was het moment waarop ik wist dat dit mijn stad ging worden,’ zegt Pardoel vijftien jaar later. ‘Ik houd van mensen die eerlijk zijn. En zeggen waar het op staat.’  Toch is er heel wat meer dan verliefdheid op een stad nodig om de strijd aan te binden met leerachterstanden op Rotterdam-Zuid.

 

Ik heb altijd een zwak gehad voor mensen die enigszins buiten de normen vallen. De strijd om als “normaal” te worden beschouwd, heb ik in mijn jeugd, in ons eigen gezin, zelf van nabij meegemaakt. Dus dacht ik aardig te weten in wat voor “struggle” mensen op Rotterdam-Zuid zich bevinden. Daarnaast heb ik het geluk gehad als student te hebben meegelopen bij De Katrol in Oostende. Daar ben ik enthousiast geworden over hun manier van werken en de resultaten die ze boeken. Voor mij was het een kwestie van: hún preventieve manier van werken, met bewezen successen, overplanten naar Rotterdam. Niets voor niets heb ik de naam in tact gelaten.

 

Drie werelden samenbrengen

Er zijn door de jaren heen ontelbare manieren en methodieken ontwikkeld om leerachterstanden weg te werken. Wat maakt deze zo uniek? En effectief? 

 

Omdat mensen uit drie heel verschillende werelden iets te winnen hebben in dit concept. En ze alle drie, met een moeilijk woord, 'intrinsiek gemotiveerd' zijn, of raken, om er voor zichzelf iets uit te halen. De eerste wereld is die van het kind, die het plezier in leren óf is kwijtgeraakt óf van de ouders nooit heeft meegekregen; vaak omdat ze dat op hun beurt van hun ouders hebben geërfd. De tweede wereld is die van de ouders, die beseffen dat hun kind iets nodig heeft dat ze zelf niet kunnen geven of waar ze onzeker over zijn: het aanwakkeren van discipline, nieuwsgierigheid en  doorzettingsvermogen om tot bepaalde leerprestaties te komen. De derde wereld is die van de hbo-student, die studievaardigheden heeft ontwikkeld, geleerd heeft proactief te handelen, maar nog onbekend is met wat er achter de voordeur van kwetsbare gezinnen allemaal gebeurd. Alle drie de groepen krijgen via ons de kans hun leef- en denkwereld te verbreden. En zo weerbaarder te worden richting de toekomst.

 

Niet saai, niet makkelijk

Werelden samenbrengen: het is wat doorgewinterde politici of met prijzen onderscheiden sociologen vaak nog niet eens lukt.    

 

Kijk. Als het saai was en makkelijk, zou ik dit werk niet doen. Maar let wel: onze studenten gaan pas naar een adres toe als dat gezin, of meer precies de ouders, of anders één van de ouders, bij de school hebben aangegeven dat ze graag ondersteuning willen. We zijn dus wel welkom. En stappen in een situatie, waarvan de ouders zeggen: kom, alsjeblieft, onze kant op. We zien dat er talent bij ons kroost ongebruikt blijft liggen. We hoeven, in dat opzicht, niks te forceren. (…) En het is aan ons, van De Katrol, om eventuele weerstanden, of misverstanden, uit de weg te ruimen. Dat dóen we ook voortdurend. Dus als een student na één bezoek terugkomt met de klacht dat de ouders niet betrokken zijn, omdat ze bijvoorbeeld in de keuken stonden, dan proberen wij uit te leggen dat zoiets helemaal niet automatisch betekent dat ze niet betrokken zijn. Maar dat ze de student misschien juist, omgekeerd, álle ruimte willen geven om aan de slag te gaan met hun kind. In die zin strijd je constant tegen mispercepties en vooroordelen. Of koppel je studenten aan een ander gezin, omdat het niet klikt. Maar laat ik dát nou net héél graag doen!

 

We komen langzaam in het schemergebied terecht waar de logica van bovenaf (procedures, vastleggen, cijfers, administratie, resultaatmetingen) gaat botsen met de logica van onderop (snel reageren, spontane actie, intuïtief bijsturen, individueel maatwerk). Het maakt dat Sandra, zogezegd, moet ‘schakelen’ tussen verschillende realiteiten.    

 

Het liefst wil ik bezig zijn met de begeleiding van de studenten en de ondersteuning van gezinnen. En inhoudelijk nieuwe ideeën aandragen. Maar in werkelijkheid ben ik veel tijd kwijt met administratie, lobbywerk, financieel management en het zoeken naar sponsors. Ofwel, plat gezegd, ‘het dichten van financiële gaten’. (…) Zolang je weet waar je het voor doet, de resultaten ziet van wat je doet, mensen je jaren achteraf nog bedanken voor wat je hebt betekend, vind ik het in geestelijke zin niet zwaar. Maar puur fysiek, qua werkuren, eist het zijn tol. Het zou dan ook een enorme verlichting zijn als we bijvoorbeeld voor een periode van vier jaar een budget krijgen. Dan ben ik niet steeds bezig met overleven.

 

Niet meteen bestelbaar

Ze ziet de dingen op Zuid, gelukkig, de goede kant op gaan. En steeds meer draagvlak ontstaan voor het idee dat ‘oplossingen’ niet meteen met overheidsgeld bestelbaar zijn, maar een klimaat nodig hebben dat moet groeien. Het is haar wens dat de bureaucratie anders naar de werkelijkheid gaat kijken en anders gaat rekenen.   

 

De vraag luidt: wat heeft de toekomst nou wérkelijk nodig? Gedrilde kinderen die in een vaste baan terecht willen komen, waarvan er steeds minder zijn? Of zoveel mogelijk zelfgemotiveerde jongeren, weerbaar, leergierig, flexibel van geest, die kunnen omgaan met onzekerheden en tegenslagen? Als je in dat laatste niet investeert en jongeren komen vervolgens in een uitzichtloze situatie, dan gaan de kosten over een x-aantal jaar vanzelf oplopen. Wij kunnen dat helpen  voorkomen. Naast het feit dat er, sowieso, een groeiende vraag is naar individuele aandacht voor jonge kinderen, omdat klassen steeds groter worden en leraren ook veel andere taken op hun bordje krijgen. 

 

 Afbeelding / Thijs van ter Hart

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

 

 

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel