De Hillekop

30-9-2014 12:03

Door Rob van Olm

Achter de Hillekop wordt gesloopt en gebouwd. Hopelijk in die volgorde. Ik passeer bedrijfsbusjes met geruststellende namen als Bik Sloopwerken en De Gier Kraanverhuur.

        Het begint te motregenen als ik het flatgebouw De Slinger nader dat de vorm heeft van een acculade, tenminste zoals ik ze maak.

        Als ik vaak langs een flat rijd, bekruipt mij regelmatig het verlangen de woningen van binnen te zien. Wat voor meubels de mensen hebben, wat voor prulletjes er op de vensterbank staan en wat voor foto’s er aan de muur hangen. Daar weet je toch allemaal niets van.

        Bij de ingang van de flat De Waaier raak ik in gesprek met een echtpaar. Ik overwin mijn verlegenheid en vraag, zij het hakkelend, of ik bij hen binnen mag kijken. Dat vinden ze geen enkel probleem! Ik hoef me niet te identificeren. ‘Ben je mal.’ Het vertrouwen in de medemens is hier nog groot.

        Eerst loop ik met de vrouw naar het clubgebouw beneden in de flat, waar ze met een aantal vrouwen een kookclubje heeft. Prei, aardappelen en blokjes ham liggen al op tafel. We drinken thee en ik vraag wat ze van de metro vinden die vlak voor hun woningen als een verdwaalde mol de grond uitkomt. De reacties zijn onverwacht fel en anders dan ik had verwacht. ‘Wat interesseert mij die metro nou?’ zegt een blonde vrouw, ze richt haar aardappelschrapper in mijn richting.

        ‘Er zal wel geen geld voor geweest zijn.’      

        ‘Het hoort erbij.’

        ‘Zo is het toch.’

        De problemen zijn anders van aard.

        Het gebouw De Slinger heeft een prijs gekregen van een of andere schoonheidscommissie, maar aan de leefbaarheid is volgens hen niet gedacht.  

        ‘Ze moeten huisvrouwen bij dergelijke projecten betrekken, dan worden veel problemen voorkomen,’ verzekert de blonde vrouw me, die in De Slinger woont. Ze somt een aantal problemen op, waar je als eenvoudige architect niet aan denkt. Eén ervan is de overlast die de bewoners van de jeugd ondervinden. Het gebouw heeft te veel ingangen waardoor de jongelui op de trappen en in de keldergangen rondhangen. Ze brengen graffiti op de muren aan en gebruiken de kelder vaak als openbaar toilet.

        ‘Wij hebben daar geen last van,’ zegt de vrouw die in De Waaier woont.

        ‘Dat komt omdat jullie maar één ingang hebben.’

        ‘Wij hebben twee waakhonden lopen.’

        ‘Het komt omdat jullie één ingang hebben,’ houdt de ander vol.

        ‘Wat bedoelt u met waakhonden?’ vraag ik.

        ‘Er zijn twee mannen die toezicht op het gebouw houden. Bij ons is de sociale controle sterker.’

        ‘Dat komt omdat jullie één ingang hebben.’

        De prei is gesneden, de aardappelen zijn geschild.

        De blonde vrouw nodigt me uit de woning van haar zoon in De Waaier te bezichtigen en dan naar De Slinger te gaan.  

        De Waaier ziet er van binnen inderdaad schoon en verzorgd uit. Ook de driekamerflat die ik betreed is gezellig. Moderne meubels, posters aan de muur.

        Daarna bezoeken we De Slinger en lopen door de keldergangen.

        ‘Begrijp je nu wat ik bedoel?’ zegt ze.

        Ik begrijp het.

        Op het plein achter De Hillekop zitten tientallen duiven roerloos en ineengedoken, hun kragen hoog op, met hun kopjes in de richting van de wind.

        Duiven hebben zo hun eigen problemen.

Rubriek Toerist in eigen stad

Rob van Olm

De Rotterdamse schrijver en onderzoeksjournalist Rob van Olm (1947) publiceerde romans en journalistieke boeken, zoals 'Verloren dagen', een roman over de Spaanse burgeroorlog, en ...

Bekijk profiel