Sonja van Idsinga, volkstuinvrijwilliger

30-6-2014 10:47

Door Hans van Willigenburg

‘Van onze belangenbehartiging moet je geen FTE’s willen maken’

 

De komende maanden zal Stadslog Rotterdam onder de titel ‘Stadsiconen’ in maximaal duizend woorden Rotterdammers portretteren, die niet zo snel de krant halen, nieuws maken, maar wél een belangrijke bijdrage leveren aan hoe de stad van-dag-tot-dag functioneert. En hopelijk, met een extra steuntje van Stadslog, andere Rotterdammers inspireren ook een bijdrage te leveren. In de vierde aflevering Sonja van Idsinga, gedreven bestuurslid én belangenbehartiger van de Rotterdamse volkstuinder.

 

Vlakbij de Doenkade, aan de rand van Schiebroek en op luttele meters bij Hockey Club Rotterdam vandaan, ligt het volkstuincomplex van VTv ‘Lusthof’. Als je niet exact het juiste zijpaadje neemt en jarenlang argeloos op het fietspad van de Berberisweg of de Abeelweg hebt gereden, is het mogelijk dat het bestaan ervan je geheel is ontgaan. En dat terwijl het – gewoon – openbaar toegankelijk is en als zodanig integraal onderdeel uitmaakt van Het Schiebroekse Park. Voor Sonja van Idsinga, vrijwillig bestuurslid van de vereniging, is dat ene zijpaadje zo’n beetje haar levensader.

 

‘Van mijn 56 levensjaren zit ik er al 52 jaar op deze plek. Mijn vader heeft in 1962 hier op “Lusthof” een tuin toegewezen gekregen en sindsdien beschouw ik het als het mooiste geschenk van mijn leven. De plaats waar ik het meeste thuis ben. Zeker, ik ben een honkvast type. In mijn eigen huis heb ik de meubels ook al tientallen jaren niet verplaatst. Ik krijg daar wel eens opmerkingen over. Maar dan leg ik steeds weer uit: waarom zou ik? Ik voel me prettig in een vertrouwde omgeving.’

 

‘Zonder tuin, geen leven’

De liefde voor ‘haar plek’ en het ongebreidelde genieten van de bloeiende natuur (‘de lente is reeds over zijn hoogtepunt heen, de boel is alweer aan het afsterven’) geven Sonja inspiratie en energie om VTv ‘Lusthof’ als vrijwillig bestuurslid, zogezegd, in goede banen te leiden. Hoewel ze urenlang kan vertellen over het bestuurlijk-technische deel van de volkstuin, over een slimmere samenwerking met de gemeente en een betere inrichting van de Rotterdamse Bond van Volkstuinders, ligt de kern van haar motivatie bij het contact met de volkstuinders, voor wie de tuin, net als voor haar, een emotioneel gegeven is. Hoewel de stelling ‘Zonder tuin geen leven’ nogal militant en dramatisch klinkt, is het wél een essentie die Sonja dagelijks – lijfelijk! – ervaart. De vaak oudere volkstuinders die wegens afnemende vitaliteit de benodigde werkzaamheden aan hun tuin niet meer kunnen verrichten, zien dikwijls als een berg op tegen het opgeven van hun dierbaarste domein. In zulke gevallen doet Sonja er alles aan mensen te begeleiden bij het beladen afscheidsproces.        

 

‘Ik zie hoe gevorderde tachtigers er jaar na jaar tegenaan hikken. Als ik denk dat ik ze zorgen uit handen kan nemen, bied ik ze aan om bij de administratieve afwikkeling van de opzegging, die best nog ingewikkeld is, te helpen. Dat wordt meestal in dank aanvaardt. Maar het blijft moeilijk. Het komt voor dat alle papieren klaar liggen, maar dat iemand tóch op het laatste moment zegt: “Ik doe  het nog niet.” Omdat de tuin zijn of haar laatste strohalm is.’

 

Rolverdeling vrijwilligers en professionals

Wat zulke gevallen extra ingewikkeld maakt, extra pijnlijk, is dat het belang van de vereniging niet meer parallel loopt met die van de bejaarde volkstuinder. Wanneer de tuin minder goed onderhouden wordt, zullen er vroeg of laat extra kosten ontstaan. Of klachten van omliggende volkstuinders binnendruppelen. Sonja bemiddelt dus in een kwestie waarvan op voorhand zeker is dat er geen winnaars zijn, maar dat juist daarom baat heeft bij een vrijwilliger die de volkstuinders één voor één kent en, indien nodig, emotioneel kan bijstaan. Het is één van Sonja’s argumenten om het bestuur van volkstuinen dichtbij de mensen te houden en niet bij een organisatorische reus achter plexiglas onder te brengen.     

 

‘Van belangenbehartiging voor volkstuinders moet je zelfs in 2014 geen FTE’s willen maken. Zonder regelmatig, liefst dagelijks, contact met degenen voor wie  je opkomt, ben je niet geloofwaardig. En weet je niet exact wat de grieven en gevoelens zijn. Iets anders is het beheer, waaronder het grootonderhoud  van volkstuincomplexen. Dat is zo veelzijdig en kennisintensief dat je daar een professionele dienst voor nodig hebt. Die twee taken – belangenbehartiging en beheer - moet je dus, wat mij betreft, streng gescheiden houden. Inhoudelijk en organisatorisch.’

 

Als Sonja benaderd wordt voor de serie ‘Stadsiconen’ is haar eerste reactie er één van ongeloof. In haar eigen ogen doet ze niets bijzonders, ja, haar ziel en zaligheid geven aan de vereniging, evenementen organiseren in de verenigingskantine, kortom, ‘een volkstuin draaiende houden’, maar valt daar een verhaal over te schrijven? Ze graaft in haar verleden: wie weet ontdekt ze iets dat in bredere kring aandacht heeft getrokken dan alleen op het complex zelf. Ineens schiet haar wat te binnen.

 

‘Een paar jaar terug kregen onze leden van de gemeente een fikse huurverhoging voor de kiezen. Toen ben ik zijn we als bestuur vooraan gaan staan om dat tegen te houden. De argumentatie deugde gewoonweg niet! Er zou sprake zijn van “achterstallig onderhoud” dat bekostigd moest worden, terwijl dat “achterstallig onderhoud” nota bene te wijten was aan gebrekkig onderhoud in de jaren daarvóór, waarvoor door de tuinders keurig was betaald. Met andere woorden: de gemeente klopte ons extra geld uit de zakken om de slechte prestaties van zichzelf te kunnen repareren. Tóen heb ik me wel even laten horen, ja…’ (lacht)

 

De volkstuin: bloeien of uitsterven?    

Als je, zoals Sonja, al diverse generaties volkstuinders hebt meegemaakt, luidt de logische vraag: wat zijn de laatste ontwikkelingen? Gaat de volkstuin dankzij de toegenomen aandacht voor natuur en het zelf verbouwen van voedsel een springlevende toekomst tegemoet? Of is het een vreemd soort overblijfsel uit de vooroorlogse tijd, toen er nog volop stadsgrond in de aanbieding was?

 

‘Aan deze ene kant zie je een trend naar gemak en luxe. Dat mensen vooral in hun huisje investeren om een mooie verblijfplaats te creëren. Bijvoorbeeld door een riante blokhut te laten plaatsen. Aan de andere kant zijn er jongeren, die gaan voor het púre tuinieren. En zich enthousiast storten op de natuurkracht die een tuin te bieden heeft.’  

 

Juist omdat de vereniging en het volkstuincomplex zo’n groot deel van haar leven vormen, beleeft ze naast haar euforische momenten in het begin van de lente ook zware momenten, zoals bij de dood van een ‘hartsvriend’ en medebestuurslid, die onlangs, geheel onverwacht, in zijn slaap is overleden. Naast deze tegenslag steekt één afschrikkend vooruitzicht er bovenuit, dat ze bijna permanent met zich mee draagt en een gegeven moment zelfs ‘ondraaglijk’ noemt.

 

‘Wat ik nooit hoop mee te maken, is dat ikzelf gedwongen wordt om afstand te doen van mijn tuin. Laat me dan maar een keer omvallen. Dat anderen het voor me regelen als ik onder de grond lig.’   

 

Afbeelding / Hans van Willigenburg

 

Eerder in deze serie verschenen portretten van Sevim SulukiBram Legerstee en Margi Geerlinks.

 

De serie Stadsiconen is een samenwerking tussen Stadslog en #Veilig010

Rubriek Stadsiconen

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg is een veelvraat. In 1989 debuteerde hij, na een studie literatuurwetenschap, als columnist bij De Volkskrant tussen 'kanonnen' als Remco Campert en Jan Blokk...

Bekijk profiel