Bolle ogen

1-4-2016 17:34

Door Liesbeth Mende

'Het gele doekje gebruik je voor het stoffen, het blauwe doekje is voor nat, het groene is om te dweilen, het roze is voor toilet. De blauwe emmer is om te dweilen, de groene voor toilet. Alles voor toilet moet je apart houden. De spiegels met de witte doekjes. Voor de keuken gebruik je de geruite.'

            Ik probeer het te onthouden. Geel voor stof, blauw voor nat.

            'Ik hoop dat je hard kunt werken, de vorige hulp deed niks.' Mevrouw is enorm groot. Ze waggelt naar haar stoel en gaat zitten. Haar stoel verdwijnt onder haar lichaam. Ik vraag me af of ze ooit nog overeind komt. Vanuit haar stoel houdt ze me in de gaten. Het wit van haar bolle ogen steekt af bij haar donkere huid. 'Waar ben je?' vraagt ze.

            'In de keuken,' roep ik terug. In een oranje teil met water liggen bevroren kippenpoten te ontdooien.

            'Welk doekje gebruik je?' schreeuwt ze door het huis.

            'Het blauwe,' roep ik.

            'Blauw? Dan is het goed.' Haar stoel staat op een strategische plek. Vanaf deze plek kan ze het hele huis zien. Aan de kasten hangen spiegels, via deze spiegels kan ze in de logeerkamer kijken en in de keuken. Met haar uitpuilende ogen volgt ze me door het hele huis. Als iemand haar een tik op haar achterhoofd geeft, ploppen haar ogen zo uit haar hoofd. 'Waar ben je?' roept mevrouw.

            'In de slaapkamer,' roep ik terug.

            'Wat ben je aan het doen?'

            'Stoffen.'

            'Welk doekje?'

            'Geel.'

            De grote ogen zorgen ervoor dat ik stevig doorwerk. Ik stof, schuif kastjes opzij en stofzuig.

'Kom maar zitten,' roept ze.

            Ik mag vijf minuten pauzeren met een glas sinas. Ik hou niet van sinas, maar ik drink het braaf op. Ik kijk naar de foto's van haar familie. Een stuk of dertig mensen die allemaal om haar heen staan. Ze lachen breeduit naar de camera. Straks ga ik het toilet schoonmaken. Ik probeer me te herinneren welk doekje ik daarvoor moet gebruiken en welke emmer. Ik zal alle tegels laten glimmen en geen tegel overslaan. Ik durf alleen aan schoonmaken te denken. Ik ben bang dat mevrouw me betrapt als ik alleen al denk aan iets anders.

Als ik aan de wc bezig ben, begint ze praten.

            'Ik heb zeven kinderen,' zegt ze. 'Elke zondag gaan we met z'n allen naar de kerk. En als we terug komen, blijft iedereen eten. Dan maak ik rijst met kip. Waar ben je?'

            'In de wc.'

            'Welk doekje?'

            'Roze.' Mevrouw hangt met haar zware lijf naar voren en gluurt de gang in. De uitpuilende ogen controleren of ik echt de wc aan het doen ben. Als ik stofzuig voel ik ze in mijn rug. Ik kijk om en kijk recht in haar ogen. Ze lijken twee keer zo groot. Steeds groter worden de oogbollen. Als ik aan het dweilen ben, zijn de ogen zo groot als een voetbal.

Eindelijk ben ik klaar. Uitgeput trek ik mijn jas aan. 'Tot ziens,' zeg ik. Ik loop richting de voordeur.

            'Goed gewerkt,' roept ze me na. 'Je hebt goed gewerkt!'

            'Bedankt!' roep ik terug. Ik trek de deur achter me dicht. Ik ren het trappenhuis in, naar beneden, naar mijn fiets. Ik fiets zo hard mogelijk weg. Weg van de grote bolle ogen. Ik voel ze nog steeds prikken in mijn rug.

 

 

Rubriek Stof

Liesbeth Mende

Liesbeth Mende (1975) werd geboren in België, groeide op in het Brabantse Wouw en studeerde dramaschrijven in Utrecht. Inmiddels is Rotterdam al jaren haar thuisbasis. Om niet...

Bekijk profiel